Bedrijven die hun pc-vloot willen vernieuwen krijgen te maken met hogere kosten. Fabrikanten als Dell, Microsoft, Lenovo en HP hebben prijsstijgingen van 15 tot 20 procent doorgevoerd, terwijl analisten verwachten dat geheugenmodules in het eerste kwartaal van 2026 nog verder in prijs oplopen. Volgens marktkenners hangt dat samen met een structurele verschuiving in de chipmarkt door de groeiende vraag naar AI-infrastructuur.

Geheugenproducenten zoals Samsung, SK Hynix en Micron richten een groter deel van hun productie op High Bandwidth Memory, het type geheugen dat veel wordt gebruikt in AI-servers. Daardoor komt minder capaciteit beschikbaar voor traditionele pc-hardware. Fabrieken en grondstoffen blijven hetzelfde, maar prioriteiten binnen de sector veranderen door de vraag vanuit datacenters.

In december maakte Micron bekend te stoppen met het consumentenmerk Crucial. Chief business officer Sumit Sadana stelde dat het bedrijf zich sterker wil richten op strategische groeisegmenten, wat volgens analisten past binnen de bredere verschuiving richting AI-gerelateerde producten.

Sterke prijsstijgingen bij DDR5

De impact is zichtbaar in de markt voor werkgeheugen. DDR5-prijzen zijn sinds oktober 2025 fors gestegen en sommige configuraties kosten inmiddels meerdere keren zoveel als een jaar geleden. Dell-topman Jeff Clarke waarschuwde eerder dat de snelheid waarmee geheugenkosten stijgen ongekend is. Niet alleen DRAM wordt duurder. Ook NAND-flash en opslagcomponenten volgen die trend, onder meer door hogere waferprijzen.

Waar geheugen eerder rond de tien tot vijftien procent van de materiaalkosten van een laptop vertegenwoordigde, kan dat aandeel volgens onderzoeksbureau TrendForce oplopen tot ruim twintig procent in 2026. Analisten van Goldman Sachs verwachten dat de krapte nog jaren kan aanhouden.

Windows 11 versterkt de druk

De timing valt samen met de vervangingsgolf die wordt aangejaagd door de overgang naar Windows 11. Nieuwe hardware-eisen, zoals TPM 2.0 en modernere processors, maken dat oudere systemen minder geschikt zijn. In de praktijk kiezen veel bedrijven voor configuraties met minimaal 16 GB RAM, waardoor de vraag naar geheugen verder groeit.

IDC schetst voor 2026 twee scenario’s: een lichte daling van de pc-markt als de situatie stabiliseert, of een grotere krimp wanneer tekorten aanhouden en prijzen blijven stijgen. Dat zet IT-budgetten onder druk op een moment dat veel organisaties toch al voor een hardwarevernieuwing staan.

Structurele verschuiving

Volgens analisten gaat het niet om een tijdelijke schommeling, maar om een structurele herverdeling van productiecapaciteit richting AI. Zolang chipmakers hun focus houden op datacenters en accelerators blijft de zakelijke pc-markt gevoelig voor prijsschokken. Voor veel IT-afdelingen wordt hardwareplanning daarmee opnieuw een strategisch vraagstuk, waarbij prijsontwikkeling en beschikbaarheid een grotere rol spelen dan de afgelopen jaren het geval was.

Agentic AI staat al een tijd op de radar, maar het debat erover krijgt een andere lading nu steeds meer voorbeelden opduiken van slecht beveiligde tools en experimenten die sneller groeien dan het toezicht erop. Projecten als OpenClaw laten zien hoe krachtig autonome agents kunnen zijn, maar ook hoe snel het mis kan gaan wanneer rechten, data en controlemechanismen niet goed zijn ingericht. De vraag is dus hoe je het in kunt zetten zonder dat jouw gegevens of die van je klanten ergens op straat komen te liggen.

De truc is om de technologie met duidelijke kaders te benaderen. Agents kunnen repetitieve handelingen overnemen, analyses versnellen en workflows verbinden die nu nog versnipperd zijn over verschillende tools. De vraag verschuift daardoor van “moet je er iets mee?” naar “hoe zet je het verantwoord in zonder grip te verliezen?” Dat is geen puur technisch vraagstuk. Het raakt ook aan governance, verwachtingsmanagement en de manier waarop IT-dienstverlening zich ontwikkelt in een tijd waarin software steeds vaker zelf handelt.

Van hulpmiddel naar actor

De eerste golf generatieve AI draaide om tekst, code en analyse. Een mens stelde een vraag, de AI leverde een antwoord. Agentic AI voegt daar een nieuwe laag aan toe. Een agent kan context verzamelen uit meerdere bronnen, een plan maken en vervolgens acties uitvoeren in tools en platforms. Denk aan het analyseren van monitoringdata, het openen van een change, het aanpassen van een configuratie of het uitvoeren van een script.

Dat maakt automatisering minder lineair. Klassieke workflows volgen vaste stappen, agents reageren op omstandigheden. Ze kunnen prioriteiten herzien wanneer nieuwe informatie binnenkomt of een andere route kiezen als een taak vastloopt. Voor IT-omgevingen waarin veel afhankelijkheden bestaan, voelt dat als een logische evolutie. De vraag verschuift van “welke taak automatiseer je” naar “welk proces laat je sturen door een agent”.

Agentic AI zit al op veel plekken

De eerste toepassingen verschijnen vooral in ontwikkelomgevingen en operations tooling. Code-agents genereren patches, testen builds en controleren afhankelijkheden. In security zien we agents die logs analyseren en afwijkend gedrag signaleren. Binnen beheeromgevingen experimenteren leveranciers met agents die tickets classificeren, kennisbanken raadplegen en voorstellen doen voor oplossingen.

Voor de dagelijkse praktijk van de msp kan dat merkbare veranderingen opleveren, al gebeurt dat vaak indirect. Veel msp’s werken met PSA- en RMM-tools waarin AI wordt geïntegreerd. Zodra agents een rol krijgen in die platforms, verschuift een deel van het werk automatisch mee. Denk aan:

  • het analyseren van terugkerende incidenten en voorstellen doen voor structurele aanpassingen

  • het automatisch uitvoeren van standaardwijzigingen na goedkeuring

  • het genereren van documentatie op basis van uitgevoerde acties

  • het combineren van monitoring, ticketing en kennisbanken tot één workflow

Dat zijn taken die nu vaak handmatig worden gedaan of via scripts lopen. Agentic AI kan die processen flexibeler maken, maar verandert ook de rol van de beheerder. Minder klikken en meer controleren.

Nieuwe kansen voor schaalbaarheid

Voor veel dienstverleners ligt de aantrekkingskracht vooral in schaalbaarheid. Een agent kan honderden kleine handelingen uitvoeren zonder dat daar extra capaciteit voor nodig is. Dat maakt het mogelijk om grotere klantomgevingen te beheren met een relatief klein team. Vooral repetitieve taken zoals patchbeheer, rapportages of eerstelijns analyses lenen zich voor deze aanpak.

Een ander voordeel zit in snelheid. Agents kunnen continu data analyseren en reageren zodra patronen veranderen. Dat kan helpen om verstoringen eerder te detecteren. In plaats van wachten op een melding, ontstaat een model waarin systemen zelf aanpassingen voorstellen. In theorie zorgt dat voor stabielere omgevingen en minder escalaties.

De keerzijde

Maar dan de andere kant van de medaille. Beveiliging en controle zijn de grootste discussiepunten rond agentic AI. Een agent heeft toegang nodig tot systemen, API’s en data om zijn werk te doen. Daarmee groeit het aanvalsoppervlak. Als een agent wordt misleid door verkeerde input of gemanipuleerde data, kan dat gevolgen hebben voor meerdere onderdelen van een omgeving.

Er spelen verschillende vraagstukken:

  • Wie is verantwoordelijk voor een actie die door een agent is uitgevoerd?

  • Hoe leg je uit waarom een agent een bepaalde keuze maakte?

  • Welke rechten krijgt een agent en hoe beperk je die?

  • Hoe voorkom je dat een agent gevoelige informatie deelt via externe modellen?

Voor de msp komt daar een extra laag bij. Jij beheert vaak de omgeving van meerdere klanten. Een agent die toegang heeft tot verschillende tenants moet strikt gescheiden blijven. Identiteit en toegangsbeheer worden daardoor nog belangrijker. Niet de techniek zelf vormt het grootste risico, maar de manier waarop agents worden geïntegreerd in bestaande processen.

Van uitvoering naar toezicht

Een opvallende verandering is dat rollen verschuiven van uitvoeren naar toezicht houden. Waar beheerders nu scripts schrijven en handmatig wijzigingen doorvoeren, ontstaat een model waarin zij agents configureren, controleren en bijsturen. Dat vraagt om andere vaardigheden. Kennis van prompts en workflows wordt belangrijker, maar ook inzicht in data-kwaliteit en risicobeheersing.

Voor sommige teams voelt dat als een verschuiving van techniek naar regie. Minder tijd besteden aan losse incidenten, meer aandacht voor beleid en architectuur. Dat kan de aantrekkelijkheid van het werk vergroten, al vraagt het ook om nieuwe training en aanpassing van processen.

Het effect op klantverwachtingen

Naarmate agents vaker taken overnemen, veranderen ook verwachtingen van klanten. Snellere responstijden worden normaal, rapportages worden gedetailleerder en afwijkingen worden eerder gesignaleerd. Dat kan de druk verhogen op dienstverleners die nog vooral handmatig werken. De vraag ontstaat hoe je waarde zichtbaar maakt wanneer veel werk achter de schermen gebeurt.

Transparantie speelt daarbij een rol. Klanten willen weten welke beslissingen automatisch worden genomen en welke niet. Een heldere uitleg over de rol van AI in beheerprocessen wordt belangrijker dan marketingclaims over autonomie.

Verre horizon

Agentic AI staat nog aan het begin en waar de ontwikkelingen heengaan ligt ver aan de horizon. Veel oplossingen zitten in pilotfase en leveranciers zoeken naar manieren om autonomie te combineren met controle. Maar globaal kun je er wel wat over zeggen. Automatisering wordt minder statisch en meer contextgestuurd. De komende jaren zullen vooral gaan over het vinden van balans: hoeveel vrijheid geef je een agent en waar trek je de grens?

Voor de dagelijkse praktijk van de msp betekent dat een geleidelijke verschuiving. Taken verdwijnen niet meteen, rollen veranderen stap voor stap. Wie nu experimenteert met agents in een afgebakende omgeving, krijgt een voorsprong in kennis en ervaring. Wie wacht tot alles volwassen is, loopt het risico dat processen achterblijven bij de snelheid waarmee tooling zich ontwikkelt.

AI ontwikkelt zich in hoog tempo van hulpmiddel tot volwaardig onderdeel van de dagelijkse operatie bij msp’s. Binnen Kaseya krijgt die ontwikkeling vorm op meerdere niveaus, van ticketing en PSA tot monitoring, data-analyse en gebruikerservaring. Kevin Sequeira, verantwoordelijk voor productstrategie rond Autotask en digitale workforce-initiatieven, en Edgar Zacharjev, die zich richt op de doorontwikkeling van RMM en datagedreven inzichten, kijken daarbij ieder vanuit hun eigen domein naar dezelfde vraag: hoe verandert AI structureel de manier waarop msp’s werken, opschalen en waarde leveren aan hun klanten?

AI is voor msp’s geen abstract toekomstverhaal meer. De vraag is waar die impact het eerst voelbaar wordt. Volgens Kevin Sequeira ligt dat antwoord verrassend dichtbij. “Je hoeft niet te beginnen met complexe scenario’s. De meeste winst zit nog altijd in het dagelijkse werk. Ticketing is daar het duidelijkste voorbeeld van.”

Edgar Zacharjev knikt dat beeld niet weg, maar plaatst er meteen een kanttekening bij. “Een ticket is vaak het eindpunt van een probleem, niet het begin. Het vertelt je dát iemand last heeft, maar zelden waarom. Als je alleen op tickets stuurt, blijf je reactief.”

Die spanning tussen reageren en vooruitkijken loopt als een rode draad door het gesprek. Waar Sequeira vooral kijkt naar schaalbaarheid en operationele verlichting, richt Zacharjev zich op context, ervaring en onderliggende patronen.

Van generatieve AI naar handelen

Sequeira ziet een duidelijk verschil tussen wat veel mensen nu AI noemen en waar hij naartoe wil. “Generatieve AI kan antwoorden geven, maar geen werk uitvoeren. Je kunt er een vraag aan stellen, maar het blijft bij tekst. Agentic AI gaat verder. Die kan daadwerkelijk iets doen.”

Kevin Sequeira

Binnen Autotask krijgt dat vorm via Smart Triage. Tickets worden niet alleen gelezen, maar geïnterpreteerd. “We analyseren inhoud, herkomst en historie. Op basis daarvan kan een ticket automatisch bij de juiste persoon of queue terechtkomen, of zelfs volledig worden afgehandeld.”

Zacharjev herkent die logica, maar legt de lat breder. “Dat werkt pas echt goed als je de context van de gebruiker meeneemt. Niet alleen: wat staat er in het ticket, maar ook: wat gebeurde er op het systeem, in het netwerk, in de applicaties op dat moment?”

Sequeira pakt dat punt op. “Precies daarom is integratie zo belangrijk. Autotask staat niet op zichzelf. Als je ticketing koppelt aan RMM en documentatie, ontstaat er een veel rijker beeld. Dan hoeft een L1 niet meer te zoeken, maar kan direct handelen.”

Automatisering als opstap, niet als eindpunt

Volgens Sequeira is het doel niet om mensen te vervangen. “We horen soms: ‘mooi, dan kan ik drie mensen schrappen’. Dat is niet de gedachte. Die mensen heb je juist nodig, maar dan voor ander werk.”

Zacharjev: “Wat je ziet, is dat veel tijd verloren gaat aan analyse. Root cause analysis kost vaak uren, soms dagen. Niet omdat de kennis ontbreekt, maar omdat de informatie verspreid zit over verschillende tools.”

Edgar Zacharjev

Hij geeft een voorbeeld waarbij gebruikersklachten niets met hardware te maken hadden, maar met netwerkgedrag op specifieke tijdstippen. “Die informatie wás er al. Alleen niet op de plek waar L1 keek. Als je dat vooraf kunt samenbrengen, verandert de rol van support.”

Sequeira ziet daarin precies de hefboom voor groei. “Als je L1 ondersteunt met context en automatisering, kunnen minder ervaren mensen complexer werk doen. En ervaren mensen schuiven door naar L2 of L3. Dat maakt organisaties schaalbaar zonder lineair te groeien in personeel.”

Van device health naar user experience

Waar Sequeira vooral spreekt over tickets als ingang, verschuift Zacharjev het gesprek naar beleving. “Device health is jarenlang het uitgangspunt geweest. CPU, geheugen, schijf. Maar gebruikers werken niet met devices, ze werken met ervaringen.” Die ervaring strekt zich uit over laptops, cloudapplicaties, samenwerkingsplatformen en externe systemen. “Een klacht over ‘het werkt niet’ kan net zo goed voortkomen uit een trage applicatie, een instabiele verbinding of verkeerd gebruik van software.”

Sequeira ziet daarin een duidelijke evolutie. “Dat is ook waarom AI hier zo’n grote rol kan spelen. Mensen zien losse signalen. AI ziet patronen. Als je die patronen koppelt aan tickets, verschuift support van reageren naar begrijpen.”

Beide zijn het eens over één randvoorwaarde: zonder goede data werkt geen enkele AI-oplossing. Zacharjev is daar uitgesproken over. “AI is zo slim als de data die je erin stopt. Als die data versnipperd of onlogisch is, krijg je mooie verhalen, maar geen betrouwbare beslissingen.”

Sequeira sluit daarbij aan. “Daarom leren onze modellen binnen de omgeving van de msp zelf. Niet generiek, maar afgestemd op hun processen, klanten en afspraken. Dat maakt het effectiever en beter beheersbaar.”

Vooruitkijken in plaats van bijsturen

Het gesprek verschuift vanzelf naar de volgende stap: voorspellend werken. Sequeira ziet AI steeds vaker signaleren voordat er een probleem ontstaat. “Denk aan capaciteitstekorten, niet-renderende contracten of hardware die richting falen gaat. In plaats van een ticket krijg je een voorstel.”

Zacharjev ziet waarde in het zakelijke gesprek dat daardoor ontstaat. “Als je kunt laten zien waar productiviteit verloren gaat of kosten onnodig oplopen, verandert je rol als msp. Dan lever je geen support meer, maar stuurinformatie.”

De mens blijft in de cockpit

Beiden benadrukken dat AI begeleiding nodig blijft houden. “AI hallucineert soms,” zegt Zacharjev droog. “Daar moet je rekening mee houden.”

Sequeira ziet dat niet als zwakte, maar als realiteit. “Daarom blijft validatie belangrijk. Technici worden regisseurs. Ze stellen kaders, controleren uitkomsten en sturen bij.”

Wat overblijft, is geen toekomstbeeld van lege servicedesks, maar van teams die anders werken. Met digitale collega’s die meedraaien in ticketing, analyse en besluitvorming. Niet zichtbaar voor de klant, maar voelbaar in snelheid, rust en schaalbaarheid.

Networking-as-a-Service, kortweg NaaS, verandert. Waar eerdere modellen vooral draaiden om beheer, monitoring of financiering van bestaande netwerken, verschijnen nu aanbieders die het volledige netwerk als abonnement leveren. Hardware, software en lifecyclebeheer vallen samen in één dienst. 

De recente distributiedeal rond Meter laat zien hoe snel deze beweging terrein wint. Traditionele netwerkomgevingen zijn jarenlang opgebouwd rond investeringen in hardware. Switches, access points en security-appliances werden aangeschaft, afgeschreven en periodiek vervangen. NaaS probeert dat model los te laten door infrastructuur te benaderen als een doorlopende dienst. Kosten verschuiven richting een voorspelbare abonnementsstructuur, waarbij capaciteit en functionaliteit worden afgestemd op locatie of gebruik.

Voor veel organisaties speelt budgetzekerheid een rol. Door vaste maandelijkse kosten te koppelen aan netwerkcapaciteit ontstaat meer flexibiliteit in planning en schaalbaarheid. Ook verandert het de manier waarop je als msp projecten kunt aanpakken. In plaats van eenmalige implementaties kun je verdiensten genereren uit langdurige dienstverlening en lifecyclebeheer, iets waar je bij routers en switches niet meteen aan zou denken.

De opkomst van full-stack networking

Wat de nieuwste generatie NaaS-aanbieders onderscheidt, is de mate van integratie. Waar eerdere modellen vaak bovenop bestaande hardware van verschillende leveranciers lagen, kiezen sommige partijen voor een verticaal geïntegreerde stack. Eén besturingssysteem stuurt switching, wifi, security en energiebeheer aan.

Die aanpak is vooral bedoeld om de complexiteit van beheer te verminderen. Minder losse consoles, minder licentiestructuren en een eenduidige lifecycle verlagen de operationele druk. Maar aan de andere kant is er het gevaar van een gesloten ecosysteem waarin partners en eindgebruikers sterker afhankelijk worden van één leverancier. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen rond integraties, interoperabiliteit en migratiestrategieën.

De verschuiving naar NaaS raakt ook distributie. Traditioneel draaide de rol van distributeurs om logistiek, financiering en voorraadbeheer. Nu groeit het belang van enablement, training en data-gedreven inzichten. Partners verwachten ondersteuning bij abonnementsmodellen, recurring revenue en serviceontwikkeling.

Voor distributeurs ontstaat daarmee een hybride positie tussen vendor en servicepartner. Ze bieden technische ondersteuning, commerciële begeleiding en lifecyclemanagement rondom oplossingen die minder tastbaar zijn dan klassieke hardwaredeals. NaaS versnelt deze verandering doordat marges en waarde verschuiven naar dienstverlening en langdurige klantrelaties.

Prijsmodellen veranderen het gesprek

Een opvallend element in moderne NaaS-constructies is het prijsmodel. Sommige aanbieders rekenen per locatie in plaats van per device. Dat lijkt een detail, maar heeft invloed op hoe netwerken worden ontworpen en verkocht. Het gesprek verschuift van specificaties en aantallen naar gebruiksscenario’s en schaalbaarheid.

Voor de msp biedt dat nieuwe kansen, bijvoorbeeld bij organisaties met veel vestigingen of dynamische werkplekken. Het vraagt ook om andere verkoopargumenten en een bredere blik op operationele kosten. De waarde zit minder in het product zelf en meer in de continuïteit van de dienst.

Waar komt deze ontwikkeling vandaan? Verschillende trends komen samen. Hybride werken en cloudconnectiviteit zorgen voor meer gedistribueerde netwerken. Security-eisen worden complexer en vereisen voortdurende updates. De druk om IT-omgevingen eenvoudiger te beheren met kleinere teams is voelbaar.

NaaS sluit aan bij die behoefte door infrastructuur te abstraheren tot een dienstlaag. In plaats van losse upgrades of hardwarevervanging ontstaat een model waarin netwerken voortdurend worden aangepast zonder grote migraties. Dat past bij een markt waarin organisaties sneller willen schakelen en minder afhankelijk willen zijn van langdurige implementatietrajecten.

Kanttekeningen

Hoewel de belangstelling groeit, lijkt adoptie in Europa nog wat achter te blijven. Veel organisaties beschikken over bestaande infrastructuren met lange afschrijvingstermijnen. Daarnaast spelen compliance-eisen, datasoevereiniteit en integraties met bestaande securityplatforms een rol bij de keuze voor nieuwe netwerkmodellen.

NaaS zal dan ook waarschijnlijk voorlopig nog naast traditionele architecturen blijven bestaan in plaats van deze direct te vervangen. De vraag verschuift naar hybride scenario’s, waarbij delen van het netwerk als dienst worden afgenomen terwijl andere onderdelen on-prem blijven draaien.

Of full-stack NaaS breed wordt omarmd, zal afhangen van vertrouwen in integraties, flexibiliteit van contracten en de mate waarin partners waarde kunnen toevoegen rond consultancy en beheer. Wat nu zichtbaar wordt, is vooral een verschuiving in denken: het netwerk als abonnement in plaats van bezit.

Hacken was lang synoniem met inbraak. Aanvallers forceerden hun weg naar binnen via kwetsbaarheden, malware of slecht gepatchte systemen. Dat beeld is inmiddels achterhaald. Veel incidenten beginnen tegenwoordig niet met een technische doorbraak, maar met iets dat nauwelijks te detecteren is: een geldige login, een vertrouwde sessie, een legitiem account. Hackers breken niet meer in, ze loggen in.

Safer Internet Day is traditioneel een moment van bewustwording. Over veilig wachtwoordgebruik, phishing en online gedrag. Nuttig, maar onvoldoende om te begrijpen wat er structureel is veranderd. Want wie cyberincidenten van de afgelopen jaren analyseert, ziet een duidelijke verschuiving: aanvallen draaien steeds minder om het omzeilen van beveiliging en steeds meer om het misbruiken van vertrouwen.

Van exploit naar misbruik

Technisch gezien zijn veel organisaties beter beveiligd dan ooit. Patchmanagement is volwassener, endpointbeveiliging slimmer en netwerksegmentatie strakker ingericht. Tegelijkertijd blijven incidenten zich opstapelen. Dat lijkt tegenstrijdig, tot je kijkt naar de aard van die incidenten.

Business Email Compromise, accountovernames en misbruik van cloudtoegang vormen inmiddels het grootste deel van de schadegevallen. De aanval is vaak eenvoudig: een phishingmail, een overtuigende loginpagina of een misleidende OAuth-koppeling. Geen malware, geen zero-day, geen opvallende piek in netwerkverkeer. Alleen een aanvaller die zich voordoet als een legitieme gebruiker.

Dat maakt detectie ingewikkeld. Traditionele beveiliging is ingericht op afwijkingen: onbekende bestanden, verdachte processen, ongebruikelijke verbindingen. Maar wat als de aanval bestaat uit exact datgene waarvoor de infrastructuur is ontworpen: inloggen, lezen, mailen, downloaden?

Vertrouwen als kwetsbaarheid

Identiteit is daarmee het nieuwe aanvalsoppervlak geworden. Identity management is gebouwd op aannames die niet meer houdbaar zijn. Wie eenmaal binnen is, wordt vaak vertrouwd. Rollen en rechten zijn breed, uitzonderingen stapelen zich op en monitoring richt zich vooral op technische indicatoren.

Aanvallers spelen daar handig op in. Ze bewegen zich rustig door omgevingen, observeren processen en wachten het juiste moment af. Soms wekenlang. Timing en context bepalen de schade, brute kracht speelt daarbij nauwelijks een rol. Een wijziging in een factuur. Een ogenschijnlijk logische mail aan een financiële afdeling. Een API-token dat meer toegang blijkt te hebben dan bedoeld.

Veel organisaties zijn technisch veilig ingericht, maar blijken operationeel kwetsbaar. Ze zijn kwetsbaar doordat vertrouwen nog steeds impliciet wordt toegekend.

Zero Trust nog onvoldoende

Zero Trust wordt vaak gepresenteerd als het antwoord op deze ontwikkeling. Vertrouw niemand, verifieer alles. In theorie klopt dat. In de praktijk blijft Zero Trust echter vaak steken op beleidsniveau. Multifactor-authenticatie wordt uitgerold, conditional access ingericht, maar het onderliggende gedrag verandert nauwelijks.

Accounts behouden ruime rechten, uitzonderingen blijven bestaan en signalen worden niet altijd opgevolgd. Bovendien creëert complexiteit nieuwe risico’s. Hoe meer regels, koppelingen en afhankelijkheden, hoe lastiger het wordt om overzicht te houden. Zeker in cloudomgevingen waar identiteiten, workloads en API’s voortdurend veranderen. Zero Trust zonder continue monitoring en duidelijke verantwoordelijkheden is daarmee vooral een extra laag, geen fundamentele koerswijziging.

De rol van automatisering en AI

Automatisering en AI versterken deze trend aan beide kanten. Aanvallers gebruiken AI om geloofwaardige phishingmails te schrijven, context te verzamelen en timing te perfectioneren. Verdedigers zetten AI in om afwijkend gedrag te herkennen en prioriteiten te stellen.

Het verschil zit in snelheid en schaal. Aanvallers hebben genoeg aan één succesvolle login. Verdedigers moeten elk signaal beoordelen, correleren en duiden. Dat vergroot de druk op securityteams, die steeds vaker verdrinken in alerts zonder duidelijk beeld van wat werkelijk misgaat.

Cyberveiligheid draait daarmee vooral om organisatie en verantwoordelijkheid. Wie is verantwoordelijk voor identiteitsbeheer? Wie beoordeelt gedrag? En wie durft in te grijpen als iets formeel klopt, maar inhoudelijk niet?

Veilig internet vraagt om andere vragen

Safer Internet Day draait vaak om de vraag hoe we het internet veiliger maken. Misschien is het zinvoller om een andere vraag te stellen: hoe gaan we om met een internet waarin misbruik er normaal uitziet?

Dat vraagt om andere accenten. Minder focus op nieuwe tools, meer aandacht voor het inrichten van vertrouwen. Minder aannames over ‘legitiem gebruik’, meer nadruk op context en gedrag. En vooral het besef dat veiligheid geen staat is, maar een voortdurend proces van toetsen, bijstellen en ingrijpen.

De grootste dreiging komt niet langer van buitenaf. Die zit in accounts, rechten en processen die ooit logisch waren, maar inmiddels structureel worden misbruikt. Safer Internet Day is daarom een goede aanleiding om het beveiligingsdenken opnieuw tegen het licht te houden.

Het Amerikaanse IT-dienstenbedrijf Kyndryl verkeert in zwaar weer. Het bedrijf kreeg in Nederland bekendheid door de aangekondigde overname van Solvinity, het bedrijf achter de infrastructuur waarop DigiD draait, Het aandeel van Kyndryl daalde maandag 9 februari met 55 procent na berichtgeving over een lopend onderzoek van de Amerikaanse beurswaakhond SEC en het onverwachte vertrek van twee topbestuurders.

De SEC heeft documenten opgevraagd die betrekking hebben op kasbeheer, financiële verslaglegging en interne controles. Dat blijkt uit een publicatie van de toezichthouder, waarover ook vakmedium CRN bericht. Tegelijk maakte Kyndryl bekend dat zowel de CFO als de General Counsel per direct is vertrokken. Het bedrijf heeft interim-bestuurders aangesteld om de opengevallen posities tijdelijk op te vangen.

Hoewel CEO Martin Schroeter benadrukte dat Kyndryl volledig meewerkt aan het onderzoek en dat er geen herziening van eerder gepubliceerde jaarcijfers wordt verwacht, reageerden beleggers nerveus. Het aandeel sloot de handelsdag op 10,59 dollar, tegenover 23,60 dollar aan het begin van de dag.

De onrust komt bovenop tegenvallende financiële resultaten. De nettowinst over het derde kwartaal van het lopende boekjaar daalde naar 57 miljoen dollar, tegenover 215 miljoen dollar in dezelfde periode een jaar eerder. Kyndryl wijt deze terugval onder meer aan langere verkoopcycli, die volgens het bedrijf samenhangen met onzekerheid rond regelgeving voor AI.

Inmiddels hebben meerdere Amerikaanse advocatenkantoren aangekondigd onderzoeken te starten naar mogelijke misleiding van investeerders. Daarnaast stelt Kyndryl de indiening van het officiële kwartaalverslag (10-Q) voorlopig uit.

De problemen bij Kyndryl spelen tegen de achtergrond van de voorgenomen overname van Solvinity in Nederland. Die overname ligt al onder een vergrootglas vanwege vragen rond digitale soevereiniteit en de rol van buitenlandse partijen bij vitale digitale infrastructuur. Vooralsnog is er geen aanwijzing dat het SEC-onderzoek direct verband houdt met deze overname, maar de recente ontwikkelingen vergroten wel de onzekerheid rond het bedrijf.

Kyndryl is in 2021 ontstaan als afsplitsing van IBM. Het bedrijf nam daarbij IBM’s wereldwijde managed infrastructure services over en positioneerde zich als zelfstandige speler op het gebied van IT-dienstverlening voor grote organisaties. Sinds de verzelfstandiging is Kyndryl actief bezig met het aanscherpen van zijn portfolio en het uitbreiden van zijn aanwezigheid via samenwerkingen en overnames, waaronder de voorgenomen overname van Solvinity. Er werken zo’n 73 duizend mensen.

De maakindustrie staat aan de vooravond van een nieuwe fase. Personeelstekorten, grillige supply chains en stijgende kosten blijven de agenda bepalen. Tegelijkertijd verandert de manier waarop bedrijven met die uitdagingen omgaan. Recent onderzoek van ECI Software Solutions en marktanalyses van IFS laten zien dat steeds meer maakbedrijven ERP zien als hun centrale stuurinstrument. Niet alleen voor administratie en planning, maar als fundament onder digitalisering, AI en datagedreven besluitvorming.

Het Hero Report van ECI schetst een sector die onder druk staat en tegelijk voorzichtig vooruitkijkt. Ruim de helft van de ondervraagde maakbedrijven verwacht groei in 2026. Tegelijkertijd noemt 43 procent personeelsschaarste als grootste risico. Ook beperkte budgetten en een gebrek aan kennis blijven een rol spelen.

Voorzichtig optimisme onder druk

Die combinatie verklaart waarom veel kleine en middelgrote maakbedrijven investeren in technologie die snel overzicht biedt. De focus ligt op systemen die direct helpen om grip te krijgen op kosten, planning en voorraad. Cloudgebaseerde ERP-oplossingen spelen daarin een steeds grotere rol. Opvallend is dat de meeste bedrijven zichzelf nog in een vroege digitaliseringsfase plaatsen. Slechts een klein deel noemt zijn processen volledig geoptimaliseerd. In veel organisaties is inmiddels veel data beschikbaar, terwijl het inzicht daarin beperkt blijft.

De afgelopen jaren hebben veel maakbedrijven losse digitaliseringsstappen gezet. Er kwam software voor planning, aparte systemen voor voorraadbeheer en dashboards voor rapportage. Dat leverde op korte termijn voordelen op, maar zorgde ook voor versnippering. Data staat verspreid over meerdere applicaties, rapportages vergen veel handwerk en scenario’s zijn lastig door te rekenen. IFS signaleert dat veel organisaties nog werken in silo’s. Afdelingen zijn wel gedigitaliseerd, maar nauwelijks geïntegreerd. Daardoor blijft de waarde van analytics en AI-toepassingen vaak beperkt tot afzonderlijke processen.

ERP krijgt in dat landschap steeds vaker de rol van verbindend platform dat deze fragmentatie moet doorbreken. Door processen, transacties en planningen samen te brengen, ontstaat één gedeelde informatiebasis. Zonder die basis blijven organisaties vooral reactief werken. Beslissingen worden genomen op basis van achterhaalde cijfers of onvolledige rapportages, wat de wendbaarheid beperkt.

ERP als fundament voor AI en automatisering

De belangstelling voor AI groeit snel. In het ECI-onderzoek staat bijna drie kwart van de bedrijven positief tegenover AI. Tegelijkertijd ziet bijna de helft nog geen meetbaar resultaat. Dat hangt nauw samen met de kwaliteit en samenhang van onderliggende data. Zonder consistente, actuele en geïntegreerde informatie blijven AI-toepassingen beperkt tot kleinschalige experimenten. Wanneer kernprocessen via ERP met elkaar verbonden zijn, ontstaat een fundament voor verdere automatisering. Dat vertaalt zich in voorspellende planning, realtime inzicht in knelpunten, slimmere voorraadoptimalisatie en betere ondersteuning bij capaciteitsbeslissingen. In die context verschuift ERP steeds meer richting dataplatform voor operationele intelligentie.

Een belangrijk verschil met eerdere digitaliseringsgolven is de nadruk op continu inzicht. Volgens IFS verandert supply chain-analyse van een periodieke activiteit in een doorlopende functie. Met behulp van AI-ondersteunde simulaties kunnen bedrijven scenario’s blijven doorrekenen en zich beter voorbereiden op verstoringen. Dat vraagt om actuele data uit productie, logistiek, inkoop en service. ERP fungeert daarbij als centraal knooppunt waar deze informatiestromen samenkomen. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid. Wat jarenlang draaide om jaarlijkse rapportages en audits, ontwikkelt zich steeds meer tot een operationele stuurvariabele. Energieverbruik, afvalstromen en emissies moeten structureel gemonitord en bijgestuurd worden.

Beeld: iStock

Efficiëntie als blijvende motor

Ondanks alle technologische ontwikkelingen blijft efficiëntie de belangrijkste reden om te investeren. Vrijwel alle ondervraagde bedrijven noemen dit als belangrijkste motivatie, gevolgd door kostenreductie. In de praktijk wordt ERP daarom vooral ingezet voor kostprijsberekening, productieplanning en voorraadbeheer. Relatief weinig bedrijven gebruiken hun ERP-omgeving al voor strategische prognoses en langetermijnscenario’s.

Een tweede belangrijke ontwikkeling is de groeiende vraag naar gespecialiseerde software. Generieke pakketten sluiten steeds minder aan op de praktijk van nicheproducenten, machinebouwers en toeleveranciers. Volgens ECI zoeken bedrijven vooral naar oplossingen die aansluiten op hun werkvloer, processen en regelgeving. Dat vraagt om branchegerichte ERP-oplossingen met ingebouwde kennis van productieflows, kwaliteitscontrole en certificering.

IFS verwacht dat humanoïde en mobiele robots de komende jaren een grotere rol krijgen op de productievloer. Die ontwikkeling hangt samen met personeelstekorten en productiviteitsdruk. In omgevingen waar mensen, machines en robots samenwerken, moeten planning, onderhoud, kwaliteitsdata en logistiek naadloos op elkaar aansluiten. ERP vormt daarbij het coördinerende systeem dat deze processen verbindt. De fabriek van de toekomst wordt daarmee geautomatiseerd en vooral geïntegreerd.

Organisatie en vaardigheden als doorslaggevende factor

Technologie vormt zelden de grootste belemmering. Uit het ECI-onderzoek blijkt dat gebrek aan tijd, kennis en vaardigheden minstens zo zwaar weegt als budget. Veel bedrijven beschikken over systemen en data, terwijl het vermogen ontbreekt om daar structureel waarde uit te halen. Daarnaast zijn organisatiestructuren vaak nog ingericht op traditionele afdelingen, wat samenwerking tussen mens en AI bemoeilijkt. ERP-implementatie vraagt daarom ook om procesherziening, training, aandacht voor datakwaliteit en nieuwe rollen rond analyse en planning. Zonder die randvoorwaarden blijft het potentieel onbenut.

Beide onderzoeken maken duidelijk dat ERP verschuift van ondersteunend systeem naar strategisch fundament. Niet als doel op zich, maar als voorwaarde voor verdere digitalisering, AI-toepassing en operationele wendbaarheid. Voor veel maakbedrijven betekent dit een kantelpunt. De inzet van ERP bepaalt in toenemende mate hoe snel organisaties kunnen reageren op marktveranderingen, omgaan met schaarse capaciteit en investeren in nieuwe technologie. In een sector waar marges onder druk staan en personeel schaars blijft, ontwikkelt ERP zich daarmee tot een structurele randvoorwaarde voor concurrentiekracht.

Vergaderruimtes, winkels en kantoren worden steeds digitaler, maar achter een modern scherm gaat veel meer schuil dan alleen beeld. Software, beheer, connectiviteit en partnerschap bepalen in toenemende mate de waarde van professionele displays. Tijdens ISE in Barcelona schetst Mildo Meijer, Head of Marketing & Operations B2B Display bij Samsung Electronics Benelux hoe schermen uitgroeien tot een vast onderdeel van IT- en bedrijfsinfrastructuren.

Volgens Meijer is het tijdperk waarin een display op zichzelf stond, definitief voorbij. “In een vergaderruimte gaat het niet meer alleen om een scherm. Het gaat om camera’s, software, connectiviteit en beheer. Wij zijn eigenlijk altijd onderdeel van een totale propositie.”

Die gedachte geldt niet alleen voor meetingrooms, maar ook voor sectoren als retail en hospitality. Digitale schermen maken het mogelijk om content centraal aan te sturen en gelijktijdig te wijzigen. “Dat is het grote voordeel ten opzichte van papier. Je weet dat je merk overal consistent wordt gepresenteerd.”

Achter die zichtbare laag zit software die zorgt voor beheer, monitoring en contentdistributie. Samsung levert daarvoor eigen tooling, in de vorm van het cloudgebaseerde platform VXT, dat wordt gebruikt voor het centraal beheren en plannen van content, het op afstand monitoren van schermen en het verzamelen van basisinformatie over prestaties en beschikbaarheid. Samsung laat ook ruimte voor oplossingen van derden. “We willen flexibel blijven. Partners moeten hun eigen keuzes kunnen maken.”

Partnerschap als kernstrategie

Samsung levert zijn professionele oplossingen vrijwel altijd via partners. Dat is volgens Meijer een bewuste strategie. “Samenwerking zit in de kern van ons bedrijf. Je combineert zo het beste van meerdere werelden.” Tegelijkertijd kiest Samsung ervoor om resellers niet strak te sturen met vaste proposities of verplichte modellen. “Veel AV-partners werken met maatwerk. Als wij te veel gaan voorschrijven, haken ze af. Wij willen aanvullend zijn, niet beperkend.”

Daarmee wil het bedrijf zich onderscheiden van de aanpak van partijen die complete, vooraf gedefinieerde oplossingen aanbieden. In de AV-markt blijft ruimte voor specialistische integratie en maatwerk belangrijk. “Bij boardrooms of high-end vergaderruimtes wil elke klant iets anders. Dat is waar partners hun waarde toevoegen.”

Van consumenten naar zakelijk

Samsung is bij het grote publiek vooral bekend als consumentenmerk. In de zakelijke markt speelt dat imago volgens Meijer juist in het voordeel. “De merknaam staat voor kwaliteit. Die lading nemen we mee naar B2B, maar daar komen andere eisen bij: zekerheid, veiligheid en continuïteit.”

Zakelijke klanten willen weten dat een leverancier ook op langere termijn verantwoordelijkheid neemt. “Als er iets misgaat, verwachten klanten dat Samsung het oplost. Die verwachting moeten we waarmaken.” Volgens Meijer wordt dat in de praktijk ook herkend. “Partners en eindgebruikers weten dat wij achter onze producten staan. Dat schept vertrouwen.”

Ecosystemen en software

Hoewel Samsung sterk inzet op samenwerking met partners, bouwt het bedrijf ook eigen ecosystemen, met name rond digital signage. De bijbehorende beheersoftware speelt daarin een centrale rol. “Hardware wordt steeds meer uitwisselbaar. Dan wordt de softwarelaag belangrijk. Daarmee kun je prestaties optimaliseren en het beheer vereenvoudigen.” Het uitgangspunt is steeds de klantbehoefte. “Je kijkt van buiten naar binnen: wat heeft deze organisatie nodig om haar schermen optimaal te laten functioneren?”

Een belangrijk thema in het gesprek is het verschil tussen consumenten-tv’s en professionele displays. Dat onderscheid is voor veel organisaties nog niet altijd duidelijk. “Een professioneel display is gebouwd op lange branduren, soms 16 uur per dag, zeven dagen per week,” legt Meijer uit. “Een gewone tv is daar niet voor gemaakt.” Daarnaast spelen duurzaamheid, helderheid en betrouwbaarheid een grote rol. “Na een half jaar verkleuring of uitval wil niemand. In professionele omgevingen moet het gewoon blijven werken.” Volgens Meijer is dat ook zichtbaar bij nieuwe technologieën zoals LED-wanden. “Je ziet grote kwaliteitsverschillen. Sommige systemen gaan tien jaar mee, andere vertonen snel defecten.”

Displays als onderdeel van IT-infrastructuur

Sinds corona zijn schermen steeds meer geïntegreerd geraakt in IT-omgevingen. Vergaderruimtes zijn uitgegroeid tot volwaardige digitale werkplekken. “IT-managers willen weten of een scherm werkt, of er storingen zijn, en daar automatisch meldingen over krijgen,” zegt Meijer. “Een meetingroom is inmiddels gewoon een onderdeel van het netwerk.” Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid deels van AV naar IT. Betrouwbaarheid en beheer op afstand worden belangrijker dan ooit.

Ook AI komt aan bod, met name in relatie tot nieuwe interactieve toepassingen. Meijer ziet displays steeds vaker als interface voor AI-diensten. “AI is vaak onzichtbaar. De vraag is: hoe maak je het bruikbaar voor mensen? Displays kunnen daar een rol in spelen.” Voorbeelden zijn interactieve balies, digitale assistenten en virtuele agents in winkels of kantoren. “Je ziet start-ups die AI koppelen aan visuele presentaties. Dat geeft hun oplossingen meer beleving.” Daarnaast wordt AI ingezet voor beeldoptimalisatie. “Onze Vision AI past het scherm aan op de omgeving, zodat je altijd de beste kijkervaring hebt.”

Ontwikkelingen in werkplekmonitoren

Professionele monitoren voor werkplekken veranderen. Volgens Meijer draait het steeds meer om eenvoud en integratie. “Met één USB-C-kabel kun je tegenwoordig je hele werkplek aansluiten. Dat is standaard aan het worden.” Duurzaamheid speelt eveneens een grotere rol, met schermen die automatisch dimmen of uitschakelen. Daarnaast groeit het formaat. “We bewegen van 24 en 27 inch richting 34 inch en groter, vaak curved.” Nieuwe technologieën komen vaak uit de gamingmarkt. “Daar zie je innovaties zoals brilvrij 3D. Die sijpelen later door naar zakelijke toepassingen.”

Als Meijer vooruitkijkt, hoopt hij dat Samsung zich verder ontwikkelt tot een brede zakelijke technologiepartner. “Niet alleen displays, maar ook mobiele apparaten, klimaatoplossingen en andere systemen. Alles komt samen in geïntegreerde omgevingen.” Die kruisbestuiving ziet hij al bij grote klanten. “Je begint met één productlijn en groeit door naar een bredere samenwerking.”

 

Tijdens ISE 2026 in Barcelona heeft HP nieuwe producten en platformupdates gepresenteerd voor hybride werken en digitale samenwerking. De aankondigingen richten zich op headsets, videoconferentie-oplossingen en BYOD-vergaderruimtes, met als doel ondersteuning van moderne werkvormen en centraal beheer door IT-teams.

Een belangrijk onderdeel van de presentatie is de introductie van de HP Poly Mission Series. Deze nieuwe lijn bedrade USB-headsets is bedoeld voor hybride werkomgevingen en richt zich op spraakkwaliteit, draagcomfort en duurzaamheid. De serie bestaat uit drie modellen, met oplopende specificaties op het gebied van microfoons en actieve ruisonderdrukking. Alle modellen zijn gecertificeerd voor gebruik met onder meer Microsoft Teams, Zoom en Google Meet. Volgens HP zijn de headsets ontworpen met vervangbare onderdelen en duurzame materialen, om de levensduur te verlengen.

Naast audio-oplossingen presenteert HP een nieuwe versie van zijn videoplatform met Poly VideoOS 5.0. Deze update is gebaseerd op Android 13 en vormt de basis voor toekomstige software-ontwikkelingen binnen het Poly-videoportfolio. De nieuwe versie ondersteunt onder meer verbeterde cameraframes, AI-ruisreductie, multi-microfoonmixing en snellere bediening via touchcontrollers. HP geeft aan dat het platform ondersteuning biedt tot en met 2032 en voorbereid is op toekomstige Android-versies.

Ook op het gebied van vergaderruimtes introduceert HP nieuwe oplossingen. Met de Poly Studio V12 videobar in combinatie met het Thunderbolt 4 180W G6 Dock richt het bedrijf zich op BYOD-omgevingen. Deze opstelling maakt het mogelijk om met één kabel toegang te krijgen tot camera’s, microfoons, luidsprekers en displays in de vergaderruimte, terwijl de laptop tegelijk wordt opgeladen. Beheer en monitoring verlopen via het Poly Lens-platform.

Daarnaast toont HP op ISE de oplossing HP Dimension met Google Beam, voorheen bekend als Project Starline. Deze technologie maakt gebruik van meerdere camera’s, ruimtelijke audio en AI om driedimensionale videocommunicatie mogelijk te maken zonder extra apparatuur voor gebruikers. De oplossing is bedoeld voor organisaties die inzetten op hoogwaardige virtuele samenwerking.

Wat betreft beschikbaarheid meldt HP dat de Poly Mission 400- en 600-series vanaf maart leverbaar zijn, terwijl de 800-serie in april volgt. Poly VideoOS 5.0 verschijnt in februari 2026. De Poly Studio V12 en het Thunderbolt 4 G6 Dock zijn inmiddels beschikbaar. Prijzen voor de Benelux worden later bekendgemaakt.

Met de aankondigingen op ISE breidt HP zijn aanbod voor hybride werken verder uit, met een combinatie van hardware, software en beheerplatforms die zijn gericht op integratie binnen bestaande IT- en samenwerkingsomgevingen.

Tijdens ISE 2026 in Barcelona presenteren fabrikanten hun nieuwste oplossingen op het snijvlak van audiovisuele technologie, IT-infrastructuur en AI-ondersteuning. Opvallend is dat veel aankondigingen niet zozeer draaien om losse hardware-innovaties, maar om integratie, beheer en automatisering. Vergaderruimtes, digitale signage en samenwerkingstools groeien steeds verder naar elkaar toe.

Een duidelijk voorbeeld daarvan is de presentatie van Lenovo en Huddly. De bedrijven tonen samen nieuwe vergaderruimte-oplossingen rond de ThinkSmart Core Gen 2, waarin AI-ondersteunde video- en audiotechnologie wordt gecombineerd met native ondersteuning voor Microsoft Teams Rooms en Zoom Rooms. De nadruk ligt op automatische framing, ruisonderdrukking en centraal beheer. Daarmee worden vergaderruimtes steeds meer neergezet als gestandaardiseerde IT-diensten, die eenvoudig op grotere schaal zijn uit te rollen.

Ook op het gebied van visuele communicatie is verdere professionalisering zichtbaar. Dahua Technology presenteert op ISE een vernieuwd portfolio LED-displays voor toepassingen in onder meer retail, controlekamers en bedrijfslobby’s. De focus ligt op betrouwbaarheid, langdurig gebruik en eenvoudiger beheer binnen grotere installaties. LED-walls ontwikkelen zich daarmee steeds meer tot vaste communicatieplatforms, in plaats van incidentele eyecatchers.

Binnen samenwerkingsomgevingen krijgt audio eveneens meer aandacht. Sennheiser toont diverse microfoonsystemen en bundels die zijn afgestemd op hybride vergaderen en integratie met UC-platforms. Met name plafondmicrofoons en vooraf gecertificeerde oplossingen spelen in op de vraag naar stabiele geluidskwaliteit zonder complexe installatie. In steeds meer projecten wordt audio gezien als een bepalende factor voor de gebruikerservaring.

Daarnaast laat ISE zien dat ook broadcasttechnologie zijn weg vindt naar zakelijke omgevingen. Mark Roberts Motion Control demonstreert geavanceerde robotische camerasystemen waarmee camerabewegingen volledig te automatiseren zijn. Deze technologie wordt niet alleen meer ingezet in studio’s, maar ook bij bedrijfscommunicatie, livestreams en hybride evenementen. Daarmee vervaagt de grens tussen professionele mediaomgevingen en corporate AV-installaties.

Naast productintroducties is er op ISE 2026 veel aandacht voor AI en cybersecurity. In het conferentieprogramma staan meerdere sessies en summits centraal rond netwerkbeveiliging, remote beheer en software-updates. Naarmate AV-systemen sterker worden gekoppeld aan IT-infrastructuren, groeit ook de behoefte aan structurele beveiliging. Fabrikanten spelen hierop in met uitgebreidere monitoring- en beheermogelijkheden. Tegelijkertijd wordt AI steeds vaker ingezet voor beeldverwerking, contentoptimalisatie en gebruikersondersteuning.

Over de verschillende aankondigingen heen tekenen zich enkele duidelijke lijnen af. Vergaderruimtes worden steeds meer als IT-dienst ingericht, displays ontwikkelen zich tot communicatieplatforms en audio krijgt een centralere rol binnen samenwerking. Tegelijkertijd vindt broadcasttechnologie zijn weg naar zakelijke toepassingen en wordt beheer en beveiliging een vast onderdeel van AV-projecten.

ISE 2026 laat daarmee zien dat de grenzen tussen AV, IT en collaboration verder vervagen. Voor leveranciers, integrators en dienstverleners betekent dit dat projecten complexer worden, maar ook meer kansen bieden voor geïntegreerde dienstverlening waarin techniek, beheer en gebruikservaring samenkomen.