Marktplaats voor cloud-commerce Pax8 heeft bekendgemaakt dat het Microsoft Dynamics 365 Business Central-serviceorganisatie Bam Boom Cloud heeft overgenomen. Met de overname wil Pax8 het voor MSP’s gemakkelijker maken nieuwe zakelijke dienstverleningsaanbiedingen toe te voegen met behulp van Microsoft Dynamics.

“Automatisering van bedrijfsprocessen zit in de lift en de overname van Bam Boom stelt ons in staat om nieuwe, eenvoudige go-to-market-strategieën en -services te creëren voor partners om voort te bouwen op hun Microsoft Dynamics-technologieaanbod”, aldus John Street, Chief Executive Officer bij Pax8 .

Bam Boom heeft ruim 135 medewerkers in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, India en Canada. Bam Boom biedt oplossingen voor kleine en middelgrote bedrijven tegen vaste maandelijkse prijzen.

“We zijn verheugd dat Bam Boom zich aansluit bij Pax8 om onze technologische oplossingen op te schalen naar het kanaal”, zegt Vicky Critchley, CEO van Bam Boom. “Pax8 stelt ons in staat om ons bereik uit te breiden en meer bedrijven te helpen groeien met zakelijke oplossingen van Microsoft.”

Overigens maakte Pax8 ook bekend dat Rob Rae is benoemd tot Corporate Vice President of Community and Ecosystems. Rae rapporteert aan Nick Heddy, Chief Commerce Officer bij Pax8.

Rae heeft meer dan 25 jaar ervaring in de technologiebranche. Tot voor kort was hij Senior Vice President of Business Development bij Datto, waar hij een cruciale rol speelde bij het ontwikkelen van de go-to-marketstrategie van Datto gericht op partnergroei.

De publieke opinie heeft nog steeds moeite om het energiegebruik van datacenters in het juiste perspectief te zetten. Dat neemt niet weg dat er hard gewerkt wordt door de industrie om het energieverbruik terug te dringen en andere maatregelen te nemen. Een mogelijkheid is het inzetten van brandstofcellen, betoogt Arturo Di Filippi, Global Offering Manager voor smart power en EMEA Business Manager bij Vertiv.

Datacenters blijven investeren om tegemoet te komen aan toenemende eisen van consumenten en bedrijven als het gaat om rekenkracht en digitale diensten. Hierbij zullen zij rekening moeten houden met aangescherpte wet- en regelgeving in het kader van duurzaamheid en de beperking van de CO2-uitstoot. Mede door een dynamische maatschappelijke discussie komt duurzaamheid in het datacenter dan ook centraal te staan. Het inzetten van brandstofcellen om energie te genereren is een deel van de oplossing.

De datacenterindustrie is groeiende en bedrijven in deze sector zoeken naar mogelijkheden om uit te breiden. Hierbij lopen zij tegen verschillende grenzen aan. De grond waarop zij hun faciliteiten willen bouwen wordt steeds kostbaarder en er zijn beperkingen rondom de stroomvoorziening. Overheden kijken kritisch naar plannen van grootschalige datacenters om uit te breiden, ook vanwege de CO2-footprint die deze ondernemingen achterlaten. De vraag is dan ook hoe datacenters kunnen voldoen aan de toenemende vraag naar rekencapaciteit in de samenleving. Deze behoefte blijft immers onverminderd groot, vooral door data-intensieve toepassingen als artificial intelligence en de opkomst van 5G. Je wilt dus naar een situatie waarin je kunt groeien en de capaciteit kunt uitbreiden, terwijl tegelijkertijd de CO2-uitstoot kan worden gereduceerd en ambities op het gebied van duurzaamheid worden ingevuld.

opslag waterstof voor brandstofcellen

Opslag van waterstof voor brandstofcellen

Brandstofcellen specifiek voor het datacenter

Een deel van de oplossing ligt in de inzet van brandstofcellen om elektriciteit te produceren. Hiervoor kunnen diverse brandstoffen gebruikt worden, waaronder waterstof. Brandstofcellen worden al sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw toegepast en worden al langere tijd aangeduid als schone en efficiënte stroomvoorziening voor consument en industrie. Ook de datacenterindustrie wordt genoemd. De vooruitgang is traag verlopen, maar in het kader van een Europees waterstof- en brandstofcelproject komt er nu schot in de zaak. Dit betreft het Clean Hydrogen Partnership, een publiek-privaat partnerschap dat onderzoeks- en innovatieactiviteiten op het gebied van waterstoftechnologieën in Europa ondersteunt. Vanuit dit initiatief, waar ook de Europese Commissie deel van uitmaakt, krijgt een consortium van bedrijven geld om aan de ontwikkeling van brandstofcellen specifiek voor het datacenter te werken. Vertiv maakt ook deel uit van dit consortium, genaamd EcoEdge PrimePower (E2P2).

Brandstofcellen: schonere en stillere stroomoplossing

Dit consortium is bezig met het ontwikkelen van een proof-of-concept voor het leveren van groene stroom uit koolstofarme brandstofcellen aan datacenters. Het consortium probeert vaste-oxide brandstofcellen te integreren met noodstroomvoorziening (UPS)-technologie en lithium-ionbatterijen om schone primaire energie te leveren voor datacenters en andere kritieke infrastructuur. Brandstofcellen worden gezien als een schonere en stillere stroomoplossing die de druk op stedelijke elektriciteitsnetten kan verminderen. Ze kunnen on-site op een datacentercampus worden ingezet en werken op aardgas, biogas, vloeibaar petroleumgas (LPG) of groene waterstof, dat kan worden getransporteerd en gedistribueerd over bestaande gasnetwerken.

brandstofcel schematisch

Schematische voorstelling van een brandstofcel op basis van waterstof.

Fossiele energiebronnen drastisch reduceren

Op langere termijn is de verwachting dat brandstofcellen de weg vrijmaken voor het gebruik van groene waterstof voor zowel back-upsystemen als voor primaire stroomvoorziening. Vooral in de back-up wordt nu nog gebruikgemaakt van dieselgeneratoren en daar moeten we vanaf. Brandstofcellen moeten de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen drastisch reduceren. Het is een goede zaak dat de complete keten in de datacenterindustrie de handen ineenslaat. Zo wordt er ook nagedacht over het transport en zijn alle inspanningen erop gericht oplossingen te ontwikkelen die eenvoudig in bestaande fysieke omgevingen geïmplementeerd kunnen worden.

Klimaatneutrale datacenters

Alle betrokken partijen zetten hun expertise in om een ​​geïntegreerde brandstofcelmodule te ontwerpen en ontwikkelen. Niet alleen om daadwerkelijk brandstofcellen en waterstof efficiënt in te kunnen zetten, maar ook om slimme oplossingen eenvoudig in een bestaande omgeving te kunnen implementeren. Het doel om tot klimaatneutrale datacenters te komen, leek lange tijd ver weg. Maar nu de sector gaat samenwerken, lijkt er veel mogelijk. Onder druk wordt alles vloeibaar.

TD SYNNEX Maverick heeft Andy Evans aangesteld als Senior Commercial Director voor zijn Europese activiteiten. Evans heeft ruim 30 jaar ervaring in de AV/IT-industrie, en wordt verantwoordelijk voor de bedrijfsstrategie van TD SYNNEX Maverick.

Andy Evans: “Na jarenlang met Maverick als klant te hebben gewerkt, ben ik erg verheugd om deel uit te maken van het Europese team in deze cruciale tijd voor de industrie en het bedrijfsleven. Mijn focus zal zijn om met onze partners samen te werken om de enorme kansen die voor ons liggen te maximaliseren. Met ISE om de hoek kijk ik er echt naar uit om het team in actie te zien om onze strategie voor dit jaar te demonstreren op onze IS-SKI-stand.”

Hugo Graça, senior vice president, Specialized Solutions, Europe, bij TD SYNNEX, zei: “Andy staat bekend om zijn kennis van samenwerkingstechnologie, het kanaal en onze brancheverticalen. Hij wordt van onschatbare waarde voor onze teams in heel Europa en we zijn blij met zijn leiderschap in het bedrijf.”

Tijdens zijn carrière bekleedde Andy functies als commercieel directeur bij integratiebedrijven, waaronder Electrosonic en Kinly, en seniorposities bij Viju en Cisco. In zijn nieuwe functie maakt hij deel uit van het senior managementteam van Maverick, waar hij toezicht houdt op de strategie voor smart spaces, leveranciersrelaties en kanaalverkoop in heel Europa. Evans is gestationeerd in het VK.

Energiebeheer software kan helpen om energie te besparen, maar toch gebruikt maar 23 procent van het mkb in Nederland het. Dat blijkt uit onderzoek van softwarevergelijker Capterra. 

Zestien procent van het mkb dat de gevolgen van de gestegen energieprijzen voelt, zegt te vrezen voor zijn voortbestaan. Meer dan viervijfde zegt dat de stijging grote impact heeft op het bedrijf. Minimale impact wordt gevoeld door 52 procent. Daarnaast is er nog een grote groep bedrijven (45%) die de huidige stijging van de energieprijzen nog maar net aankan, maar voor faillissement vreest als de energiekosten nog verder stijgen, zegt het onderzoek. “De prijsstijgingen zijn aanzienlijk te noemen. Zo schat één op de vijf respondenten tussen 50% en 200% meer aan energiekosten kwijt te zijn.”

Energiebeheer software is onbekend

Energiebeheer software kan helpen om de kosten beheersbaar te houden. maar een aanzienlijke groep mkb-ondernemingen blijkt nog niet op de hoogte hiervan. Zo zegt een gecombineerde 43% van de respondenten dat ze niet het concept én de naam ervan kenden (31%), of wel de naam kenden maar niet het concept erachter (13%). Slechts 17% van de ondervraagden kende zowel de naam als het concept van energiemanagement software. Er is wel een kleine groep binnen het mkb die gebruik maakt van energiebeheer software: 23 procent, waarbij 10 procent zegt het al langer te gebruiken en 13 procent sinds de start van de energiecrisis.

De grootste groep ondervraagde mkb-ondernemingen (48%) gebruikt nog geen energiebeheer software maar is er wel in geïnteresseerd. Een belangrijke reden dat deze groep het nog gebruikt, is omdat ze dergelijke software tot nu toe niet belangrijk vonden (44%). Daarnaast zegt een grote groep van de geïnteresseerde mkb-bedrijven (43%) dat ze niet wisten hoe bruikbaar deze software kan zijn. Naast de groep geïnteresseerde mkb-ondernemingen, zegt 30% van de respondenten dat hun bedrijf geen energiebeheer software gebruikt en er ook niet geïnteresseerd in is. Bijna de helft van deze groep (48%) denkt dat een dergelijk programma simpelweg niet nodig is.

Het onderzoek naar energiebeheer software vond plaats in november 2022 onder 260 mkb-ondernemers met meerdere werknemers.

Cloudcomputing-leverancier Nutanix kondigt wijzigingen aan in het partnerprogramma. Het bedrijf wil het daarmee gemakkelijker maken om partners gedurende de gehele levenscyclus van een project te belonen.

Nutanix komt daarvoor met een Referral Program dat meer ondersteuning biedt voor de verschillende bedrijfsmodellen en het ecosysteem van partners waarmee klanten in zee gaan, afhankelijk van waar ze zich in hun aankoopcyclus bevinden. Het is de bedoeling dat vooral partners die hun klanten al vroeg in het aankooptraject helpen met het vormgeven van hun strategie extra beloond worden. Datzelfde geldt voor ISV-partners die meer betrokken zijn bij de branche op applicatieniveau, maar mogelijk niet betrokken zijn bij de eindtransactie.

In de kern betekent het dat het Nutanix ‘Referral Program’ in staat moet zijn om alle partners te erkennen die betrokken zijn bij het aankooptraject van een klant en op die manier helpt met het opbouwen van winstgevende samenwerkingen. “Dit laat duidelijk aan de industrie zien welke waarde Nutanix hecht aan zijn gehele partnerecosysteem en de klanten. Het benadrukt ook hoe het Elevate-partnerprogramma zich blijft ontwikkelen om de winstgevendheid van partners te maximaliseren, gebaseerd op de kansen die zich voordoen”, schrijft het bedrijf in een persbericht.

Adam Tarbox, Vice President of EMEA Channel Sales bij Nutanix: “Analisten vertellen dat klanten tijdens de gehele levenscyclus van een project met ten minste zeven partners te maken hebben. Desondanks hebben leveranciers, traditioneel gezien, de neiging om slechts bezig te zijn met de partners die bij de daadwerkelijke transactie betrokken zijn en die te belonen. Daarbij vergeten ze het hele ecosysteem rond elke deal. Wij veranderen dat met ons nieuwe ‘Referral Program’, dat in het leven is geroepen om meer van onze partners te belonen die bij het proces betrokken zijn. Het gaat dan met name om degenen die klanten helpen met het vormgeven van hun strategie in de vroege stadia van een project en hen ondersteunen tijdens het aankoopproces.”

IT-dienstverlener DDM Consulting gaat zich aansluiten bij het partnernetwerk van Talkdesk, een leverancier van cloud-contactcenters. Talkdesk wordt daarmee toegevoegd aan het portfolio van contactcenteroplossingen van DDM.

“De klantervaring overschaduwt in rap tempo de producten en diensten die organisaties leveren en wordt hiermee de belangrijkste drijfveer bij het opbouwen van merkvertrouwen en -loyaliteit”, aldus Stew Hale, Regional Vice President bij Talkdesk. “Steeds meer organisaties zien dit in en ontwikkelen hun contactcenters tot een strategisch middel om betere klantervaringen mogelijk te maken. DDM Consulting zet zich in om bedrijven te helpen die transformatie te maken en betere klantbetrokkenheid te creëren met een Talkdesk-oplossing die het best aansluit bij hun unieke behoeften en CX-doelen.”

Napoleon Theuns, CEO van DDM Consulting: “Als trusted advisor is het onze missie om organisaties maximaal te ondersteunen in het realiseren van hun CX-doelstellingen. De samenwerking met Talkdesk past hier perfect bij.”

DDM Consulting heeft het hoofdkantoor in België en kantoren in Nederland en Duitsland. Onder de klanten zijn bekende namen zoals Miele, Telenet en Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem.

Foto: Ruud van Asperen, Regional Channel Manager Benelux & DACH Talkdesk en Napoleon Theuns, CEO DDM Consulting.

Het wordt voor bedrijven verplicht om te zorgen dat ook mensen met een beperking toegang hebben tot digitale diensten en producten. Dat is een gevolg van de European Accessibility Act die vanaf dit jaar stapsgewijs wordt geïmplementeerd. MKB-Nederland neemt het voortouw om zijn achterban voor te bereiden. Zo was er afgelopen vrijdag een ronde tafel, georganiseerd samen met VNO-NVW.

Op grond van de Europese richtlijn moeten verschillende (digitale) diensten en producten die ondernemers leveren of gebruiken, op 28 juni 2025 toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. ‘Het is belangrijk dat iedereen in onze samenleving ook digitaal volop kan meedoen. Tegelijk vraagt deze richtlijn het nodige van bedrijven. Van belang is dat zij tijdig met hun voorbereidingen beginnen en ondersteuning krijgen van hun leveranciers’, zo zei voorzitter Jacco Vonhof van MKB-Nederland bij de ronde tafel.
Nederland telt 2,5 miljoen mensen met een beperking. Voor mensen met een visuele beperking (circa 300.000) maar ook bijvoorbeeld laaggeletterden, is het bezoeken en gebruiken van websites, apps, maar bijvoorbeeld ook mobiele pinapparaten en automaten voor kaartverkoop, vaak moeilijk of zelfs onmogelijk. De European Accessibility Act, die in 2023/2024 in Nederland wordt geïmplementeerd en vanaf 28 juni 2025 ook wordt gehandhaafd, moet daar een einde aan maken. De richtlijn stelt eisen aan de toegankelijkheid van digitale producten en diensten die bedrijven leveren of gebruiken. Alleen voor kleinere bedrijven (maximaal 10 fte en een omzet tot 2 miljoen euro) die diensten leveren, geldt een uitzondering. De websites en apps van overheidsinstellingen moeten al sinds september 2020 aan de digitale toegankelijkheidseisen voldoen.
Voortrekkersrol
Deelnemers aan de ronde tafelbijeenkomst in de Malietoren in Den-Haag waren grote leveranciers van digitale producten en diensten, zoals Google, Meta, en Dell en brancheorganisaties zoals Thuiswinkel.org, NLdigital en Dutch Digital Agencies. Er is informatie met elkaar gedeeld en er werd gesproken over de kansen en uitdagingen van digitale toegankelijkheid en de regelgeving die eraan komt. Volgens Vonhof spelen de grote leveranciers en hostingspartijen met mkb-bedrijven als klant in deze een belangrijke voortrekkersrol. ‘We roepen hen op om ondernemers te ondersteunen en te helpen om hun websites, apps en dergelijke op tijd toegankelijk te maken. Het gaat om soms best ingrijpende maatregelen. Voor mkb-ondernemers is van belang dat zij niet allemaal zelf het wiel hoeven uit te vinden en dat ze het vereiste toegankelijkheidsniveau makkelijk kunnen bijhouden.’
MKB Toegankelijk
De ronde tafel werd georganiseerd vanuit het programma MKB Toegankelijk, waarmee MKB-Nederland en VNO-NCW in samenwerking met onder andere het ministerie van VWS brancheorganisaties en bedrijven stimuleren om werk te maken van toegankelijkheid. “De ambitie is dat iedereen zonder drempels moet kunnen meedoen, en die ambitie wordt ondersteund door de ratificatie door Nederland van het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap. In het VN-verdrag staat de autonomie van mensen met een beperking centraal.”
Positieve impact
Volgens MK-Nederland biedt inzetten op toegankelijkheid ondernemers zelf ook kansen. “Een toegankelijk product of dienst levert namelijk meer afzet en dus meer omzet op en heeft een positieve impact op de maatschappij.” Informatie, advies en tips over ‘toegankelijk ondernemen’ en de richtlijn zijn terug te vinden op de website mkbtoegankelijk.nl.

Bedrijvengroep EyeTi heeft reparatiebedrijf Microfix aan zijn portfolio toegevoegd. Microfix repareert hardware voor alle grote merken, maar biedt ook onder meer verlengde garantie aan bedrijven en overheidsinstellingen.

Volgens Tom Coehorst, directeur van EyeTI, zijn de bedrijven complementair: “We zien veel kansen in de samenwerking tussen de bedrijven die onderdeel zijn van EyeTi en Microfix. De toevoeging van Microfix aan onze groep biedt grote mogelijkheden voor het versnellen van onze ambities op het gebied van duurzaamheid en circulariteit.”

Tot EyeTI behoren onder meer Apple reseller Pro Warehouse, dienstverlener Aces Direct en recycle onderneming Solid Circle. Microfix is officieel reparatiepartner van Apple, HP, Dell, Lenovo, Asus, Zebra, Printronix, TSC en Lexmark en heeft zo’n 80 medewerkers in meerdere locaties in Amsterdam en Leiden. Microfix blijft net als de andere bedrijven in de groep onder eigen naam werken en alle medewerkers kunnen blijven.

Koen Van Beneden is aangesteld als directeur van de nieuwe Benelux-organisatie van HP. Vorig jaar voegde het bedrijf de landenorganisaties van België, Luxemburg en Nederland al bij elkaar.

Dit moet een betere integratie tussen de verschillende afdelingen binnen de drie landen en intensievere samenwerkingsmogelijkheden opleveren. “Voor zakelijke klanten en partners biedt de nieuwe structuur aanvullende kansen”, zegt Koen Van Beneden. “Voor resellers zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden om het speelveld te verbreden en zich aan klanten buiten de landsgrenzen te verbinden.”

Van Beneden heeft ruime ervaring binnen HP en maakt sinds 2008 onderdeel uit van de organisatie. In 2020 werd Van Beneden aangesteld als Managing Director van België en Luxemburg en vanaf nu komt daar dus Nederland bij. Van Beneden kijkt uit naar de verbreding van zijn rol binnen HP. “Het is een ontzettend interessante tijd om een innovatief bedrijf als HP te mogen leiden. Ik ben er van overtuigd dat we met de centralere belegging van de Benelux-organisatie nog grotere stappen kunnen maken.”

De integratie valt daarnaast samen met de overname van Poly. “In november hebben we Poly verwelkomd. Met de combinatie van Poly’s portfolio en onze hardware, software en services willen we een compleet portfolo in de markt zetten die organisaties helpt met hun hybride werkomgeving qua persoonlijke werkplek en meeting faciliteiten.”

De wereldwijde verkoop van smartphones daalde het laatste kwartaal van 2022 met maar liefst 18.3 procent. Het is de grootste daling ooit in een kwartaal, constateert onderzoeksbureau IDC.

De totale terugloop in de verkoop van smartphones kwam daarmee op 11,3 procent voor het hele jaar. 2022 eindigde met een verkoop van 1,21 miljard stuks, wat neerkomt op het laagste jaarlijkse aantal sinds 2013. De oorzaken zijn de teruglopende consumentenvraag, inflatie en economische onzekerheden.

“We hebben nog nooit gezien dat de leveringen tijdens de feestmaanden lager waren dan in het voorgaande kwartaal. De zwakkere vraag en de hoge voorraden zorgden er echter voor dat leveranciers drastisch bezuinigden op de leveringen”, zegt Nabila Popal, onderzoeksdirecteur bij het Worldwide Tracker-team van IDC. “Aanbiedingen en promoties tijdens het kwartaal hielpen wel de bestaande voorraad weg te werken, maar nieuwe bestellingen bleven uit. Zelfs Apple, dat tot dusver schijnbaar immuun was, kreeg te maken met een tegenslag in zijn leveringsketen met onvoorziene lockdowns in de belangrijkste fabrieken in China. Wat dit kwartaal ons vertelt, is dat de stijgende inflatie en groeiende macro-economische zorgen de consumentenuitgaven nog meer dan verwacht blijven belemmeren en elk mogelijk herstel tot het einde van 2023 uitstellen.”