AI-toepassingen zorgen voor een explosieve toename van warmte in datacenters. Daar loopt traditionele luchtkoeling tegen zijn grenzen aan. Liquid cooling wordt langzaam maar zeker de nieuwe standaard. Het goede nieuws: je hebt er geen compleet nieuw datacenter voor nodig.

Vijf jaar geleden was een serverrack met 5 kilowatt aan vermogen volstrekt normaal. Sommige bedrijven gingen naar 10 of 15 kilowatt, maar dat gold al als een uitzondering. “Met de komst van AI en processors die daarvoor nodig zijn, is de rekencapaciteit per rack enorm gestegen,” vertelt Carlo Brouwer, Managing Director bij STULZ. “We praten nu soms al over 100 kilowatt, terwijl Nvidia al 1 megawatt heeft aangekondigd. Dat is 1000 kilowatt per rack. Het verschil met een paar jaar geleden is gigantisch.”

Die ontwikkeling heeft grote gevolgen voor de manier waarop datacenters hun apparatuur koelen. Steeds meer bedrijven, ook in het mkb, gaan krachtige AI-toepassingen gebruiken. Denk aan ingenieursbureaus die complexe simulaties draaien, softwareontwikkelaars die AI op grote schaal inzetten voor code-optimalisatie of medische instellingen die beeldverwerkingssoftware gebruiken voor diagnoses. Ook bij kwaliteitscontrole bij productiebedrijven of voorspellende analyses in de logistiek zijn toepassingen die continu meer rekenkracht nodig hebben.

Orkaankracht in het datacenter

Bij traditionele koeling wordt lucht door het datacenter geblazen om warmte af te voeren. Maar bij de extreme warmteproductie van moderne AI-servers is dat niet meer haalbaar. “De luchtsnelheden moeten zo groot zijn dat je dat niet meer kunt realiseren. Je zou dan lucht met orkaankracht moeten blazen,” legt Brouwer uit. “En zelfs dan kun je bij die hoge vermogens de temperatuur niet op peil houden.”

Traditionele luchtkoeling werkt simpelweg niet meer bij deze extreme warmtelasten. Liquid cooling biedt uitkomst. Vloeistof kan veel efficiënter warmte opnemen dan lucht. “Dat betekent dan wel dat je met een vloeistof direct het serverrack in moet gaan om de servers zelf te koelen.”

Dat kan op verschillende manieren. Bij immersion cooling worden servers volledig ondergedompeld in een speciale vloeistof. Dat is een oplossing die goed werkt voor heel specifieke toepassingen, maar voor reguliere datacenters is het nogal lastig. Servers zijn moeilijk bereikbaar voor onderhoud en de vloeistof moet zorgvuldig worden beheerd. Daarom is deze methode vooral geschikt voor niches. Een andere, meer praktische methode is direct-to-chip cooling, waarbij vloeistof via buisjes rechtstreeks langs de processors circuleert.

Welke methode je ook kiest, het hart van een modern liquid cooling-systeem is de Cooling Distribution Unit, oftewel CDU. Dit apparaat pompt vloeistof op de juiste temperatuur en druk door het koelsysteem. De CDU haalt warmte weg bij de servers via een gesloten circuit. Via een warmtewisselaar geeft de CDU die warmte vervolgens af aan het koelwatersysteem van het gebouw. “Een CDU regelt de temperatuur, de druk en de doorstroming van de vloeistof. De unit zorgt ervoor dat de koelvloeistof op de juiste temperatuur blijft en met voldoende druk door het systeem circuleert.”

Een CDU kan tussen de 300 kilowatt en ruim 2 megawatt aan koelvermogen leveren, afhankelijk van het type. Het apparaat bevat filters om de vloeistof schoon te houden, pompen voor de circulatie en sensoren voor lekdetectie. “Het zijn geteste, betrouwbare systemen die specifiek zijn ontworpen voor datacenters waar stilstand geen optie is.”

Gefaseerd overstappen

De overstap naar liquid cooling vraagt om investeringen. Toch is het niet nodig om een bestaand datacenter in één keer om te bouwen. “Je kunt beginnen met een paar racks die liquid cooling krijgen, terwijl de rest van je datacenter gewoon blijft draaien op luchtkoeling,” zegt Brouwer. “Dat is een groot voordeel. Je creëert als het ware een eiland binnen je bestaande datacenter.”

Die gefaseerde aanpak maakt de stap makkelijker. IT-dienstverleners kunnen ervaring opdoen met liquid cooling in een beperkt deel van het datacenter, zonder het hele systeem te hoeven vervangen. “Als je klanten hebt die AI-toepassingen draaien of high-performance computing nodig hebben, kun je daarvoor een aparte sectie inrichten. De rest van je klanten blijft gewoon op de traditionele manier gekoeld.”

De markt voor deze vorm van high-density koeling is in de Benelux nog pril. Toch merkt Brouwer dat steeds meer colocation-providers de vraag krijgen of ze klanten met liquid cooling kunnen helpen en alles wijst er volgens hem op dat die vraag snel zal toenemen.

Vooruitdenken

Het is volgens Brouwer vooral belangrijk om vooruit te denken. “De vraag naar rekenkracht blijft onverminderd stijgen. Over een paar jaar zijn de vermogens die we nu high-density noemen misschien alweer normaal. Je wilt nu al rekening houden met die groei, zodat je niet over twee jaar opnieuw moet investeren.”

STULZ ontwikkelt verschillende oplossingen voor liquid cooling, van complete CDU-systemen tot componenten die in bestaande infrastructuur kunnen worden geïntegreerd. “We hebben de ervaring en kennis om datacenters te helpen met deze transitie. Of het nu gaat om een volledig nieuw systeem of om een uitbreiding van een bestaand datacenter.”

Voor IT-dienstverleners betekent dit dat liquid cooling geen toekomstmuziek meer is, maar een realiteit waar ze nu al over moeten nadenken. Niet alleen voor grote projecten, maar ook voor kleinere implementaties waar mkb-klanten steeds vaker om vragen. De technologie is er, de kennis is beschikbaar. Het is een kwestie van de stap zetten.

Met het naderende einde van Windows 10-ondersteuning gaan veel mkb-bedrijven hun hardware vervangen. In een markt waarin devices sterk op elkaar lijken, kan het lastig zijn om een keuze te maken. Toch zijn er nog onderscheidende producten.

Het is de vraag van de dag voor veel IT-dienstverleners: wanneer raden zij hun mkb-klanten aan over te stappen naar nieuwe hardware? Natuurlijk als bestaande hardware end-of-life is. Maar er speelt momenteel nog een belangrijke factor: het einde van de ondersteuning van Windows 10. Voor veel bedrijven is dit een natuurlijk moment om de overstap te maken.

 

Gijs van Osch

“Windows 10 draait op heel wat bedrijfscomputers. Wanneer de ondersteuning stopt, moeten bedrijven een keuze maken,” zegt Gijs van Osch, Business Unit Manager bij MSI. “Ga je Windows 11 installeren op bestaande, vaak oudere hardware? Of is dit het moment om direct te upgraden naar nieuwe apparatuur? Steeds meer bedrijven kiezen voor het laatste.”

Keuzes

De vraag is dan natuurlijk: welke hardware kies je? Voor IT-dienstverleners is het niet gemakkelijk om zich hier te onderscheiden. De meeste desktopcomputers lijken sterk op elkaar en bieden vergelijkbare prestaties. Je kunt wel proberen het verschil te maken met extra aansluitingen zoals USB-poorten, Thunderbolt-connectoren of betere koeling. Ook de toevoeging van AI-functies, zoals een speciale Copilot-knop, wordt door klanten zeker gewaardeerd, al is de actieve vraag daarnaar nog beperkt.

“In die markt zie je zeker dat veel aanbieders ongeveer dezelfde apparatuur leveren,” vertelt Van Osch. “Toch is er een segment waarin duidelijk verschil in aanbod is: de markt voor small form factor pc’s, ofwel mini-pc’s.”

Deze compacte computers hebben een aantal voordelen voor het mkb. Door hun kleine formaat nemen ze nauwelijks ruimte in op of onder het bureau. Ze zijn zelfs achter een monitor te monteren, wat zorgt voor een opgeruimd bureau. Daarnaast zijn ze energiezuiniger dan traditionele desktops.

Deze mini-pc’s beschikken ondanks hun kleine formaat over de nodige aansluitingsmogelijkheden. Ze kunnen meerdere monitoren aansturen, hebben dubbele netwerkaansluitingen en beschikken over snelle USB- en Thunderbolt-poorten. Van Osch: “Met de juiste processor en voldoende werkgeheugen zijn ze krachtig genoeg voor vrijwel alle kantoortoepassingen.”

NUC-systemen, het gat in de markt

In de wereld van mini-pc’s heeft zich een interessante ontwikkeling voorgedaan. Intel, dat met zijn NUC-systemen (Next Unit of Computing) jarenlang een belangrijke speler was in deze markt, besloot begin 2023 te stoppen met deze productlijn voor consumenten.

“Intel heeft zich teruggetrokken uit deze markt, maar de behoefte aan dit type apparaten is alleen maar toegenomen,” vertelt Van Osch. ‘Veel bedrijven die gewend waren aan de Intel NUC-systemen zoeken nu naar alternatieven.”

Intel heeft het NUC-ontwerp en de merkrechten verkocht aan ASUS, maar ook andere fabrikanten zagen het gat in de markt. MSI, van oudsher vooral bekend van gaming-hardware en moederborden, sprong in dit gat met zijn eigen Cubi NUC-lijn. Deze mini-pc’s bieden vergelijkbare prestaties en formfactor als de originele Intel NUC-apparaten, maar dan met de nieuwste technologieën, zegt Van Osch. “Zo is de Cubi NUC AI 1UMG een energiezuinig model dat klaar is voor AI-toepassingen.”

Van gaming naar zakelijk

MSI is al sinds de oprichting in 1986 actief in de computerwereld, maar stond vooral bekend om hun gaming-producten. “Gaming zit in ons DNA,” zegt Van Osch, “maar we hebben besloten om sinds eind 2024 veel nadrukkelijker te focussen op de zakelijke markt. Voorheen deden we dat er een beetje bij, nu krijgt het onze volledige aandacht.”

Die gaming-achtergrond biedt volgens het bedrijf vooral veel voordelen. “Onze ervaring met hoge prestaties, goede koeling en betrouwbaarheid in gaming-hardware komt nu goed van pas in onze zakelijke producten,” legt Van Osch uit. “Gamers stellen hoge eisen aan hun hardware, en die kennis en technologie kunnen we nu toepassen in onze zakelijke producten.”

Maar MSI heeft niet alleen high-end apparaten voor zware toepassingen. De Cubi NUC-systemen zijn er in verschillende uitvoeringen, van de instap-processor Intel Core 3 (100U) tot de Core 7 (150U). Begin 2026 komen daar ook modellen met AMD Ryzen-processors bij, onder de naam Cubi Z-serie. Daarnaast biedt MSI ook traditionele tower-pc’s, all-in-ones en monitoren voor de zakelijke markt.

Ondersteuning voor partners

Voorheen deed MSI vooral zaken met consumentgerichte partijen zoals Bol.com, MediaMarkt en Coolblue. Die relaties blijven belangrijk, maar de focus verschuift nu ook naar de zakelijke markt en de IT-dienstverleners die die markt bedienen.

“Wij ondersteunen onze partners actief met de juiste producten, goede voorraadbeschikbaarheid, duidelijke specificaties en concurrerende prijzen,” vertelt Van Osch. “Daarnaast bieden we on-site service, zodat IT-dienstverleners hun klanten snel kunnen helpen bij eventuele problemen.”

Ook op het gebied van certificeringen speelt de leverancier in op de zakelijke behoefte. “Steeds meer zakelijke klanten vragen om EPEAT-certificering.” EPEAT (Electronic Product Environmental Assessment Tool) is een internationaal erkend duurzaamheidskeurmerk voor elektronische producten. Het beoordeelt producten op milieuvriendelijkheid gedurende de hele levenscyclus, van materiaalkeuze tot recycling aan het einde van de levensduur.

Bouwen op bestelling

De overstap naar de zakelijke markt blijkt een succes. “Het gaat goed, vooral met onze NUC-producten. Veel bedrijven die op zoek waren naar vervanging van hun Intel NUC-systemen komen nu bij ons uit.”

Een belangrijk voordeel dat MSI naar eigen zeggen kan bieden, is de flexibiliteit in het productieproces. “Wij kunnen het model bouwen dat de klant nodig heeft,” legt Van Osch uit. “Er hoeven niet direct duizend stuks te worden geproduceerd; we kunnen al vanaf kleinere aantallen maatwerk leveren. Dat is een groot voordeel voor IT-dienstverleners die specifieke oplossingen voor hun klanten zoeken.”

Cybersecurity is niet langer iets dat je ‘er even bij doet’. Het draait om inzicht, samenwerking en vooral vertrouwen, zowel binnen als buiten de IT-afdeling. 

Waar cybersecurity vroeger vooral ging om het installeren van de juiste software, komt er nu veel meer bij kijken. Het gaat niet alleen om het voorkomen van incidenten, maar ook om het beperken van schade als er toch iets misgaat. Welke systemen zijn het meest kwetsbaar? Waar zit de meeste waarde? En hoe voorkom je dat een incident in het ene systeem doorwerkt in andere onderdelen van de organisatie? Die vragen zijn even belangrijk geworden als de technologie zelf.

Europese bedrijven

Ook soevereiniteit krijgt de laatste tijd flink wat aandacht. Veel bedrijven werken met (cloud)oplossingen van Amerikaanse leveranciers. “Dat is heel begrijpelijk,” zegt Milan Voogt sales manager bij ESET Nederland. “Die oplossingen werken vaak gewoon bijzonder goed. Je hoeft echt niet alles uit de Verenigde Staten te mijden, maar het is de kunst om het beste van alle werelden te kiezen. Niet alles bij één leverancier, maar security apart, bij voorkeur bij een gespecialiseerde partij die dichtbij is en Europees opereert.”

MIlan Voogt | Foto: William Rutten

Securitybedrijven doen in de basis allemaal hetzelfde: endpoints beschermen, dreigingen detecteren, incident response leveren. Toch kun je daar een bewuste keuze in maken, zegt Voogt. “Bedrijven willen partners die niet alleen technologie leveren, maar ook meedenken in compliance, risicomanagement en soevereiniteit.”

AI voordat AI booming was

Een lokale partij met eigen software en diensten heeft daarbij voordelen. Threat intelligence die vanuit de EU wordt geleverd bijvoorbeeld, of ontwikkelcentra die onder Europese regelgeving vallen. “Daar ligt onze kracht,” zegt Voogt stellig. “We hebben ruim dertig jaar ervaring met security en maakten al gebruik van AI toen het nog helemaal niet booming was.” De oplossingen worden ontwikkeld en beheerd in de EU. Daarbij wordt het bedrijf ondersteund door negen Europese R&D centra en werkt het rechtstreeks samen met instanties die wetten handhaven zoals Europol EC3. “De combinatie van eigen technologie, threat intelligence en end-to-end diensten vormt één verdedigingssysteem. Organisaties die kiezen voor ESET hechten waarden aan compliance en soevereiniteit en maken daarom een bewuste keuze voor Europese oplossingen en diensten.”

Geautomatiseerd met menselijke expertise

Met ESET PROTECT MDR, de beheerde detectie en responsdienst, biedt het bedrijf naar eigen zeggen een schaalbare oplossing voor organisaties die niet over een eigen securityteam beschikken. De dienst combineert geautomatiseerde dreigingsanalyse met menselijke expertise vanuit het eigen Security Operations Center.

“Op deze manier nemen we de bewaking en incidentafhandeling volledig over,” legt Voogt uit “We monitoren 24 uur per dag, reageren direct op verdachte activiteiten en helpen klanten aan duidelijke rapportages. Zo kunnen zij aantonen dat ze voldoen aan hun verplichtingen, zonder dat ze daar zelf een compleet team voor hoeven op te bouwen.”

Kennispartner

Voor IT-dienstverleners en msp’s wil het bedrijf ook nadrukkelijk als kennispartner fungeren. “We ondersteunen hen op securityvlak met advies voor partners en hun klanten. We geven bijvoorbeeld een NIS2 boardroomtraining, zodat bedrijven het verder de organisatie in kunnen pushen.”

Voor msp’s betekent dat een nieuwe rol. Hun klanten verwachten niet langer alleen bescherming tegen aanvallen, maar ook begeleiding bij compliance en risicomanagement. En hoewel de invoering van NIS2 in veel sectoren al op de agenda staat, is de aanpak vaak nog versnipperd. Sommige bedrijven zijn goed voorbereid, andere wachten af. “We zien dat het bewustzijn groeit, maar niet iedereen weet precies wat er straks van hen verwacht wordt,” zegt  Voogt. “De impact zal voor sommige organisaties pas later voelbaar worden. Bedrijven hebben echt inzicht nodig in hun risico’s en zullen die structureel moeten aanpakken.”

Daarnaast introduceerde ESET recent de Cybersecurity Awareness Training, gericht op medewerkers van mkb-bedrijven. “De nadruk ligt niet op het testen van medewerkers met bijvoorbeeld phishingmails, maar op het creëren van een veilige meldcultuur en het nemen van de juiste vervolgstappen wanneer iets misgaat.”

Cloud Expo

Dit jaar is ESET voor het eerst aanwezig op Cloud Expo, de beurs waar cloud en security samenkomen. Voor het bedrijf is dat een logisch moment. “Cloud Expo is dé plek om te laten zien dat Europese technologie en cloudbeveiliging prima samengaan,” zegt Voogt. Op de stand kunnen bezoekers op het scherm zien hoe de beheerconsole eruitziet en hoe threat intelligence te werk gaat om incidenten te voorkomen.

Volgens Voogt is het doel om bezoekers te laten ervaren dat cybersecurity overzichtelijk kan zijn. “Beveiliging hoeft niet ingewikkeld te zijn als je kiest voor een partner die het proces van begin tot eind beheerst. We willen laten zien hoe je met de juiste inzichten en samenwerking een stevige basis legt voor digitale weerbaarheid.”

In de cybersecuritywereld vervallen we snel in het praten over technologische oplossingen. Daar moeten we van af. Het gaat niet altijd om meer technologie, maar vaak draait het om het slim inzetten wat je al hebt. Technologie is een middel, geen doel op zich.

Honderd procent veiligheid bestaat niet. Dat besef dringt steeds meer door bij organisaties, van mkb tot corporates. “Bij security gaat het erom dat je de risico’s minimaliseert om je bedrijf draaiende te houden,” zegt Ashley Schut, Channel Account Manager bij Arctic Wolf.

Digitale weerbaarheid vraagt om meer dan investeren in tools. Het begint bij inzicht: welke risico’s loop je als organisatie, waar zitten blinde vlekken zoals shadow-IT? Pas daarna volgt het inrichten van beveiliging, het detecteren van bedreigingen en het snel kunnen reageren bij incidenten. Daarmee raakt digitale weerbaarheid niet alleen IT, maar ook de kern van je bedrijfsvoering: continuïteit, klantvertrouwen en reputatie.

Voorbereid op het onbekende

Daarbij wordt de vraag steeds belangrijker: wat gebeurt er als het toch misgaat? Zijn de back-ups betrouwbaar? Is er een recovery-plan en ligt er een incident response plan klaar? “Security mag geen vinkje op een checklist zijn,” zegt Schut. “Het draait om vooruitdenken, risico’s inschatten en je beveiliging continu verbeteren.”

Cijfers tonen aan waarom die proactieve aanpak noodzakelijk is. Uit het jaarlijkse Security Operations-rapport van Arctic Wolf blijkt dat 51 procent van alle security alerts buiten kantoortijden binnenkomt. Dat maakt 24/7 monitoring geen luxe meer, maar pure noodzaak. Bovendien gaat 72 procent van alle response-acties over gecompromitteerde accounts. Identiteit is daarmee een belangrijke aanvalsvector geworden.

Tegelijk groeit de kloof tussen wat organisaties investeren in security-tools en de effectiviteit ervan. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat het aan mensen, tijd en kennis ontbreekt. “Vaak hebben bedrijven niet de resources of skills om de juiste tools te configureren,” constateert Schut. “Het is allang geen install and forget meer, niet een kwestie van vinkjes zetten. Vaak kopen mensen heel dure tools, maar om die op de juiste manier te implementeren en te zorgen dat ze doen wat ze moeten doen, is niet meer zo eenvoudig.”

IT-dienstverlener als strategisch adviseur

Die ontwikkeling biedt kansen voor msp’s en resellers. “De rol van msp’s gaat steeds meer naar die van security integrator, waarin ze adviseren over de risico’s van organisaties en bekijken wat het best bij de organisatie past,” legt Schut uit. “Tools zijn daarbij belangrijk, maar in plaats van meer tools toevoegen, kun je beter bekijken of je de juiste tools hebt en of die goed integreren met elkaar. Optimaliseer ze, zet de juiste mensen er achter of zoek een partner.”

In de snel veranderende digitale wereld mag security geen obstakel zijn, het moet juist een voorwaarde voor groei worden. Msp’s zitten diep in de organisatie van hun klanten en kennen de businesscontext. Die positie maakt hen bij uitstek geschikt om die strategische adviserende rol te pakken. Waar wil je als organisatie heen? Hoe groeit IT daarin mee? Hebben we de security op de juiste manier ingericht voor die groei?

“Je kunt ze zien als strategische gids,” zegt Schut over die nieuwe rol. “De msp is strategische denker en adviseur die past bij de groei die klanten voor ogen hebben. Ook IT-dienstverleners van elke soort bewegen steeds meer naar een strategische rol in het advies dat ze kunnen geven.”

Wetgeving als extra impuls

Ook wet- en regelgeving speelt een rol in het belang van digitale weerbaarheid. NIS2 verplicht steeds meer organisaties om hun beveiliging op orde te hebben. Dat vraagt om een structurele aanpak over vijf assen: Govern, Identify, Detect, Response & Recover. Voor msp’s ligt daar een belangrijke taak om klanten te begeleiden. Niet door simpelweg meer te verkopen, maar door te adviseren over risico’s en de beste aanpak voor de specifieke situatie van de klant.

De menselijke factor blijft daarbij onmisbaar. AI kan helpen bij de analyse van enorme hoeveelheden data, maar de expertise om die data te duiden en de juiste beslissingen te nemen, komt van mensen, benadrukt Schut.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Voor security-aanbieders betekent dit samenwerken met IT-dienstverleners om een ecosysteem te bouwen waarin digitale weerbaarheid centraal staat. Dat begint bij 24/7 monitoring van de omgeving, maar in het geval van Arctic Wolf levert het bedrijf naar eigen zeggen een security operations propositie. “Naast het triage-team dat 24 uur per dag het Security Operating Center vormt, bieden we een passend security conciërge-team: specialisten die je kunt zien als security coach. Zij kunnen ondersteunen bij het aanpassen van het securitylandschap van de eindklant, door onder andere Cyber Resilience Assesments en Security Posture in Depth Reviews, afgestemd op het groeitempo en de wensen van de klant. Daarbij pushen we niet onze oplossingen, maar kijken we naar de bestaande tech-stack. Dus geen dubbele kosten en geen vendor lock-in.”

Mocht het toch mis gaan, dan biedt Arctic Wolf Incident Response Retainers die hulp garanderen bij een security-incident. “Als het mis gaat, telt elke minuut,” benadrukt Schut. De retainers zijn op verschillende niveaus beschikbaar en werken niet zoals traditionele retainers met vooraf afgesproken uren die mogelijk ongebruikt blijven.

Die aanpak sluit aan bij waar digitale weerbaarheid werkelijk om draait: het verankeren van security in de organisatie, met de juiste mix van technologie, processen en menselijke expertise. Niet als eenmalig project, maar als continu verbeterproces dat risico’s minimaliseert en organisaties beter voorbereidt op cyberaanvallen.

Wil je met Arctic Wolf in gesprek? Ga langs op standnummer 406 op Cloud Expo.

 

Veel mkb-bedrijven laten waarde liggen wanneer ze hun oude IT-apparatuur afvoeren. Terwijl die hardware juist nog opbrengsten kan genereren én een belangrijke rol kan spelen in hun duurzaamheidsstrategie. Met IT Asset Disposition (ITAD) krijgen msp’s een kans om hun klanten beter te ondersteunen en hun eigen dienstverlening uit te breiden.

Bij veel organisaties ontbreekt de tijd of expertise om IT-apparatuur veilig en verantwoord af te voeren. Laptops verdwijnen in een kast, servers verstoffen in de kelder of er komt ‘een mannetje’ langs dat alles meeneemt, vaak zonder certificaten of garanties. Het risico: datalekken en gemiste waarde. Volgens Maarten de Roos, CEO van Circular IT group, verandert dat snel: “ITAD is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een cruciaal onderdeel van circulaire IT. Het helpt organisaties niet alleen te voldoen aan wet- en regelgeving, maar ook om meerwaarde te creëren uit hun hardware.”

ITAD is veel meer dan het afvoeren van oude apparaten. Het is een professioneel proces waarbij hardware wordt opgehaald, data volledig en gecertificeerd wordt verwijderd, apparaten worden gerefurbished en, wanneer dat niet meer kan, verantwoord gerecycled. Het doel: maximale waarde halen uit IT-middelen en risico’s minimaliseren. Waar mogelijk levert de hardware nog geld op, in plaats van alleen kosten. Apparaten die nog goed functioneren, krijgen een tweede leven bij andere gebruikers, soms zelfs binnen de organisatie zelf.

Maarten de Roos

Zekerheid en compliance als kern

Voor msp’s is ITAD een krachtig argument richting klanten. De zekerheid dat data conform de wetgeving wordt verwijderd, is voor mkb-bedrijven een van de grootste zorgen. Professionele ITAD-dienstverleners gebruiken gecertificeerde software en leveren uitgebreide rapportages. Zelfs als een datadrager fysiek vernietigd moet worden, geeft de juiste documentatie klanten de zekerheid dat alles volledig volgens de regels is verlopen.

De acceptatie van refurbished hardware groeit gestaag. In landen om ons heen is het al gebruikelijk om refurbished devices mee te nemen in aanbestedingen of aan medewerkers uit te geven. In Nederland gaat dit iets langzamer, maar de trend is duidelijk waarneembaar. Naast kostenbesparing helpt refurbished IT-bedrijven hun duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Hoewel de druk om te rapporteren over duurzaamheid tijdelijk is verminderd door uitgestelde Europese regelgeving, is dit volgens De Roos slechts een kwestie van tijd: “Compliance-eisen rondom duurzaamheid komen terug, en sterker dan voorheen. Bedrijven doen er verstandig aan zich nu al voor te bereiden.”

Een volwassen markt

Voor msp’s is ITAD een logische aanvulling. Terwijl zij zich richten op software en werkplekbeheer, nemen gespecialiseerde ITAD-partijen de logistieke en fysieke kant uit handen: transport, dataverwijdering, opslag en verwerking. Zo kunnen msp’s hun klanten een compleet pakket aanbieden en nieuwe waarde creëren.

Steeds vaker worden digitale platformen ontwikkeld die processen automatiseren en integreren met de systemen van msp’s. Circular IT Group ontwikkelde hiervoor Digital Deploy. “Hiermee maken we het makkelijker om samen te werken. Klanten krijgen automatisch inzicht en rapportages over hun volledige IT-landschap,” zegt De Roos.

De ITAD-markt groeit snel, zowel nationaal als internationaal. Door schaalvoordeel kunnen grotere volumes en uniforme specificaties worden geleverd – essentieel voor IT-managers die eenheid en garanties verwachten. Ook Device as a Service-oplossingen (DaaS), zoals onze Circular Workplace, winnen terrein. Daarmee combineren bedrijven flexibiliteit, kostenvoordeel en duurzame impact.

ITAD ontwikkelt zich in hoog tempo van niche naar standaarddienst. Voor een geloofwaardig circulair IT-bedrijf is het essentieel om de hele levenscyclus te omvatten: van lifecycle management, IT-asset management, ITAD tot refurbishing en recycling.
“Van cradle to grave,” besluit De Roos. “Door elke element in gehele keten te kunnen aanbieden, zijn we in staat de klanten van de MSP écht circulair en kostenefficiënt met hun IT-middelen om te laten gaan. En daarmee ontsluiten we een nieuw business model voor de msp.”

 

Het mkb vertrouwt steeds meer op clouddiensten voor back-up en opslag. Maar wat als je na een ransomware-aanval weken moet wachten om je data terug te krijgen uit de cloud? De oplossing: zero trust en immutable back-ups.

‘Wij zijn niet interessant voor aanvallers.’ Dat argument zal veel IT-dienstverleners bekend in de oren klinken als ze met mkb-klanten praten. Helaas is de realiteit anders: ransomware-aanvallers maken geen onderscheid tussen groot en klein. Ze zoeken naar de makkelijkste weg naar binnen, ongeacht de omvang van de organisatie.

Mkb juist extra kwetsbaar

Uit cijfers van cybersecuritybedrijven blijkt dat 96 procent van de ransomware-aanvallen zich specifiek richt op back-ups. De logica is simpel: als een bedrijf niet kan herstellen, heeft de aanvaller veel meer macht. Voor een mkb-bedrijf, dat vaak minder financiële reserves heeft dan grote organisaties, kan dit letterlijk het einde betekenen, zegt Pete Hannah, VP Sales West-Europa bij Object First.

“Een kleinere organisatie kan binnen dagen of weken failliet gaan als ze geen toegang hebben tot hun data. Je kunt geen orders verwerken, geen facturen versturen, niets verzenden. Grote bedrijven hebben een financiële buffer om weken of maanden te overleven, maar voor het mkb is dat vaak een luxe die ze niet hebben.”

Een ander misverstand: het idee dat zero trust, het beveiligingsmodel waarbij je niemand en niets automatisch vertrouwt, alleen weggelegd is voor grote organisaties met uitgebreide IT-afdelingen. Die bewering klopt niet meer, stelt Hannah. “Het idee leeft dat zero trust duur en complex is. Maar zero-trust-bescherming van data is relatief eenvoudig te realiseren.”

Het probleem zit vaak in de aanpak. Bedrijven willen alles tegelijk implementeren en raken verstrikt in complexiteit. Maar zero trust is geen product dat je installeert. Het is een strategie die je gefaseerd uitrolt. Het begint vaak met relatief eenvoudige stappen zoals multi-factor authenticatie en betere toegangscontroles.

3-2-1-1-0-regel als uitgangspunt

Veeam, wereldwijd marktleider in back-up en data management, heeft de traditionele 3-2-1 back-up regel uitgebreid naar 3-2-1-1-0. Deze regel vormt de basis voor een ransomware-bestendige strategie. Drie kopieën van je data (origineel plus twee back-ups), twee verschillende soorten media (bijvoorbeeld disk en cloud), één kopie geografisch gescheiden opgeslagen, één immutable kopie (die onmogelijk te wijzigen of te verwijderen is) en nul fouten bij herstel door regelmatig testen.

Die extra 1 voor onveranderlijke kopieën is volgens Hannah essentieel geworden. “Als een hacker je systemen binnendringt, kan die ook je back-ups aanvallen. Maar immutable data kan door een aanvaller nooit worden aangetast. Die blijft intact, wat er ook gebeurt.”

Een laatste misverstand is dat veel bedrijven denken dat hun data veilig is omdat het in de cloud staat. Dat is een misvatting. “Ook cloudopslag kan immutable zijn, dat klopt,” zegt Hannah. “Maar als je data moet herstellen na een ransomware-aanval, kan het terughalen uit de cloud traag en duur zijn. Soms zitten er throttling-mechanismen op, limieten waardoor het weken duurt om alles terug te krijgen.”

De oplossing ligt in een hybride aanpak waarbij kritische data snel beschikbaar is via on-premise opslag, terwijl minder urgente data in de cloud blijft om op de lange termijn te bewaren. “We zeggen nooit dat je geen cloud moet gebruiken. Maar zorg in ieder geval wel dat je kritische systemen snel kunt opstarten vanaf lokale, immutable opslag.”

Eenvoud als speerpunt

Object First, opgericht door twee van de medeoprichters van Veeam, richt zich volledig op deze uitdaging. Hun OOTBI-appliances (Out-of-the-Box Immutability) zijn speciaal ontworpen voor Veeam-omgevingen. Het bedrijf claimt dat je binnen 15 minuten een werkende, immutable back-upomgeving hebt. Zonder dat gespecialiseerde IT-kennis nodig is.

Die eenvoud is volgens Hannah essentieel, zeker met het tekort aan securityspecialisten in het achterhoofd. “Hoe minder je afhankelijk bent van specialistische kennis, hoe beter je beschermd bent.” Er zijn appliances vanaf 20 terabyte voor kleinere organisaties tot configuraties die kunnen opschalen naar 7 petabyte voor enterprise-omgevingen.

Een belangrijke drempel voor het mkb valt vanaf dit najaar weg: Object First introduceert dan een nieuw prijsmodel in Europa. In plaats van een grote kapitaalinvestering kunnen bedrijven maandelijks betalen voor hun werkelijke gebruik.

“Voor msp’s betekent dit dat ze niet hoeven te investeren in petabytes aan opslagcapaciteit voordat ze klanten hebben,” legt Hannah uit. “Je begint klein en schaalt mee met je groei. Dat past veel beter bij de manier waarop msp’s werken.” Object First werkt exclusief via partners en investeert actief in ondersteuning.

Kans voor het kanaal

Voor msp’s en IT-resellers ligt hier een duidelijke kans om zich te onderscheiden. Veel mkb-klanten hebben wel van zero trust gehoord, maar weten niet waar te beginnen. Het kanaal kan dat gesprek aangaan zonder meteen over producten te praten.

“Begin met het gesprek over welke data echt kritisch is,” adviseert Hannah. “Help klanten begrijpen wat er gebeurt als ze drie weken offline zijn. Dan ontstaat vanzelf de vraag hoe je dat voorkomt.”

Geopolitieke spanningen laten zien hoe kwetsbaar we zijn voor digitale aanvallen. Juist ook mkb-bedrijven blijken een geliefd doelwit. Europese cybersecuritybedrijven, gebouwd op onafhankelijkheid en betrouwbaarheid, zien hun kans om een alternatief te bieden voor de dominante Amerikaanse spelers.

Oorlog in Oekraïne, crisis in Gaza, politieke onrust in de VS, we leven in onzekere tijden. Dat is ook duidelijk te zien aan het aantal cyberaanvallen. “Alles neemt toe: de hoeveelheid malware, maar ook de hoeveelheid desinformatie die op ons afkomt,” vertelt Michael van der Vaart, Chief Experience Officer bij ESET, het grootste private cybersecuritybedrijf van de Europese Unie.

Mkb is kwetsbaar

Deze verschuiving naar destructieve aanvallen raakt niet alleen grote organisaties. Het mkb is onderdeel van de toeleveringsketen en dus een aantrekkelijk doelwit. “Als leverancier of partner van grotere organisaties vormen ze een aantrekkelijke toegangspoort. Als criminelen daar binnendringen, kunnen ze doorstappen naar hun eigenlijke doelwit,” legt Van der Vaart uit.

Het probleem is dat de drempel om bij veel mkb-bedrijven binnen te komen nog altijd laag ligt. De basis van cybersecurity is lang niet overal op orde. “Veel aanvallen vinden nog steeds plaats door simpele phishingmails of gelekte wachtwoorden. Als criminelen eenmaal legitieme inloggegevens hebben, is het heel lastig om misbruik te detecteren.”

Specialist versus generalist

Tegelijkertijd gebruiken steeds meer bedrijven cloudoplossingen van grote Amerikaanse techleveranciers. “Dat is op zich helemaal niet erg. We kunnen niet verwachten dat ieder bedrijf zomaar naar open source overstapt. Maar je kunt je wel afvragen of de leverancier van je platform ook automatisch de leverancier van je beveiliging moet zijn. Veel leveranciers bundelen steeds meer beveiligingsfuncties in hun pakket. Voor veel klanten lijkt dat aantrekkelijk: alles uit één hand. Maar Van der Vaart ziet daar risico’s in. “Het is een discussie tussen specialist en generalist. Een specialist zegt: ‘Dit ene vakgebied ken ik als geen ander.’ Een generalist beweert juist dat hij zijn eigen platform het beste kent.”

De praktijk leert dat beide benaderingen hun waarde hebben. Maar wanneer klanten meer eisen stellen aan hun beveiliging, kan specialisatie het verschil maken tussen tijdige detectie en een succesvolle aanval. “Vooral wanneer aanvallers legitieme accounts misbruiken, wordt specialistische detectie onmisbaar. Denk aan XDR (meerdere beveiligingslagen), onze eigen actuele dreigingsinformatie en research (threat intelligence) en de MDR 24/7 managed detection en response services.”

De kracht van ervaring

Voor msp’s die hun klanten beter willen beschermen, wordt de keuze tussen verschillende beveiligingsaanbieders steeds belangrijker. Europese leveranciers profiteren momenteel van toenemende zorgen over datasoevereiniteit, maar dat alleen is niet genoeg. Ze moeten ook kunnen concurreren op techniek en service.

“We werken al vanaf het begin met msp’s,” zegt Van der Vaart. “IT-bedrijven wilden weg van break-fix naar proactief beheer. Daarbij is beveiliging een belangrijke sleutel.” ESET investeert dan ook flink in ondersteuning: de bijna 100 medewerkers in Nederland helpen msp’s bij implementatie, eigen threat intelligence met actuele dreigingsinformatie als doorlopende bewaking (MDR) en 24-uurs monitoring.

Europe’s cyber defense draait niet om losse producten, maar om een samenhangende aanpak die MKB, overheden en vitale sectoren weerbaar maakt. De combinatie van jarenlange ervaring met AI-gestuurde detectie, wat het bedrijf ‘AI-native’ noemt, kan volgens Van der Vaart het verschil maken. “35 jaar aan data helpt onze AI te herkennen wat wel en geen malware is, en false positives te voorkomen. Wie zijn beveiliging serieus neemt, doet er goed aan kritisch te kijken naar wie zijn digitale poorten bewaakt, en of die partij écht gespecialiseerd is in cyberbeveiliging.”

De opmars van AI in het bedrijfsleven is niet te stuiten. Maar wat als bedrijfsgegevens te gevoelig zijn voor de Cloud? Dankzij Private GPT van Fujitsu kunnen organisaties profiteren van Generative AI zonder concessies te doen aan databeveiliging.

Steeds meer organisaties experimenteren met tools als ChatGPT voor verschillende bedrijfsprocessen. Tegelijkertijd heeft iedere organisatie wel data die niet in de cloud horen en die beschermd moeten worden, zelfs binnen de eigen organisatie, zegt Rudi Frickenschmidt, AI Sales Lead, Europe bij Fujitsu. “Het vraagstuk van datasoevereiniteit wordt steeds urgenter. Organisaties willen wel gebruikmaken van AI, maar niet ten koste van de controle over hun data.” Dat geldt vooral voor bedrijfskritische processen en intellectueel eigendom. Het lekken van dat soort informatie kan verstrekkende gevolgen hebben, van reputatieschade tot financiële verliezen. De Europese NIS2-wetgeving is een extra stimulans om veilig met bedrijfsdata om te gaan.

On-premise AI-oplossing

Als antwoord op deze uitdaging heeft Fujitsu de on-premise oplossing Private GPT ontwikkeld: een appliance die binnen de eigen IT-infrastructuur van de organisatie draait. Iedere organisatie bepaalt welke data de software gebruikt. Frickenschmidt: “Het grote voordeel is dat bedrijven de volledige controle behouden over hun data, terwijl ze toch kunnen profiteren van de voordelen van Generative AI.” De lokale implementatie biedt meer voordelen. Zo is de verwerking sneller omdat er geen bewerkingen in een cloudomgeving nodig zijn. Ook zijn de energiekosten en de ecologische footprint lager dan bij cloudgebaseerde oplossingen en oplossingen als ChatGPT, die grote hoeveelheden data moeten verwerken en daardoor veel minder efficiënt zijn. Dat alles leidt al snel tot kostenbesparingen.

Geheel nieuwe inzichten

De toepassingsmogelijkheden zijn zeer veelzijdig. Frickenschmidt noemt als voorbeeld een Duitse MKB-onderneming die met Private GPT zijn operationele processen heeft geoptimaliseerd. Nieuwe medewerkers kunnen het hulpmiddel gebruiken om met de interne data van het bedrijf te ‘chatten’ zonder steeds collega’s te hoeven vragen. In de juridische sector wordt de technologie gebruikt om complexe contracten en juridische documenten te analyseren. “Deze oplossing bespaart niet alleen veel tijd, maar maakt ook handelingen mogelijk die tot voor kort onmogelijk waren”. Zo kan een advocaat met een paar vragen aan het systeem een bepaalde zaak vergelijken met vijftig andere zaken. Door data te combineren, kun je heel snel tot nieuwe inzichten komen. Bij het nemen van belangrijke beslissingen zijn ervaring en gut feeling nog steeds belangrijk, maar als je dat kunt combineren met de data in de databronnen die je zelf uitkiest, sta je nog veel sterker.”

Het systeem is aanpasbaar aan specifieke behoeften en kan on the fly in meer dan 100

talen vertalen, uiteraard ook zonder dat de gegevens op het internet terechtkomen, wat zeer nuttig is in de publieke sector. Zo kunnen immigranten bijvoorbeeld in hun moedertaal kunnen chatten met Nederlandse instructies over hoe ze een nieuw rijbewijs kunnen halen of hun belastingaangifte kunnen doen. Evenzo zouden ambtenaren kunnen chatten met in een vreemde taal opgestelde documenten die worden weergegeven, zonder dat burgergegevens op internet worden gepubliceerd. Private GPT integreert in bestaande IT-infrastructuur, waardoor het gemakkelijk samenwerkt met toepassingen die medewerkers dagelijks gebruiken.

Samenwerking met partners

Private GPT is te gebruiken voor organisaties van iedere grootte. Voor het mkb is een speciale versie met een beperkt aantal licenties, maar met dezelfde functionaliteit.

Om organisaties te ondersteunen bij de overstap naar Private GPT, werkt Fujitsu samen met het partnerkanaal. De partners kunnen consultancy bieden voor het identificeren van geschikte use cases en configuratie van de oplossing. Via het AI Test Drive programma kunnen organisaties eerst ervaring opdoen met de technologie, zonder grote investeringen vooraf, vult Annelies de Voogt, Channel Partner Development Manager Benelux, aan.

Partners kunnen vervolgens zorgen voor een soepele implementatie, inclusief systeemintegratie, beheer en training. Er is een exclusief Champion Program voor partners die een hoge mate van expertise hebben in een bepaald gebied. Dit programma biedt hen de mogelijkheid om hun vaardigheden verder te ontwikkelen en te profiteren van de uitgebreide ondersteuning en middelen die Fujitsu biedt. Hierdoor kunnen partners niet alleen hun eigen capaciteiten verbeteren, maar ook hun klanten beter van dienst zijn door innovatieve oplossingen te leveren die zijn afgestemd op de behoeften van de klant.

Ben je geïnteresseerd in het verkennen van de mogelijkheden binnen het Fujitsu Champion Program inclusief onze Private GPT-oplossing? Neem dan contact op met Annelies voor een vrijblijvend gesprek en ontdek hoe we gezamenlijke groei kunnen stimuleren.

Bedrijven willen steeds vaker zelf applicaties (laten) ontwikkelen. Een kant-en-klare oplossing van een grote leverancier is dan vaak duur. Een maatwerkoplossing ontwikkelen kan lastig zijn. Een goede tussenoplossing is een low code-platform. Het mooie daarvan is dat je snel en voordelig applicaties op maat bouwt zonder dat uitgebreide programmeerkennis nodig is. Wat kan het voor jou betekenen?

Wat is low code?
Voordelen van low code
Een low code-platform kiezen
Low code en AI
Low code-strategie

Vaak wordt low code gebruikt voor het maken van webapplicaties, maar je ziet ook steeds meer bedrijven complexere bedrijfsapplicaties ermee ontwikkelen, tot ERP-systemen aan toe. Ook voor het (deels) vervangen van legacy-software kan low code heel geschikt zijn. Voorbeelden van platforms zijn OutSystems, Mendix, Microsoft Power Apps en Quixy. Ze zijn niet alleen populair bij grote bedrijven, maar ook in het mkb. Low code is geschikt voor allerlei doeleinden: van (web)apps tot grootschalige bedrijfsapplicaties.

Wat is low code?

Bij low code maak je gebruik van een grafische gebruiksomgeving. In plaats van traditionele programmeercode te schrijven, werk je met visuele bouwblokken en klik je configuraties bij elkaar. Dat maakt het ontwikkelen een stuk makkelijker (zelfs niet-IT’ers kunnen het), maar ook sneller. Daarbij blijft het mogelijk om handgeschreven code toe te voegen. Dit proces versnelt de ontwikkeling en maakt het ook toegankelijk voor mensen met minder technische kennis en vaardigheden.

low code

Voordelen

Mooie applicaties maken zonder programmeerkennis, dat klinkt goed. Low code heeft zeker een aantal voordelen vergeleken met zelf ontwikkelen of het kopen van een complete oplossing.

Beperkte investering in tijd en geld. Fabrikanten van low code-platforms claimen dat het twee tot vijf keer sneller gaat om software te ontwikkelen dan met de traditionele methode. Dat is goed nieuws voor iedereen die nieuwe applicaties wil ontwikkelen. Zo kan de IT-afdeling de managers, opdrachtgevers en andere belanghebbenden snel resultaat laten zien. Doordat het ontwikkelproces sneller gaat, liggen de investeringskosten ook een stuk lager.
Veel functies standaard aanwezig. Veel platforms hebben standaard allerlei functionaliteit ingebakken. Denk aan zoekfuncties en de integratie met andere systemen, maar ook opties voor security en bescherming van data. Ook specifieke bedrijfsfuncties zijn in veel pakketten al standaard aanwezig.
Flexibiliteit. Het doorvoeren van aanpassingen gaat bijzonder snel. Dat is een enorme pré in een markt die snel verandert.
Automatisch klaar voor browser en mobiele devices. De meeste platforms zorgen dat de applicaties die erin worden gemaakt automatisch op maat worden gemaakt voor smartphones en tablets. Bovendien is het eenvoudig om applicaties aan te passen zodat ze via een browser toegankelijk zijn.

In een notendop maakt low code het ontwikkelen makkelijker, sneller en minder tijdrovend. Het onderhoud is gemakkelijker en goedkoper en er is minder programmeerwerk nodig. Dat laatste is een belangrijk voordeel vanwege het grote tekort aan applicatieontwikkelaars in de traditionele programmeeromgevingen.

Een low code-platform kiezen

Heb je klanten die zelf applicaties willen ontwikkelen en die dat snel, flexibel en met beperkte middelen willen realiseren, dan zijn ze goed af met een low code-oplossing. Bij het kiezen van zo’n platform is het belangrijk om met een paar zaken rekening te houden.
De meeste organisaties gebruiken tal van applicaties en diensten van verschillende fabrikanten. Een low code-platform heeft data uit die applicaties nodig. Om die data uit te wisselen is een API nodig.

Voor bedrijven die maatwerkapplicaties willen ontwikkelen, is het belangrijk dat het pakket daarin niet te beperkt is. Verder is het handig te kiezen voor een platform dat goede (Nederlandse) support biedt en een actieve community van gebruikers heeft. Uiteraard zijn de gebruiksvriendelijkheid en de kosten van licenties en training ook factoren die de geschiktheid van een oplossing bepalen.

Een valkuil bij de aanschaf van een low code-oplossing is vendor lock-in: té afhankelijk worden van een aanbieder. Dat is onder meer te voorkomen door te zorgen dat de ontwikkelafdeling overzicht houdt op wat op het platform is ontwikkeld en dit goed documenteert. Zo voorkom je dat een black box ontstaat.

AI

Ook in de wereld van low code is de AI-trend merkbaar. Zo bieden steeds meer platforms integratie met tools waarmee gebruikers machine learning-modellen kunnen ontwikkelen en zonder programmeerkennis applicaties kunnen maken die patronen herkennen, voorspellingen doen op basis van beschikbare data en processen kunnen automatiseren. Ook de integratie met Internet of Things-apparaten en -diensten is een trend. Daardoor kunnen gebruikers applicaties ontwikkelen die data van sensoren en connected apparaten verzamelen en analyseren. Bijvoorbeeld om de prestaties van machines in de gaten te houden om preventief onderhoud te kunnen plegen of om de energievoorziening in gebouwen te beheren om comfortabel en energiezuinig te kunnen werken.

Strategische keuzes

Low code is voor veel bedrijven een efficiënte manier om software te ontwikkelen en te gebruiken. Het kan de ontwikkeltijd verkorten, de kosten verlagen en de toegankelijke verhogen. Met de opkomst van AI-integratie in low code-platforms wordt deze technologie alleen maar krachtiger en veelzijdiger.

Als msp kun je een belangrijke rol spelen bij de keuze en implementatie van low code-oplossingen. De keuze voor zo’n platform kan best wat gevolgen hebben voor het IT-landschap in de organisatie. Het is dan ook goed om nauw samen te werken met je klant om een oplossing te kiezen die goed past bij de strategie van je klant en de branche waarin die actief is. Door partnerschappen met leveranciers ben je in staat om de beste oplossingen te bieden voor de specifieke wensen van je klanten. Denk ook aan doorlopende technische ondersteuning en onderhoud van de low code-applicaties.

Het beheren van apparaten en applicaties is de laatste jaren steeds complexer geworden: medewerkers werken vanaf verschillende plekken en devices en de applicaties staan in uiteenlopende omgevingen. Dat vraagt om een andere kijk op applicatiebeheer zeggen Will Teevan van Recast Software en Peter Hermeling van Liquit.

In de meeste organisaties zijn tal van applicaties in omloop. In een ideale wereld werken die applicaties onder alle omstandigheden vlekkeloos. De praktijk is helaas weerbarstiger. Een medewerker die op kantoor zit, gebruikt bepaalde applicaties op een andere manier dan wanneer diezelfde medewerker dezelfde applicaties bijvoorbeeld van huis uit opent. Thuis gaat dat misschien via een Citrix-sessie, terwijl op kantoor de applicatie op een eigen server staat. En op kantoor moet de applicatie bijvoorbeeld worden gekoppeld met de lokale printer. Dat verloopt lang niet altijd vlekkeloos, met gefrustreerde gebruikers als gevolg.

Applicatiebeheer is uitdagend

Voor IT-afdelingen is het ondertussen steeds lastiger om te zorgen dat alle medewerkers veilig en efficiënt kunnen werken met al die apparaten en applicaties. Het aantal cyberdreigingen neemt toe en software-updates worden complexer en frequenter. Daarnaast zorgt wet- en regelgeving voor extra uitdagingen. Het opvallende is dat organisaties hun applicaties al zo’n twintig jaar op dezelfde manier updaten. De systeembeheerder krijgt een nieuwe applicatie, rolt die in de hele organisatie uit en overschrijft de bestaande applicatie. In een modern applicatielandschap moeten systeembeheerders een zekere mate van flexibiliteit hebben, zegt Will Teevan, CEO van Recast Software. Zijn bedrijf, een vooraanstaande leverancier van oplossingen voor endpoint management, heeft het Nederlandse Liquit overgenomen. Dit bedrijf uit Ridderkerk biedt een oplossing voor de uitdagingen rond applicatiebeheer.

Oplossing voor beheerders en gebruikers

“Je wilt overzichtelijk, flexibel en veilig alle applicaties aan gebruikers kunnen aanbieden,” zegt Teevan. ”We werken steeds meer in de cloud en toepassingen als Microsoft 365 en unified communications stellen andere eisen aan applicatiebeheer dan de traditionele manier van werken. Als IT-afdeling wil je niet alleen de controle over alle apparaten in je netwerk, je wilt ook dat alle applicaties goed werken, en veilig en up-to-date zijn. En als gebruiker wil je niet hoeven nadenken in welke IT-omgeving en met welke instellingen je je werk doet.”

Smart icons

Het was dan ook niet voor niets dat het Amerikaanse Recast Software zijn oog liet vallen op het Nederlandse Liquit. Teevan: “Zij hebben een oplossing voor applicatiebeheer ontwikkeld waarmee IT-beheerders de applicaties snel en veilig kunnen configureren, bijwerken en distribueren. Eindgebruikers hebben toegang tot applicaties vanuit één interface, waar die applicaties zich ook bevinden.” Het platform werkt met smart icons. “Als gebruiker klik ik op het icoon van een applicatie. Het icoon ‘weet’ wie ik ben, waar ik vandaan kom en wat ik probeer te doen. Dan kan het de beste ervaring bieden op het juiste moment. De applicatie wordt vanaf de meest logische omgeving opgestart, met de instellingen die op dat moment relevant zijn. Daarbij beschik je altijd over de laatste, veilige versie. Mocht je om een of andere reden een oudere versie van de applicatie nodig hebben, dan is ook die te activeren.”

In een modern applicatielandschap moeten systeembeheerders een zekere mate van flexibiliteit hebben

Eigen applicaties

Peter Hermeling

Peter Hermeling, medeoprichter en COO van Liquit vult aan. “Het platform aggregeert alle verschillende technologieën die bedrijven gebruiken in één interface. Daardoor maakt het voor de gebruiker niet uit of de applicatie lokaal geïnstalleerd is, of in een Citrix-omgeving of een andere virtualisatie-oplossing staat.” De catalogus van applicaties waar Liquit uit kan putten, bevat momenteel ruim 4.000 titels voor Windows en macOS en wordt continu gecureerd om te zorgen dat de meest up-to-date versies beschikbaar zijn. “Als een organisatie zelf een applicatie heeft ontwikkeld, kan die worden toegevoegd. Daarmee kunnen we de hele applicatie-stack van de organisatie ondersteunen.”

Goed nieuws voor msp’s

Met de overname van Liquit biedt Recast Software nu een breder scala aan oplossingen voor applicatiebeheer en endpoint-beveiliging. Dat vermindert het werk en de uitdagingen voor IT-professionals. Eindgebruikers krijgen een betere ervaring doordat ze toegang krijgen tot een brede suite van tools en resources, waardoor ze slimmer met IT-oplossingen kunnen werken. Daarnaast is het volgens Peter Hermeling goed nieuws voor msp’s. “Veel klanten besteden het applicatiebeheer uit aan msp’s. We hebben vanaf de start van ons bedrijf in 2015 gezorgd dat onze oplossing voor hen geschikt is door deze multitenant te maken. Eén msp kan een master zone creëren waar alle applicaties voor tientallen of zelfs honderden klanten te beheren zijn. Ze hoeven een applicatie maar één keer aan te maken in de master-omgeving en kunnen die dan voor al hun klanten gebruiken. Door dit keer op keer te doen, besparen organisaties flink.”Het kantoor van Liquit, nu gevestigd in Ridderkerk, verhuist komend najaar naar een groter kantoor in Utrecht, wat het hoofdkantoor wordt voor Recast Software in Europa. Will Teevan: “Liquit heeft al een aantal grote klanten in Nederland en andere Europese landen, nu kunnen we gezamenlijk het platform wereldwijd onder de aandacht brengen. We zullen ook in de toekomst flink blijven investeren in dit platform.”