Het bestuur van Cyberveilig Nederland is uitgebreid met een nieuw bestuurslid: Roos Dijkxhoorn. Zij is oprichter en (mede-)eigenaar van PuraSec, dat sinds 2018 bestaat. De snel groeiende onderneming, die inmiddels ruim twintig consultants telt, heeft een kantoor in Delft en in Zwolle.

Samen met het huidige bestuur van Cyberveiligheid Nederland wil Dijkxhoorn ze zich inzetten voor een optimaal ondernemingsklimaat van de cybersecuritysector in Nederland. Zij doet dit vanuit haar ervaring als mkb-ondernemer, geeft ook de directeur van Cyberveilig Nederland, Petra Oldengarm, aan. “Met de verkiezing van Roos wordt niet alleen de diversiteit binnen het bestuur vergroot, maar krijgen we ook een extra actieve stem binnen het bestuur van een MKB-cybersecurity bedrijf.”

Uitdagingen voor mkb-ondernemers

“Als eigenaar van een groeiend cybersecurity bedrijf in het mkb-segment ben ik me extra bewust van de uitdagingen die voor zowel onze eigen organisatie, als voor onze klanten spelen,” zegt Dijkxhoorn, die PuraSec oprichtte samen met Charl Tuwanakotta, zelf. “Wij houden ons inhoudelijk met hetzelfde bezig als de grotere dienstverleners. Echter zie je bij onze doelgroep dat vaak de mogelijkheden en incentives om bepaalde risico’s aan te pakken anders zijn. Het is voor ons extra belangrijk om te zorgen dat we de drempel laag houden om met informatiebeveiliging aan de slag te gaan.”

De medewerkers van PuraSec vinden daarbij, dat ze cybersecurity begrijpelijk moeten kunnen maken voor iedereen, “en één van onze belangrijkste doelen is om onze klanten zelf weerbaarder te maken.”

Kwaliteit vergroten

Cyberveilig Nederland (CVNL) is in 2018 opgericht om onder andere de kwaliteit en transparantie binnen de cybersecuritysector te vergroten. Zo is de Cyberveilig Nederland bijvoorbeeld actief betrokken bij de het keurmerk pentesten en is de organisatie initiatiefnemer van het Cybersecurity Woordenboek. Ook schrijven de medewerkers samen met publieke partners geregeld whitepapers over ransomware en is CVNL  betrokken bij verschillende publiek-private samenwerkingsverbanden zoals de Cybersecurity Alliantie.

Ga je als MSP in gesprek met mkb-klanten over de voordelen van een VoIP telefooncentrale? Bereid je dan goed voor, want bij veel kleinere ondernemers is de kennis over VoIP en de aanbieders ervan, de VoIP-providers, niet groot. De mogelijkheden van VoIP zijn echter talrijk. Het kan mkb’ers (en hun MSP) op termijn veel business-voordelen brengen.

Als het gaat om spraakcommunicatie weten mkb’ers natuurlijk wat ze hadden, namelijk een vaste telefoonverbinding. En ze kennen inmiddels de uitdagingen die gepaard gaan met het hybride werken: welke medewerker is hoe en wanneer bereikbaar voor collega’s en klanten? Maar jouw klanten zijn zich niet altijd bewust van de oplossingen die meer doen dan dit primaire probleem oplossen.

Hosted VoIP biedt bereikbaarheid en betaling naar gebruik

VoIP is een geschikte oplossing voor kleinere bedrijven, vooral nu de pandemie het hybride werken populair maakte. De marketingkreet van veel VoIP-providers klinkt mooi en veelbelovend. “Een VoIP telefooncentrale biedt de functionaliteit van een grote zakelijke PBX voor een fractie van het geld.”

Veel bedrijven hebben echter helemaal geen grote PBX, maar willen bereikbaarheid. En maandelijkse facturering naar gebruik, in combinatie met de betrouwbaarheid en (spraak)kwaliteit van de vertrouwde ‘vaste’ telefoonlijnen. Het is aan de partner eerst duidelijk te maken, dat VoIP dit eigenlijk standaard biedt. Namelijk als ‘hosted VoIP’, wat betekent dat je belt via een ’telefooncentrale’ die in het internet zit. Klanten hebben dus geen fysieke centrale nodig.

Voice over IP is ideaal voor thuiswerkers

VoIP is een geweldige optie voor thuiswerkers. Omdat die met een digitale oplossing dezelfde communicatiemogelijkheden hebben als eerder op kantoor. En vaak zelfs meer. Het zal jouw klant in eerste instantie wellicht niet boeien dat spraakgesprekken nu in feite neerkomen op dataoverdracht. De boodschap moet daarom zijn dat spraakoverdracht en, bijvoorbeeld, het inzien van klantdata, of het lezen en delen van mail- en WhatsApp-berichten nu heel eenvoudig en veilig kan.

Wat is VoIP?

VoIP (Voice over Internet Protocol) is simpel uit te leggen: het is internetbellen. Bij VoIP bel je over een computernetwerk. Je spraak wordt daarbij via een datalijn verstuurd, meestal het internet. Als je VoIP gebruikt, heb je niet langer een analoge of digitale telefoonlijn nodig.

VoIP maakt gebruik van verschillende protocollen, waarvan Session Initiation Protocol (SIP) het meest bekend is. Het SIP-protocol zorgt ervoor dat de gesprekskwaliteit optimaal is en dat er weinig bandbreedte gebruikt wordt. Een ander voordeel van SIP is dat er gewone telefoonnummers gekoppeld kunnen worden, waardoor je voor iedereen bereikbaar bent.

VoIP-bellen is vaak goedkoper en sneller dan de conventionele manier van zakelijk bellen via een eigen fysieke telefooncentrale.

VoIP telefooncentrale integreren met bedrijfssoftware

VoIP-oplossingen kunnen communiceren met andere systemen.  Zoals bijvoorbeeld een CRM-applicatie. Het verzorgen van deze koppelingen is bij uitstek een service van de MSP. Juist in een relatief kleine mkb-onderneming, waar mensen elkaars werk nogal eens waarnemen (vakanties, geen volledige werkweek, vacatures), is het goed dat eenvoudig toegang tot databases, mailboxen en voicemail-omgevingen kan worden toegekend. En werknemers zo op een simpele manier beschikken over alle relevante (klant)data. En met hetzelfde gemak ook weer van die ‘extra knoppen’ worden verlost als de inhoud van hun functie verandert.

Bij de overstap naar de VoIP telefooncentrale is het goed klanten duidelijk te maken dat, in tegenstelling tot een nieuwe auto, de meeste opties in een later stadium zonder moeite geactiveerd kunnen worden. De klant kan dus met een basisconfiguratie beginnen, wat meestal neer komt op spraak. Het aantal gebruikers groeit mee met de omvang van de eindgebruikersorganisatie. Voor de MSP start hiermee een klantrelatie die langdurig voor maandelijkse inkomsten zorgt.

VoIP-providers bieden meerdere vormen van ‘bellen’

De primaire vraag van de klant zal waarschijnlijk betrekking hebben op spraakoverdracht. Nu zijn er bij VoIP meerdere manieren om te ‘bellen’. De meest basale functie van een VoIP telefooncentrale is het nabootsen van een traditionele PBX, waar werknemers bellen en praten met behulp van handsets en headsets die in de kantooromgeving blijven. Als de handsets draadloos zijn, dan maken ze doorgaans gebruik van DECT-technologie.

Mobiele softphones maken VoIP op smartphone mogelijk

Nu het hybride werken massaal omarmd wordt, zal echter vaker gekozen worden voor zogenaamde softphones. Dit is software die op de pc draait en de aangesloten microfoon en headset of luidsprekers gebruikt om de VoIP telefooncentralefuncties van een telefoon na te bootsen. Veel van deze apps bieden een groot aantal functies die de klant eigenlijk nooit zou krijgen van een traditioneel telefoonsysteem, zoals agenda-integratie, teamberichten en samenwerking. En de mogelijkheid om bestanden te verzenden en te ontvangen tijdens een gesprek

Mobiele softphones gaan nog een stap verder. De meeste systemen bieden zowel Apple iOS- als Google Android-mobiele apps, maar let op: hun kwaliteit varieert. Zorg er dus voor dat je de functionaliteit hebt getest voor je het aanbiedt aan klanten.

Naast meer traditionele spraakoverdracht, zijn er natuurlijk volledig uitgeruste VoIP-services die de klanten kunnen gebruiken om online te vergaderen, te communiceren en samen te werken. Gebruikers hebben toegang tot deze mogelijkheden via een Unified Communications-client, of via afzonderlijke apps die, via de MSP, worden aangeboden door de VoIP-provider. Basisopties zijn onder meer sms’en, videoconferenties en online vergaderen.

Verdiep je in de SLA’s van de provider

Zoals bij de meeste services, is het niveau van klantenservice dat de gebruiker ontvangt cruciaal voor een optimale gebruikservaring. In de praktijk leunt de MSP hierbij op zijn VoIP-provider. Verdiep je dus goed in het services-aanbod en de SLA’s, zowel als het gaat om de ondersteuning van de eindklant, als van jou als MSP! Het aanbod aan leveranciers dat via partners werkt is enorm, zoals ook blijkt uit het Telecom-overzicht dat ChannelConnect samenstelde.

Aandacht voor beveiliging is een must voor elke cloudgebaseerde service die bedrijven gebruiken. Elke online activiteit is kwetsbaar. Maar voor een op het internet aangesloten applicatie zoals een VoIP telefooncentrale, een applicatie die fungeert als de spil van de zakelijke communicatie, zijn uitgebreide beveiligingsmaatregelen heel belangrijk. Ook hier is het zaak duidelijk te krijgen welke verantwoordelijkheid je als MSP draagt. En waar de leverancier verantwoordelijk voor is.

Datalekken liggen op de loer bij VoIP telefooncentrale

Zoek in elk geval naar VoIP-services die end-to-end encryptie bieden, zowel wanneer data onderweg zijn, als wanneer ze in rust zijn. Zoek ook naar geavanceerde authenticatie-opties, met name multi-factor authenticatie en biometrie. Dergelijke maatregelen zijn essentieel omdat een groeiend aantal cyberaanvallen specifiek gericht is op de VoIP telefooncentrale. Weest je ervan bewust dat spraaksystemen (en dat geldt ook voor meer traditionele omgevingen) al snel persoonlijke gegevens bevatten, dus een datalek is bij een incident haast niet te voorkomen.

De behoeften van elk bedrijf zijn anders, en de manier waarop ze het liefst communiceren met interne en externe contacten zal ook verschillen. MSP’s die zich richten op ondernemingen in een bepaalde sector (denk aan advocaten, medische praktijken) hebben het voordeel dat ze de ‘taal’ van die klanten kennen.

Wel is duidelijk dat geen enkele onderneming alleen nog maar communiceert via de telefoon. De mogelijkheid op een veilige manier alle communicatievormen te verenigen op een, door jou als MSP beheerd platform, is een prachtige zakelijke kans. En een opstap tot een lange relatie met de klant.

Tijdens een exclusieve bijeenkomst in Utrecht stelde Acronis, actief op het gebied van cyberbescherming en back-up, het nieuwe Benelux-team voor. De leverancier wil de komende periode het aantal partnerships opschalen en het MSP-portfolio uitbreiden. Acronis heeft een sterke positie in de mkb- en home office-markt, liet het weten op vragen van ChannelConnect.

Ter ondersteuning van de groeiplannen gaat Rony Moyal (op de foto links), Sales Manager voor Israël en OEM Sales Director, het nieuwe Benelux-team leiden. Hij werkt vanuit de Verenigde Staten en kwam vier jaar geleden bij Acronis. Hij kondigde aan dat de groei van Acronis deels gedreven zal worden door het in gebruik nemen van een nieuw datacenter in Nederland. Dit past in de strategie van Acronis eigen datacenters in te zetten voor de diensten die het levert.

Groei in Benelux

Met het oog op het samenstellen van een nieuw team dat zich specifiek richt op Nederland, België en Luxemburg werd Richard Weyts bevorderd tot Distribution Account Manager. Als vervolg op de recente wijzigingen in het Global Sales Team heeft Acronis de nieuwe structuur van de organisatie nog eens goed onder de loep genomen om te zorgen dat deze aansluit bij de nieuwe bedrijfsdoelen. Weyts werkte eerder in sales in retail en datamanagement, en heeft de nieuwe functie van Distributor Account Manager aanvaard om de groei van de zakelijke activiteiten in de Benelux te ondersteunen.

Dit team wordt gecompleteerd door Niels Kuenen die de nieuwe Senior Strategic Partner Manager is. Niels maakte naam in sales, pre-sales, salesmanagement en business-to-business. Hij heeft veel ervaring op het gebied van business development met een focus op digitale transformatie, beveiliging, IT-projecten/-processen en supply chain. Hij gaat zich bezighouden met het uitbreiden van het portfolio van de partners van Acronis in alle drie de landen van de Benelux.

16.000 serviceproviders

Acronis stelde zich in juni vorig jaar al uitgebreid aan resellers voor tijdens het event ‘The future is hybrid’, dat distributeur Portland organiseerde. De Acronis Cyber Protect-oplossing is verkrijgbaar in 26 talen in meer dan 150 landen en wordt gebruikt door 16.000 serviceproviders voor de beveiliging van meer dan 750.000 bedrijven.

De markt voor mini-datacenters (MDC) groeit fors de komende jaren. Vooral voor mkb-ondernemers en voor MSP’s die in het kleinzakelijke segment actief zijn is een klein datacenter interessant.

Een mini-datacenter kun je omschrijven als een op zichzelf staande omgeving die kan variëren van een enkel rack tot maximaal 40 rackbehuizingen. Het is in feite een gecontaineriseerde (modulaire) datacenterarchitectuur. Een dergelijk systeem bevat dan zowel de IT-elementen van de infrastructuur, als de ondersteunende zaken zoals koeling, voeding, connectiviteit, een noodstroomvoorziening en brandbeveiliging.

Tot een IT-belasting van ongeveer 250 kW spreken we over mini-datacenters. Ze worden algemeen als een geschikte oplossing gezien voor disaster recovery, maar ook als centrale eenheid van waaruit verschillende locaties in een netwerk aangestuurd worden.

Mini-datacenter oplossing voor een winkelketen

Een kleine winkelketen met een aantal vestigingen kan op een dergelijk systeem kassasystemen en de administratie laten draaien, en het ook gebruiken voor het voorraadsysteem en de website of webshop. MDC’s zijn ook om andere redenen interessant voor retail-organisaties. Zij kunnen met een klein datacenter maximaal profiteren van lage latency.

Een MSP kan echter ook zelf een dergelijk mini-datacenter opzetten. Klanten kunnen er hun software op laten draaien (en daarmee beschikken over een private cloud omgeving) of het gebruiken als back-up voorziening.

Omdat dergelijke configuraties relatief vaak voorkomen, voorzien verschillende fabrikanten in standaardoplossingen. Het kan daarbij gaan om een geheel vooraf geïnstalleerde en volledig geïntegreerde plug-and-play infrastructuur. De uitrol is in enkele dagen te realiseren.

Schaalbaar en verplaatsbaar

Naast de korte implementatietijd hebben deze datacenters meer voordelen. Ze zijn heel flexibel in te zetten, zijn niet alleen schaalbaar maar vaak ook eenvoudig verplaatsbaar. Dit kan van belang zijn tijdens grote festivals, op bouwlocaties of bij het inrichten van een startende retailketen.

Minidatacenters vormen een interessante oplossing die aan de orde kan komen in CAPEX-OPEX-discussies die de laatste jaren in de IT spelen. Wordt gekozen voor onpremise investeringen, of juist voor de cloud, waarbij een bedrag betaald wordt voor het daadwerkelijke gebruik.

Een goed geconfigureerd MDC vereist geen grote investering en zeker als het aantal gebruikers langere tijd constant is zullen de operationele kosten niet voor verrassingen zorgen.

Lage kosten van mini-datacenter

Voor de periode 2023-2027 verwacht onderzoeksbureau TechNavio een jaarlijkse groei van ruim 18% aan investeringen in deze apparatuur. Die groei is het gevolg van een toenemende vraag bij het mkb die gerelateerd is aan de nog steeds stijgende acceptatie van de virtual desktop infrastructuur, die dan in het geval van een MDC eenvoudig kan draaien in een private cloud.

Ook het feit dat mini-datacenters heel efficiënt kunnen functioneren tegen lage kosten is een driver. Daarnaast is de populariteit van deze mini-datacenters het gevolg van de toenemende consolidaties onder de grotere datacenters.  Mini-datacenters hebben een kleine footprint. De systemen zijn ontworpen om passief gekoeld en stil te zijn.

Een MDC is in de praktijk meestal complementair aan de cloud. Een mini-datacenter brengt rekenkracht naar de lokale business toe. Dat is vaak goedkoper dan het heen en weer sturen van data naar een cloudapplicatie en verbetert de latency.

Rol voor partners

Zeker MSP’s die investeren in een mini-datacenter kunnen door een persoonlijke relatie met hun klant toegevoegde waarde leveren. Of zich ontpoppen tot reseller van de oplossing. Een mini-datacenter wordt namelijk in veel gevallen met alle onderdelen bij elkaar geleverd via channel partners.

In het februarinummer van ChannelConnect gaan we uitgebreid in op de laatste ontwikkelingen omtrent datacenters.

Wachtwoorden zijn de zwakke schakel bij identity access management. Steeds weer zijn er datalekken of weten criminelen met phishing inloggegevens te ontvreemden. Inloggen zonder password is de oplossing. Samen met Microsoft stelt Thales partners in staat hun klanten veilig te laten inloggen.access management thales

De Fast Identity Online (FIDO) Alliance begon al in 2013 met het ontwikkelen van technologie om zonder wachtwoorden in te kunnen loggen. “De afgelopen jaren bracht de alliantie al verschillende versies uit voor passwordless-inloggen,” geeft ­Guido Gerrits, Field Channel Director, EMEA, Digital Identity & Security bij Thales aan. “Die waren echter nog niet zo succesvol. Maar nu is echt sprake van een volwassen product op het gebied van access management. Het is voor resellers een mooi ­moment om in te stappen.” Ook door de vele berichten over cyberaanvallen en de kwetsbaarheid van wachtwoorden, ziet Gerrits meer vraag naar de oplossing ontstaan. Om die reden brengt Thales, dat FIDO nu ruim een jaar ondersteunt in de vorm van een USB-token, samen met Microsoft een FIDO-token op de markt. “Het is qua propositie volledig op de ­Microsoftpartners toegespitst.”

Access management met tweefactor-authenticatie 

Gerrits schetst de voordelen van FIDO. “Het mooie van FIDO is dat het aan de ene kant heel gemakkelijk is, en aan de andere kant een hele veilige oplossing. Het gemak zit erin dat de gebruiker het zelf kan uitrollen. En dat deze password­less-oplossing ook heel eenvoudig in het gebruik is.” Gebruikers hoeven geen wachtwoord te onthouden en er bestaat geen gevaar van phishing of een datalek waarbij wachtwoorden betrokken zijn.

De FIDO-token is beveiligd met een pincode. “Op die manier zorg je meteen voor tweevoudige authenticatie (2FA), want je combineert de hardware van de token met een pincode.” Het sterke van een dergelijke token is daarbij, dat je hem zowel zakelijk als privé kunt gebruiken. “Dat is iets dat een reseller kan benadrukken als hij met zijn klanten spreekt: het is een securitytool die je gebruikt voor je zakelijke applicatie, maar ook voor je privé­applicaties.”

Gebruikers hoeven geen wachtwoord te onthouden en er bestaat geen gevaar van phishing of een datalek waarbij wachtwoorden betrokken zijn

Veel ondernemingen proberen te voorkomen dat zakelijk en privé­gebruik van devices door elkaar lopen, maar slagen daar doorgaans niet in – nog los van het feit dat ­jongere medewerkers die scheiding vaak helemaal niet willen maken. “Door deze vorm van access management is die noodzaak er ook minder,” legt Gerrits uit. “Daarnaast zijn ­medewerkers zuiniger op hun ­token als je er ook toegang mee krijgt tot de eigen persoonlijke mailbox, dan leen je de token niet zomaar uit aan een collega als je met vakantie gaat.”

Feit is dat FIDO, net als 2FA, moet worden aangeboden door de apps en omgevingen waarbij gebruikers willen inloggen, zoals social ­media-accounts of mailboxen. ­Gerrits: “Eigenlijk doen inmiddels alle belangrijkste websites dat al. Maar het klopt, je blijft er wel van afhankelijk.”

FIDO integreren in access management oplossing

identity access management thales guido gerrits

Guido Gerrits

Ondanks alle voordelen is de FIDO-­technologie nog niet volmaakt, geeft Gerrits aan. “Het ontbreekt nog aan gecentraliseerd access management binnen de standaard.” De FIDO-oplossing is opgezet vanuit het gezichtspunt van de gebruiker. “Dat is dus ook degene die het beheert. Hij of zij koppelt de token aan de mailbox, of aan andere applicaties.” Dit betekent dat als iemand een token kwijtraakt die (ook) zakelijk gebruikt wordt, dan moet hij zelf in alle applicaties een nieuwe token uitrollen, van Outlook tot Salesforce. “In de zakelijke praktijk moet je dan dus naar de applicatiebeheerder om dit te laten regelen: eerst de token intrekken en dan een nieuwe uitrollen. En dit bij elke applicatie afzonderlijk. Dat kan ertoe leiden dat een applicatie vergeten wordt.”

Dit nadeel in de FIDO-standaard vangt Thales op door de technologie vanuit de eigen access management oplossing te ondersteunen. “Wij kunnen zo afdwingen dat ­medewerkers daadwerkelijk FIDO gebruiken. En geven via de oplossingen ook daadwerkelijk toegang tot de applicatie. Partners maken FIDO zo tot onderdeel van een ­beheerde Single Sign On-omgeving van hun klanten.”

Dit heeft als voordeel, dat indien een gebruiker zijn token verliest, die dan meteen geblokkeerd kan worden. “Applicaties zijn op dat moment niet meer toegankelijk tot er een nieuwe token is uitgerold.” De token past, zo geeft Gerrits aan, perfect in het aanbod aan security-oplossingen van MSP’s en tevens perfect binnen een Microsoft-portfolio van de partners.

Toegang tot garage, pc en printer

De FIDO-technologie is niet uitsluitend in te zetten met een USB-token. Bij tablets en smartphones zou je er dan weinig aan hebben. “We leveren ook een kaart ter grootte van een creditcard met de FIDO-beveiliging,” legt Gerrits uit. “Daar zit een RFID-chip in die communiceert met het mobiele device.”

Er is echter nog meer mogelijk. “Je kunt er natuurlijk ook fysieke toegang mee geven, bijvoorbeeld tot garages en toegangspoortjes. Zo kun je de technologie, van de toegangspoort tot koffieapparaat en printer de hele dag gebruiken.”

Het partnerecosysteem kent veel partijen. We belichten regelmatig de activiteiten van een IT-dienstverlener. Dit keer is Humanoids, een IT-opleider met vestigingen in Rotterdam en Amsterdam.

Het gebrek aan IT-talent haalt bijna dagelijks het nieuws. Steeds vaker wordt gesuggereerd ICT’ers uit het buitenland te halen om hier de nood te verlichten. Maarten Hoogvliet merkte echter na zijn studie aan de UvA in de praktijk dat het gebrek aan talent en interesse het probleem niet is. “De opleidingen, zelfs die aan de Technische Universiteiten, sluiten helemaal niet aan op de praktijk in de techsector.”

Hij startte daarom in 2017 IT-opleider Humanoids en bereikte daarmee twee dingen: het opzetten van een dienstverlener die designers en developers laat samenwerken op het snijvlak van design en technologie, met mooie opdrachten bij grote ondernemingen. Maar vooral: het opleiden van jonge academici. Die hebben weliswaar lang niet altijd een achtergrond in de IT maar draaien na een korte crashcourse op hoog niveau mee.

Blindstaren op werkervaring

Voordat we dat schetsen, gaan we terug naar het begin. Het LinkedIn-profiel van Hoogvliet leest tot de oprichting van IT-opleider Humanoids als het curriculum van een (grotendeels freelance werkende) UI/UX-designer met hele grote merken als klant. Waarom dan toch kiezen voor het oprichten van een onderneming? “Ik zag te vaak dingen in die bedrijven waar ik het niet mee eens was. Ik wilde zelf een strategie ontwikkelen, mandaat hebben en een team bouwen van de hoogste kwaliteit. Dan moet je voor jezelf beginnen.” Het belangrijkste aspect waar Hoogvliet zich aan stoorde was het gat tussen de behoefte aan IT-talenten bij de ondernemingen en de manier waar­op naar personeel werd gezocht. “In deze branche heerst nog heel erg het idee dat je jaren ervaring moet hebben om als IT’er de mooie klussen te kunnen doen. Iedereen wil met seniors werken en staart zich blind op jaren werkerva­ring. Ik wilde hun ongelijk bewijzen.”

In deze branche heerst nog heel erg het idee dat je jaren ervaring moet hebben om als IT’er de mooie klussen te kunnen doen

Daarbij hebben die organisaties in zoverre gelijk, dat studenten die wél een opleiding in de IT volgden doorgaans niet direct inzetbaar zijn – en dat geldt zelfs voor studenten die aan de TU Delft digitale vakken afrondden, geeft Robbin Habermehl, die in 2018 compagnon werd van Hoogvliet, aan. “Als IT-opleider dichten wij het gat tussen de universiteit en de markt.”

Hij merkt daarbij op dat de rol van developers veranderde. “Vroeger waren ze minder betrokken bij de zakelijke kant van het ontwikkelproces. Ze vormden geen onderdeel van een multidisciplinair team zoals nu, kregen specifieke opdrachten en er werd niet van ze gevraagd om mee te denken. Dit terwijl je nu echt een integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling, men van je verwacht dat je betrokkenheid toont en meedenkt.”

IT-opleider met crashcourse als fundament

Zo werd het opleiden van jonge academici (Hoogvliet: “het is de slimste 5% van de Nederlandse bevolking, met een enorme potentie. Doodzonde daar niets mee te doen.”) het fundament van Humanoids. En dat opleiden gaat snel, legt Habermehl uit. “We beginnen met een crashcourse van zes weken. In die periode is een nieuwe lichting van 9 uur ’s ochtends tot half zes ’s avonds bezig met development of UX-design, waarna een traineeship van twaalf maanden volgt.” De nieuwe medewerkers gaan daarbij meteen als consultant aan de slag. “Het is dus niet eerst een paar jaar rustig meelopen en erin groeien, maar in feite meteen het diepe in. Ze voegen direct waarde toe aan de onderneming en die van de klant.”

Ervaring delen

Hoogvliet vergelijkt het met het behalen van een rijbewijs; “Een ervaren chauffeur ben je nog niet, maar al wel zover dat je op niveau mee kunt doen in het verkeer.” De hechte onderlinge band tussen de Humanoids, zorgt ervoor dat advies en ervaring continu met elkaar gedeeld worden. “We rouleren binnen de teams tussen leraar zijn en student. Zo ontstaat een vertrouwensband, men helpt elkaar. Dat werkt heel goed. De mensen die hier beginnen worden ontzettend snel een specialist van topkwaliteit.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Ton-Pieter Lenderink van Nutanix.

Ton-Pieter Lenderink, Channel Sales Manager bij Nutanix, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft over het mogelijk maken van dataopslag in Europa door Microsoft.

In januari 2023 start Microsoft met het EU Data Boundary-plan. Met dit project – dat onder druk van de EU tot stand is gekomen – stelt Microsoft zakelijke klanten in staat om data op te slaan en te verwerken in de Europese Unie. Met dit initiatief kunnen klanten van Microsoft niet alleen voldoen aan steeds strenger wordende compliance-wetgeving, maar zorgen zij er ook voor dat zij niet langer afhankelijk zijn van buiten-Europese grootmachten en corporaties.

Bredere trend

Deze ontwikkeling past in een bredere trend waarin men zich steeds bewuster wordt waar hun data zich bevinden en wie hier toegang tot heeft. Daarnaast nemen we als Europese Unie met deze wetgeving een stukje van onze onafhankelijkheid terug. Voorheen waren we afhankelijk van de het beleid en de wet- en regelgeving van het (buiten-Europese) bedrijf zelf en/of het land waarin deze opereert – in dit geval de US. Zij bepalen hoe er met onze data om wordt gegaan en wie hier toegang tot heeft. Die regie nemen we naar aanleiding van Microsoft’s EU Data Boundary-plan terug.

Neem de regie over de eigen data terug

Hoewel de omslag van Microsoft goed nieuws is, ben je nog steeds afhankelijk van een partij als je alle data in Azure opslaat. Steeds meer bedrijven beginnen zich te realiseren dat ze dat niet langer willen. Ondanks dat partijen als Microsoft, maar ook AWS en Google, goede en bewezen diensten leveren waar bedrijven veel profijt uit kunnen halen, leidt de afhankelijkheid van één partij ertoe dat een organisatie bijvoorbeeld minder flexibel kan zijn als gevolg van het beleid of (onbedoelde) fouten of storingen van die partij. Dit geldt vaak ook voor de wet- en regelgeving van het land waarin het bedrijf opereert. Ook daar willen we als Europa dus niet langer afhankelijk van zijn.

Dat we door het EU Data Boundary-plan de regie over data die gecreëerd en bewaard worden in Europa terugnemen, betekent echter niet dat bedrijven niet langer hoeven na te denken over waar hun data staat. Ook nu data zich binnenkort binnen de Europese grenzen bevinden, en daarmee beter voldoen aan privacy- en compliance-wetgeving, is het belangrijk om ook na te denken over in welke IT-omgeving jouw data en assets zich bevinden en of zij daar het beste tot hun recht komen. Is de public cloud daar bijvoorbeeld de beste omgeving voor of kan er beter gepresteerd worden in een hybride IT-omgeving? En hoe blijf je – indien de praktijk dat vereist – de komende jaren flexibel en wendbaar zodat je tijdig kunt bijsturen?

Waar komen jouw assets het best tot hun recht?

Waar men bijvoorbeeld voorheen dacht dat de public cloud enkel voordelen zou bieden, blijkt het de hoge verwachtingen inmiddels niet altijd waar te kunnen maken. Veel bedrijven beseffen zich dat de public cloud als totaaloplossing duurder en tijdsintensiever is dan verwacht en dat het niet voor iedere asset het prestatieniveau of de flexibiliteit biedt dat een andere omgeving wel kan bieden.

Neem dus niet enkel genoegen met het feit dat jouw data binnenkort veilig in Europa kunnen staan, maar heroverweeg ook van welke partij(en) je afhankelijk wil zijn om jouw data en assets veilig op te slaan en te efficiënt te draaien.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Pieter Slavenburg van F5.

Pieter Slavenburg, director sales Benelux van F5, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft over het belang van securitypartners bij het mkb.

“Er is een schrijnend tekort aan gekwalificeerd personeel in cybersecurity,” stelt Slavenburg. “Ondernemers willen zich laten ontzorgen door middel van dienstverlening. En waarschijnlijk is het tegenwoordig eerder een kwestie van moeten dan willen. Door je te richten op kerntaken, en andere zaken uit te besteden aan professionals, kan men zich richten op het succes van de onderneming.”

Partners van grote waarde voor mkb

Security is inmiddels geen randzaak meer, en moet onderdeel zijn van de bedrijfsvoering. Grotere ondernemingen kunnen zich vaak nog wel gekwalificeerd personeel veroorloven, en voor hen is het vinden en behouden van talent iets eenvoudiger, geeft Slavenburg aan. “Dit is bij kleinere en middelgrote organisaties echter minder vaak het geval, terwijl ze relatief gezien tegen dezelfde (cyber)risico’s aanlopen. Daarom zijn partners met kennis, kunde en de juiste oplossingen van onmisbare waarde.”

Ontzorgen steeds belangrijker

Daarnaast ontwikkelt het cyber-landschap zich sneller dan de meeste organisaties bij kunnen houden. De grootschalige adoptie van cloud maakt het nog complexer. De datacenters en cloud-omgevingen bieden vergelijkbare functionaliteit, maar werken net anders, zeker als het gaat om de beveiliging ervan. Een incorrecte configuratie en beveiligingslekken lijken soms hand-in-hand te gaan. Slavenburg: “Ook hier geldt dus dat ontzorgen steeds belangrijker wordt. SaaS-oplossingen worden ook in dit security-opzicht steeds belangrijker.”

Bij de presentatie in Stockholm van nieuwe producten van fabrikant Contour Design, bekend van de ‘slidermouse’, had ChannelConnect een exclusief interview met CEO Kenneth Nielsen. “We bouwen coole producten die je ook nog eens beschermen tegen blessures.”

Ons bedrijf startte in 1995, eigenlijk al met­een met de overtuiging dat de muis, die toen nog in de kinderschoenen stond, weliswaar nuttig was als pointing device, maar dat het ergonomisch totaal verkeerd was uitgewerkt”, vertelt Kenneth Nielsen. “Dit klinkt wellicht wat arrogant als je dat nu voor het eerst zou roepen, maar vergeet niet dat de muis toen nog niet zo’n standaard device was als nu. In de kern kwam het erop neer, dat het eigenlijk niet de bedoeling kon zijn dat je urenlang buiten je directe gezichtsveld, dus je visuele en fysieke centrum zou werken met een arm. We zijn gebouwd om te werken met onze handen direct voor ons. Daarom is aan de positie van het toetsenbord sinds de eerste typemachines nooit meer iets veranderd.”

Coole productencontour design

De onderneming begon zoals dat zo vaak gaat: iemand heeft een visie en wil die realiseren. En die visie, een muis gecentreerd vóór het lichaam van de gebruiker, is niet veranderd. zegt Nielsen. “Het is natuurlijk wel verfijnd. Beeldschermen zijn groter en gedetailleerder geworden en applicaties hebben dat ook nodig. De muis, ook de onze, is meegegroeid. Tot vrij recent heeft de oprichter echt de leiding over de onderneming gehad. Dat leidde tot innovatieve producten, maar business development en marketing kregen wat minder aandacht.”

Een eerste stap die we zetten is het inrichten van een reseller­programma dat overal ter wereld gelijk is

Lange tijd verkocht Contour Design zijn producten aan klanten die al pijn ervaren bij het gebruik van de standaard muis, zoals bij veel medische en paramedische technologie. “Op advies van iemand die gespecialiseerd is in ergonomie, bijvoorbeeld. Dat is natuurlijk heel goed, want de gebruiker zal zijn lichaam niet meer fout belasten. Wat wij echter belangrijk vinden, is dat je in plaats van te wachten op lichamelijke klanten, die juist voorkomt. We moeten daarom af van de praktijk dat onze producten alleen geassocieerd worden met pijn en handicap. We willen coole product ontwikkelen, waar mensen trots op zijn. En dat is wat we nu laten zien.”

Voorsprong in Scandinavië

Overigens ziet Nielsen wel dat de markt ervoor open staat. “Vooral in de Scandinavische landen, waar je veel strengere wetgeving hebt die zo ­ergonomisch mogelijk werken afdwingt. Zo moet je in die landen de werknemers wettelijk bijvoorbeeld een automatisch in hoogte te verstellen bureau aanbieden. Dit was ook een van de redenen voor ons om het hoofdkantoor te verhuizen van de VS naar Kopenhagen. Naast het feit dat Scandinavisch design goed bekend staat.”

We willen naar de situatie dat IT-­integrators ons product meenemen en duidelijk maken dat je met onze devices problemen voorkomt

En dat raakt aan een andere uitdaging die ­Contour Design heeft: uitleggen wat de producten  doen, hoe ze werken en wat ze kunnen betekenen voor de professional die dagelijks op kantoor zit. “Het is heel simpel in gebruik; iemand die ermee aan de slag gaat ervaart geen problemen, maar het is een stap mensen er echt kennis mee te laten maken. Zo gewend zijn ze aan de standaardmuis. Veel verkoop gaat daarom via mond-tot-mondreclame of men ziet een collega of kennis ermee werken.”

Belangrijke rol partners

Partners hebben daarom een speciale rol. “Ze zijn echt essentieel voor ons om de markt te bewerken. In de praktijk worden onze devices ook in een bundel met andere artikelen verkocht. Tot voor kort ging dat vooral via resellers die vanuit de ergonomie de markt benaderen. Die zijn zeer servicegericht en bieden mooie oplossingen aan. Alleen worden ze doorgaans pas gebeld bij een probleem.

Partners hebben een speciale rol. Ze zijn echt essentieel voor ons om de markt te bewerken

We hebben echter ook meer spontane vraag nodig naar de producten. We willen naar de situatie dat IT-integrators ons product meenemen en duidelijk maken dat je met onze devices problemen voorkomt. En uitval van medewerkers. En dat het daarnaast een cool product is. Een eerste stap die we zetten is het inrichten van een resellerprogramma dat overal ter wereld gelijk is. Daarnaast zoeken we naar resellers met wie we echt goed matchen – en zij met ons.”

HR professionals als target

“We ondersteunen de verkoop van onze producten uiteraard met marketing”, zegt Nielsen. “En dan vooral digitaal. Zodat medewerkers erom gaan vragen. In een krappe arbeidsmarkt zien we dat goed ingerichte werkplekken – ook bij hybride werken – belangrijke arbeidsvoorwaarden zijn. Enerzijds voor de (potentiële) medewerker, maar ook voor de werkgever. Je wilt niet dat schaarse en goed betaalde specialisten, bijvoorbeeld juristen, uitvallen door lichamelijke klachten die voorkomen (hadden) kunnen worden. Dat betekent ook dat partners de weg in organisaties moeten kennen. Een product als het onze komt niet in een tender terecht als je alleen contact hebt met de IT-functionaris. Je zult ook Human Resources en een financiële professional moeten spreken. En niet voor niets. Medewerkers zijn dagelijks een steeds grotere hoeveelheid van hun tijd achter een scherm gaan doorbrengen. Het London Pain Institute meldde dat uit onderzoek blijkt dat bij iedereen die meer dan acht uur per dag met een computer werkt,  de kans op blessures stijgt met 60%. Vergeet daarbij niet dat mensen ook privé nog achter de computer zitten en dus vaak over dat aantal uren heen gaan. Met onze producten kun je een groot aantal van de daarmee gepaard gaande problemen voorkomen.”

Twee nieuwe muizencontour design nieuwe producten

Tijdens het evenement in Stockholm, dat ook door een groot aantal partners van Contour Design bezocht werd, lanceerde de fabrikant twee nieuwe muisoplossingen, namelijk de RollerMouse Pro en SliderMouse Pro (foto). De eerste bouwt voort op het al bestaande muis-concept, maar bij de SliderMouse kunnen kantoormedewerkers gebruik maken van de slider.

Contour Design blijft ook bij deze twee devices trouw aan hun filosofie: de RollerMouse en SliderMouse stellen de gebruiker centraal. “Alle functies zijn gecentraliseerd,” legt CEO Kenneth Nielsen uit. “Hierdoor rusten de armen van de gebruiker recht voor het lichaam. Strekken en draaien worden zo tot een minimum beperkt.”

De fabrikant streeft naar de bouw van duurzame apparaten. Nielsen: “Alle harde kunststof in de nieuwe producten is gemaakt van 100% gerecycled materiaal.”

In september deed de Autoriteit Consument en Markt voorstellen om het klanten van cloud-­services eenvoudiger te maken diensten van meerdere platforms te combineren. Ook moeten bedrijven eenvoudiger van cloudleverancier ­kunnen wisselen. Het advies is een nieuw hoofdstuk in een al ­decennialang lopende ergernis: systemen die niet compatibel zijn. Eerst speelde het probleem ­tussen hardware van verschillende fabrikanten, na de brede adoptie van Microsofts producten werd dat lange tijd versmald tot het niet kunnen delen van applicaties tussen Apple devices en pc’s. Ook nu nog staat hardware die iOS ondersteunt tegenover Android.

Device lock-in

Het probleem is echter veel ouder: begin jaren zestig was niet alleen sprake van een vendor lock-in, maar zelfs van een device lock-in. Programma’s konden maar op één apparaat gebruikt worden. Je moest het herschrijven als je van dezelfde ­fabrikant gelijke hardware kocht.

Voor Frederic Brooks waren IT’ers bouwers van gereedschap voor anderen

Frederick Brooks, die afgelopen maand overleed, bracht daar verandering in. Hij kwam met het baanbrekende idee van uniforme computer­architecturen. De computerwetenschapper speelde begin jaren zestig een sleutelrol in de ontwikkeling van mainframes bij IBM. Daar nam hij de ontwikkeling van de System/360-familie en het bijbehorende besturingssysteem OS/360 over. In 1964 introduceerde IBM, dankzij Brooks, een lijn van zes compatibele machines met Model 360 als besturingssysteem. Software die voor deze ­systemen was geschreven, kon voor het eerst worden gebruikt op alle appraten in deze serie ­computers.

Vertraging softwareproject

Het systeem was bij lancering bepaald niet zonder fouten – ook dat fenomeen heeft een lange historie. De directie van IBM deed een dringend beroep op de programmeur vol te houden en de klus af te maken. Dat was een fors project: tussen 1963 en 1966 investeerde het bedrijf er ongeveer 5.000 mensjaren in.

Het leidde vervolgens niet alleen tot decennia­lange dominantie van IBM in de mainframewereld, maar ook tot een ander inzicht van Brooks dat tot op de dag actueel is: als een softwareproject vertraging oploopt, los je dat niet op door meer mensen op het project te zetten. Daarmee wordt de vertraging namelijk alleen maar groter, was de ervaring van de Amerikaan. Hij gaf de voorkeur juist aan ‘kleine chirurgische teams’. Zonder daarmee overigens het werk van een programmeur te willen vergelijken met de soms levensreddende ingrepen van chirurgen, Voor Brooks waren IT’ers de bouwers van het gereedschap dat anderen ­konden gebruiken.

Brooks werd 91 jaar.