Eind vorige week organiseerde Dutch Cloud Community (DCC) een kennislunch voor msp’s en mssp’s, gericht op thema’s als regelgeving en zorgplicht. Directeur Ruud Alaerds introduceerde dit nieuwe event-format, dat kennisdeling centraal stelt in een compact programma van zes presentaties en een afsluiting.

“We proberen in dat korte format een soort 360 gradenblik te geven op wat er speelt,” zei Alaerds. De bijeenkomst in Rotterdam was de aftrap van een geplande landelijke roadshow.

Elfahmi El Bouazati en Ruud Alaerds

De eerste spreker, Rob Augustinus van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), lichtte toe dat zijn organisatie toezicht houdt op digitale netwerken, waaronder clouddiensten. Hij benadrukte het belang van de Nederlandse implementatie van de NIS2-richtlijn, die digitale weerbaarheid adresseert.

“Het gaat daarbij altijd om people, technology en processes die bij elkaar komen,” zei hij. msp’s hebben volgens hem een sleutelrol in de digitale keten. “Als msp heb je de sleutels van het digitale koninkrijk in handen.”

Als MSP heb je de sleutels van het digitale koninkrijk in handen.

Augustinus waarschuwde voor een loutere compliance-benadering: “Compliance is niet: vinkjes zetten zonder na te denken waarom je het doet.” Hij benadrukte het belang van toegangsbeheer, patchmanagement, security awareness en incidentrespons. Ook wees hij op Europese kaders zoals de Cybersecurity Act en de Cyber Resilience Act. Over certificering zei hij: “Uiteindelijk kan een overheid eisen dat ze alleen nog diensten inkopen bij een gecertificeerde msp.”

Hij besprak de Cyberbeveiligingswet (CBW), de Nederlandse vertaling van NIS2. “Wacht niet af,” zei hij, verwijzend naar online beschikbare maatregelen. Hij benadrukte het one-jurisdiction-principe: “Dat is op zich handig, want dan hoef je niet in elke lidstaat apart te rapporteren.”

Bestuurlijke betrokkenheid is cruciaal. “Cyberrisico’s zijn net zo goed bedrijfsrisico’s als je cashflow.” Msp’s moeten kunnen aantonen dat ze voldoen aan verplichtingen. “Jullie zijn de spil. De sector verwacht meer van jullie.” Tot slot ging Augustines in op de manier waarop RDI de nieuwe wetgeving zal handhaven.

Cyberrisico’s zijn net zo goed bedrijfsrisico’s als je cashflow.

Zorgplicht is niet nieuw

De tweede spreker, jurist Elfahmi El Bouazati van ICTRecht, ging in op de juridische zorgplicht van IT-dienstverleners. “Mensen denken dat het vrij nieuw is, maar dat is het niet.” Hij verwees naar de zaak Broadcom vs. RWS, waarin de rechter oordeelde dat Broadcom zijn zorgplicht had geschonden. “Dat was juist de kern van het conflict.”

El Bouazati legde uit dat zorgplicht voortkomt uit het Burgerlijk Wetboek, met name artikel 7:401, en het leerstuk van de onrechtmatige daad. “De rechter gebruikt die bepalingen vaak als een soort vangnet.” Hij waarschuwde voor wetgeving die te rigide wordt: “Als de gedragsalternatieven wegvallen, dan is er geen sprake meer van zorgplicht in de klassieke zin.”

In offertes wordt vaak maar 30% van het verhaal verteld. De andere 70% blijft onbesproken.

Volgens hem is zorgplicht in de ICT cruciaal vanwege de asymmetrie tussen dienstverlener en klant en het maatschappelijke belang van ICT. “De wetgever vertrouwt de sector een cruciaal belang toe.” Dienstverleners moeten hun informatie-, advies- en waarschuwingsplichten serieus nemen. “In offertes wordt vaak maar 30% van het verhaal verteld. De andere 70% blijft onbesproken. Juist daar zit het gevaar.”

In andere bijdragen werd onder andere uitgebreid ingegaan op de vragen die dienstverleners hebben over de licentie- en partnerstructuur van Microsoft. In de septembereditie van ChannelConnect kun je hier meer over lezen.

 

Tijdens het congres Telecom Insights 2025 zetten Joost Farwerck, CEO van KPN, en Dean Bubley, Founder & Director van Disruptive Analysis, de ontwikkelingen in de telecomsector op een rij. “De groei in het dataverkeer vlakt af.”

Je moet je als telecombedrijf voort-durend afvragen of je op alle lagen actief moet zijn,” zei Joost Farwerck -tijdens zijn toespraak. Hij doelde op de drie bekende lagen in het telecommodel: infrastructuur, platformen en diensten. “Op die lagen kom je allerlei verschillende partijen -tegen: concurrenten, partners en technologiebedrijven. Het is telkens de vraag: wie doet wat?”

Ook Bubley verwees naar die gelaagdheid. “We zien een proliferatie van netwerktypes en nieuwe soorten operators. Door virtualisatie en software-gedreven netwerken wordt het speelveld diffuser.”

De traditionele operator staat volgens hem onder druk van meerdere zijden: nieuwe toetreders, hyperscalers en industrie-clusters met private netwerken. “Er ontstaat een wildgroei aan actoren. Dat vraagt discipline en visie van gevestigde partijen.”

Beide sprekers waren het erover eens dat die visie niet gebaseerd moet zijn op hype, maar op de lange termijn. Voor Farwerck is dat pure noodzaak. “Dataverkeer verdubbelt elke twee jaar. Elk jaar bouwen we bij. Dat is kapitaalsintensief. Je kunt niet wachten tot het nodig is om dan pas te investeren.” Hij wijst op de parallellen met de energiesector, waar een decennium van te weinig investering leidde tot krapte. “Dat haal je niet zomaar in.”

Ook Bubley legde de nadruk op vooruitdenken. Hij signaleerde zelfs een omgekeerde trend: de technologie verbetert sneller dan het verkeer groeit. In Europa, zo stelde hij, vlakt het mobiele dataverkeer in sommige landen af. “In Nederland daalde het mobiele verkeer in Q4 licht.” Dat leidt volgens hem tot een verrassende paradox: “Er ontstaat overcapaciteit in sommige netwerken. En dat terwijl providers nog niet eens winst-gevend zijn geworden op 5G.”

AI en security

AI kwam bij beiden heren uitvoerig aan bod. Farwerck noemde AI ‘de transformatie die telecombedrijven eindelijk dwingt om end-to-end te digitaliseren.’ Hij wees erop dat veel telco’s nog steeds functioneren als vijftien jaar geleden. “Ze hebben winkels, callcenters, fysieke post. Terwijl AI de kans biedt om het hele operationele model opnieuw te ontwerpen.”

Bubley deelde die analyse, maar voegde daar een onverwachte wending aan toe. “AI is niet alleen een interne optimalisatietool. Het wordt ook klant, regulator en concurrent.” In zijn toespraak schetste hij het scenario waarin een AI-systeem belt met een klantenservice: “Hallo, dit is ChatGPT namens Dean. Ik weet dat je me 17 procent korting gaat geven, dus laten we geen tijd verspillen.” Hij erkende dat dit misschien een karikatuur is, maar volgens hem illustreert het wel wat er gebeurt wanneer AI niet langer alleen ondersteunend is, maar ook transacties en besluitvorming overneemt.

Waar AI de toekomst raakt, is cybersecurity het domein van de hedendaagse plicht. Voor Farwerck is het meer dan een compliance-onderwerp. “Security is voor ons sinds 2012, toen KPN gehackt werd, een kern-onderdeel. Het is onze license to operate.” Hij pleitte voor meer verantwoordelijkheid binnen de keten.

Bubley benaderde het onderwerp vanuit de bedreigingen die hij ziet groeien. Hij noemde GPS-spoofing, quantumdecryptie, het doorsnijden van onderzeese kabels en geopolitieke spanningen. “We hebben nul zicht en nul controle op sommige dreigingen. Maar we moeten er wel klaar voor zijn.”

De impact van regelgeving

De beide sprekers deelden een zekere frustratie over de Europese context.
Farwerck: “In Europa reguleren we, in de VS en -China innoveren ze.” Hij hekelde de traagheid van besluitvorming, de onduidelijkheid over -kleine overnames en het uitblijven van -beweging rond tarieven en markttoegang.

Bubley sloot zich daarbij aan. Hij noemde de nieuwe Digital Networks Act van de Europese Commissie een onzekere factor. “Sommigen willen meer regulering, anderen minder. De balans is zoek. En de Europese consolidatieagenda botst met de nationale belangen van operators, die juist hun internationale activiteiten afstoten.”

Ondertussen schuiven de grenzen van het telecombedrijf zelf op. Farwerck beschreef hoe KPN zich opnieuw richt op de toegevoegde waarde per huishouden, niet op afzonderlijke producten als mobiel of breedband. “We rapporteren die nog wel, maar de focus ligt op het geheel. Wat leveren we aan het huishouden en waar kunnen we waarde toevoegen?”

Ook Bubley meldde die beweging. Maar hij waarschuwde dat die waardecreatie in veel gevallen niet voort zal komen uit de pure infrastructuur. “De markt versplintert. We zien duizenden kleine en middelgrote private netwerken ontstaan. In havens, fabrieken, zelfs hotels en recreatieparken.” Hij spreekt van de democratisering van 5G: “Je kunt tegenwoordig je eigen netwerk starten, met een lokale licentie of in onvergund spectrum.”

De conclusie die beide impliciet trekken, is dat telecombedrijven zich opnieuw moeten uitvinden, maar dan wel op hun eigen fundamenten. “Blijf bij je kern,” zei Farwerck in zijn slotwoord. “Laat zien dat je daar geld mee kunt verdienen. Dat is wat telecombedrijven nu moeten doen.”

Bubley verwoordde het op zijn manier: “Wat willen we eigenlijk dat 6G oplost? Niet -abstracte toekomstvisies, maar -concrete problemen: veerkracht, energieverbruik, -privacy en goede indoor-dekking.”

Veel partners kennen AudioCodes vooral van producten als IP-telefoons en gateways: hardwareoplossingen die jarenlang het hart van het portfolio vormden. “Dat doen we nog steeds,” zegt Regional Sales Director Jasper Maters. “Maar het is nog maar een klein onderdeel van onze business.”

Volgens Jasper Maters heeft AudioCodes de afgelopen jaren een duidelijke transformatie doorgemaakt. “Functionaliteiten die vroeger hardware-based waren, zijn nu als dienst beschikbaar vanuit de cloud,” legt hij uit. Met Audio-Codes Live Platform sluit het bedrijf aan bij een bredere beweging in de telecomsector: de verschuiving van losse producten naar geïntegreerde platformdiensten. Die ontwikkeling biedt volgens Maters volop kansen voor het partnerkanaal.

AudioCodes is afhankelijk van een sterk partnernetwerk om markten te bedienen. “Partners voeren onze groeistrategie uit. Grote partners helpen ons opschalen.” Dat gebeurt via een communicatieplatform dat multi-tenant is ingericht. Partners kunnen zelf waarde toevoegen.

Partners voeren onze groeistrategie uit. Grote partners helpen ons opschalen

Hogere positie in waardeketen

Een trend is dat communicatiediensten commodities zijn geworden. “De prijsdruk is hoog. Je kunt je technisch nauwelijks onderscheiden,” zegt Maters. Daarom klimt AudioCodes in de waardeketen richting applicaties: “Daar zit de waarde, voor ons én voor onze partners.” Het platform van AudioCodes ondersteunt applicaties als Microsoft Teams, Zoom en Cisco Webex. “Alles is gecertificeerd. Met AudioCodes weet je zeker dat het werkt.” Daarnaast speelt slimme technologie zoals AI een steeds grotere rol in communicatieplatformen. “Dat vraagt om partners die verder kijken dan techniek en klanten adviseren bij het slim inzetten van innovaties.”

Alles is gecertificeerd. Met AudioCodes weet je zeker dat het werkt

VOCA en Meeting Insights

Een snelgroeiende oplossing is VOCA, het Microsoft-native contact-center van AudioCodes met ingebouwde conversational AI. “Het doet het fantastisch in sectoren als overheid, banken en productie.”

De tweede groeipijler is Meeting Insights, een AI-oplossing voor het opnemen, transcriberen en samenvatten van vergaderingen. Door integratie met Microsoft Active -Directory verschijnen automatisch namen en gezichten van sprekers. Daarnaast biedt AudioCodes een gecertificeerde oplossing voor compliance recording: Interaction Insights. Opgenomen gesprekken zijn juridisch bruikbaar en voldoen aan alle regelgeving. Partners -kunnen al deze oplossingen laagdrempelig testen.

Andere rol voor sales

De rol van sales verandert zichtbaar. “We verkopen niet langer producten. We praten over het ver-beteren van processen. We zijn een strategisch adviseur geworden,” besluit Maters. Volgens de -Regional Sales Director is dat ook waar -resellers naartoe -moeten: “Als je blijft -steken in het integreren van losse -producten, wordt het op termijn lastig om je waardepropositie overeind te houden.”

Amerikaanse platforms, AI, security en veranderende communicatiebehoeften zetten de markt voor UC en CCaaS op scherp. Tijdens een ChannelConnect Grotetafelgesprek deelden experts hun visie op technologie, cultuur en partnerschap.

De wereld van zakelijke communicatie verandert snel. Unified Communications (UC), UCaaS en CCaaS -verschuiven van traditionele beloplossingen naar -geïntegreerde platformen waarin applicaties, datastromen en klant(contact)processen samenkomen. Daarbij krijgen thema’s als compliance, data-eigenaarschap en AI-integratie steeds meer gewicht. Welke richting slaat de markt op? En wat betekent dat voor dienstverleners, partners, leveranciers en eindgebruikers? Tijdens een discussie op de ChannelConnect redactie in Hilversum bogen Joran Klarenbeek (Evolve IP), Robbert Klemkerk (Dstny), Jasper Maters (Audio-Codes), Johan van Oostveen (Pridis) en Dennis Schabracq (Steam-connect) zich over deze en andere vragen.

1: De term Unified Communications is achterhaald: alles draait inmiddels om integratie met businessapplicaties

De term Unified Communications (UC) is volgens sommigen nog springlevend, maar de invulling verandert zichtbaar. Robbert Klemkerk, Product ­Management & Development Director bij Dstny, ziet UC niet als iets van vroeger, maar juist als een overkoepelende kapstok waar steeds meer applicatie-integratie onder valt. Klemkerk: “De vraag is niet of, maar hoe je de veelheid aan informatiestromen op een werkbare manier aanbiedt.” Dstny ziet daar vooral een orkestrerende rol weggelegd, waarbij partners onmisbaar zijn. “Zeker bij grotere klanten die specifieke kennis vereisen.”

Ook Jasper Maters, Regional Sales Director bij Audio­Codes ziet die beweging. “De term Unified Communications is wat mij betreft niet achterhaald, maar de invulling verandert wel. UC wordt pas echt waardevol als communicatie volledig geïntegreerd is met de applicaties en processen die mensen dagelijks gebruiken. Of het nu gaat om sales, service of samenwerking, dáár zit de echte meerwaarde.”

Anderen benadrukken dat de waarde van UC sterk afhankelijk is van het marktsegment. In de onderkant van de markt blijven bellen en traditionele UC-­oplossingen voorlopig nog overeind, denkt Johan van Oostveen. Hij is CEO van Pridis. “Juist in het hogere segment verschuift de nadruk naar CRM- en ERP-integratie. Daar gaat communicatie over veel meer dan beschikbaarheid: het draait om directe koppelingen met sales- en serviceprocessen.”

Ook Joran Klarenbeek, Business Development ­Manager bij Evolve IP, ziet een beweging richting consolidatie en vereenvoudiging. Volgens hem ­worden traditionele belkanalen ingehaald door platformen waarin chat en video een grotere rol spelen. “Bellen zal blijven, maar raakt steeds meer ingebed in een multichannelstrategie waarin IT een regiefunctie vervult en streeft naar minder beheerlast.”

Bellen zal blijven, maar raakt steeds meer ingebed in een multichannelstrategie

Voor Dennis Schabracq, CEO van Steam-connect Group, is duidelijk dat UCaaS zijn relevantie grotendeels heeft verloren. In zijn visie ligt de toekomst bij CCaaS, waar alle externe communicatiekanalen ­worden gebundeld tot één dienst. “Vooral voor ­kleinere bedrijven moet dit laagdrempelig beschikbaar zijn.”

Klarenbeek onderschrijft dat punt: “Voor professionele externe communicatie zijn dashboards en rapportages essentieel geworden, en dat vraagt om andere tooling dan klassieke UC-oplossingen.” Het onderscheid tussen front- en backoffice wordt volgens hem steeds zichtbaarder. Hoewel Klemkerk erkent dat niet ­iedere organisatie CCaaS nodig heeft, ziet hij dat de veranderende communicatie­vormen de adoptie daarvan logisch ­maken. “Modulair opgebouwde plat­formen bieden daarbij uitkomst,” betoogt hij. Het blijkt een visie die ook door anderen gedeeld wordt. Uiteindelijk beweegt de markt richting uniforme oplossingen met routing, reporting en analytics als kern.

Waar communicatie ooit ging over ‘bereikbaar zijn’, draait het nu steeds vaker om inzicht: wat gebeurt er op al die kanalen? “Die integrale benadering maakt losse koppelingen over­bodig,” stelt Schabracq. “Alles moet in één platform samenkomen.” Wel blijft kwetsbaarheid bij uitval een punt van zorg. Dat is op te lossen met redundantie in kanalen en mobiele bereikbaarheid, zoals Van Oostveen toelicht. “Door social media zowel centraal als persoonlijk in te zetten, blijft de ­organisatie bereikbaar, ook als één ­kanaal wegvalt.”

2: Communicatie is onderdeel van een cultuur

Dat communicatie niet los te zien is van cultuur, daarover bestaat brede overeenstemming. Van Oostveen (Pridis) merkt op dat technologische mogelijkheden weinig betekenen als ze botsen met de heersende werkcultuur. “Mensen willen nog steeds direct antwoord, zeker in een professionele context. Technologie verandert dat niet fundamenteel.”

Waar organisaties tien jaar geleden vooral streefden naar bereikbaarheid, schuift de focus nu naar responsiviteit. Dit betekent volgens hem dat de vraag ‘ben ik echt beschikbaar?’ belangrijker wordt dan wachttijden of KPI’s. Klemkerk ­(Dstny) voegt daaraan toe dat communicatieoplossingen nog altijd verdeeld worden over IT en telecom, twee werelden met een eigen cultuur. “Het feit dat je nu kunt bellen via Teams of Zoom betekent niet dat bereikbaarheid eenvoudig te regelen is.”

Schabracq (Steam-connect Group) reageert met de vraag wat precies onder communicatie wordt verstaan. Zijn organisatie kijkt vooral naar de buitenkant: naar externe bereikbaarheid via CCaaS-functionaliteiten. “Voor ons is interne communicatie belangrijk, maar het heeft een ondersteunende functie.”

Toch verandert de besluitvorming rond communicatietools. Volgens Klarenbeek worden keuzes vaker samen met HR of medewerkers gemaakt. “De afname van hiërarchie en de krappe arbeidsmarkt zorgen ervoor dat gebruiksvriendelijkheid zwaarder weegt. De HR-afdeling speelt daarin een steeds actievere rol.”

Van Oostveen erkent dat: “Technologie is slechts een invulling van de werkwijze die door de organisatiecultuur wordt bepaald. Vaak ligt de lat van wat technologisch mogelijk is hoger dan wat de organisatie aankan. Dat vraagt om zorgvuldige afstemming per klant.”

Volgens Schabracq betekent dit vooral dat het onderwerp zich verplaatst van IT naar verander­management. Toch blijft volgens hem de functionele kant van CCaaS – vooral voor externe bereikbaarheid – de essentie.

De grens tussen intern en extern vervaagt echter. Medewerkers bewegen zich vaker tussen afdelingen of zelfs buiten de organisatie. Hierdoor vervalt het klassieke onderscheid. Klarenbeek (Evolve IP) ziet oplossingen ontstaan die niet meer vragen om een keuze tussen UCaaS en CCaaS, maar beide werelden combineren. “Front- en backoffice kunnen dan ieder hun eigen voorkeuren volgen, binnen één overkoepelend platform.”

Maters (AudioCodes) vult aan: “Goede klantcommunicatie stopt niet bij de afdeling of de voordeur van de organisatie. Het wordt steeds belangrijker dat medewerkers uit alle delen van het bedrijf, van front- tot backoffice, gemakkelijk kunnen samenwerken en over dezelfde informatie beschikken. Zo vergroot je de kans op snelle, persoonlijke én consistente service. Dat biedt kansen, want een standaardoplossing hoeft geen eenheidsworst te zijn.”

Veel organisaties maken een ­scheiding tussen externe en interne communicatie. Klarenbeek (Evolve IP) ziet dat klantcontact echt een aparte afdeling is binnen een organisatie, soms zelfs buiten het land. Tegelijkertijd is er bij kleinere bedrijven juist een voorkeur voor één geïntegreerde oplossing, waarbij zij zelf bepalen wie welke functionaliteit krijgt. Schabracq (Steam-connect Group) richt zich met zijn bedrijf uitsluitend op de buitenkant. Interne samenwerkingstools als Teams worden losgelaten. “Het draait bij ons om vaste, mobiele én digitale bereikbaarheid.

De discussie maakt duidelijk dat communicatie steeds vaker een culturele en organisatorische kwestie is. Technologie is er genoeg, maar of medewerkers ermee aan de slag gaan, hangt af van hoe goed het past bij de werkpraktijk.

3: Door hybride werken en telecomoplossingen verliezen managers grip op de cultuur en (informele) communicatie binnen organisaties.

Hybride werken en de beschikbaarheid van UC-oplossingen op afstand zorgen ervoor dat managers, zoals Van Oostveen ­(Pridis), moeite hebben om intern grip te houden. Veel organisaties keren daarom deels terug naar kantoor, al blijft remote ­werken technisch mogelijk. Maar dan rijzen vragen over beveiliging en compliance. Klarenbeek benadrukt het belang van flexibiliteit. “Werk en privé lopen in elkaar over, en werkgevers ­moeten daar ruimte voor bieden.” Zelf werkt hij volgens een schema dat aansluit op gezinsverantwoordelijkheden, en hij pleit voor meer vertrouwen in medewerkers.

Werk en privé lopen in elkaar over, en werkgevers ­moeten daar ruimte voor bieden

Dat vertrouwen kent echter grenzen. Schabracq stelt dat het niet vanzelfsprekend is dat mensen leveren wat ze beloven. Hij ziet dat controlemechanismen soms nodig zijn, zeker als de prestaties moeilijk meetbaar zijn. “Resultaatgericht werken biedt een uitkomst, maar vraagt wel om andere vormen van belonen.” Ook Van Oostveen signaleert dat zicht op werk is afgenomen. “In fysieke context is veel meer waarneembaar. Informele gesprekken na een overleg – die online zelden plaatsvinden – gaan verloren.”

Voor Klemkerk (Dstny) draait het om gezond verstand en professionaliteit. Hij wijst op recente ontwikkelingen bij bedrijven als KPN, waar medewerkers zelf hun vrije dagen inplannen. “Vertrouwen staat voorop, mits wederzijds.” Het spanningsveld tussen technologie, cultuur en verantwoordelijkheid is hiermee duidelijk. Informele communicatie via bijvoorbeeld chat of bij de koffieautomaat wordt vaak niet geregistreerd, maar is wel degelijk van invloed. Bij gevoelige onderwerpen kan dat tot problemen leiden als er geen duidelijk beleid is.

Maters (AudioCodes) ziet die spanning dagelijks terug. “Technologie verandert niet de cultuur binnen een organisatie, maar kan wel helpen om communicatie inzichtelijk en beheersbaar te ­maken. Zeker in een hybride werkomgeving, met verspreide teams en klantcontact op afstand, biedt een geïntegreerde ­oplossing houvast, zonder de menselijke factor uit het oog te verliezen.

4: Het belang van security en compliance wordt nog te vaak onderschat

Security en compliance zijn volgens Van Oostveen inmiddels standaardonderdelen van communicatieprojecten, zeker bij overheden. Toch heerst er nog veel onwetendheid. “Alles wordt vastgelegd – wat, wanneer, waar – maar veel gebruikers beseffen dat onvoldoende.”

Ook Schabracq (Steam-connect Group) ziet dat organisaties af willen van Amerikaanse aanbieders, al blijft dat lastig. “De grote spelers zijn nog altijd dominant in communicatie-oplossingen.”

Maters (AudioCodes) herkent die uitdaging. “Je volledig losmaken van grote leveranciers is niet altijd haalbaar, maar organisaties kunnen wél bewuster keuzes maken om risico’s te spreiden en hun security­positie te versterken.”

Klarenbeek (Evolve IP) herkent dat security bij grotere organisaties inmiddels eerder op tafel komt dan bereikbaarheid. “In het mkb daarentegen wordt er nog weinig aandacht aan besteed.” Volgens Schabracq moeten leveranciers daarom de verantwoordelijkheid nemen om klanten hierin mee te nemen. Europa loopt bovendien achter op het gebied van AI en data. Van Oostveen stelt dat duizenden manjaren aan ontwikkeling niet zomaar zijn ingehaald. “Toch biedt het gebruik van eigen data kansen,” vult ­Schabracq aan. “Daarin valt snel winst te boeken.”

Voorwaarden zoals encryptie en gespreksopslag zijn voor Van Oostveen vanzelfsprekend. Maar hij ziet nog vaak oude data of ongeschoonde back-ups. “De implementatie schiet tekort aan de klantzijde.” ­Klemkerk (Dstny) bevestigt dat veel mkb’ers nauwelijks met security bezig zijn, tot het fout gaat. ­Partners vragen inmiddels vaker naar ISO-certificeringen of DORA-compliance. Klarenbeek ziet daarin een trend die zich doorzet.

Toch blijft het probleem vaak niet technisch. Volgens Van Oostveen (Pridis) hebben leveranciers hun zaakjes meestal wel op orde. “De uitdaging zit in bewustwording en discipline bij klanten. Zolang security als kostenpost wordt gezien, blijft het kwetsbaar.”

5: Fixed Wireless Access breekt door

De kwaliteit van Fixed Wireless Access (FWA) is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Van Oostveen (Pridis) noemt voorbeelden waarbij het prima werkt – zoals in een rotsachtig gebied in Noorwegen – maar in Nederland wisselt de ervaring. De oplossing mag dan draadloos zijn, betrouwbaarheid blijft essentieel.

In Nederland is glasvezel meestal beschikbaar, maar voor bouwplaatsen of vakantieparken kan FWA een praktisch alternatief zijn. Klemkerk (Dstny) wijst ook op toepassingen in moeilijk bereikbare binnensteden of bij kleinere bedrijven. “Daar kan een draadloze verbinding volstaan.”

Toch blijft FWA vooral geschikt als tijdelijke oplossing of back-up. Eén antenne voor een hele flat levert onvoldoende prestaties. Maar op een rustig gelegen vakantiepark werkt het prima, stelt Van Oostveen. Klarenbeek verwacht dat nieuwe technieken dit snel verbeteren.

Commerciële belangen spelen eveneens een rol. “Aanbieders zonder eigen netwerk, zoals Odido, zetten zwaarder in op FWA.” Volgens Schabracq (Steam-connect Group) zijn er al technieken beschikbaar om grote delen van Nederland draadloos te verbinden. “Het hangt vooral van ­businessmodellen af.”

Leveranciers trekken steeds meer diensten naar zich toe. Dat dwingt partners tot herpositionering: van reseller naar adviseur. Maters signaleert dat het onderscheid verschuift van infrastructuur naar applicaties die écht waarde toevoegen. “Daarmee verschuift ook de rol van leveranciers: het draait minder om de kabel, meer om de slimme laag erboven.” De rol van msp’s verandert. Klarenbeek (Evolve IP) ziet dat zij moeten kiezen tussen samen­werking of overname van expertise. Maar de relatie met de klant blijft doorslaggevend. “De klant zegt: regel jij het maar.”

6: We betalen te veel voor diensten die we nauwelijks gebruiken

De vraag hoeveel organisaties betalen voor functies die amper worden gebruikt, leidt tot verdeeldheid. Volgens Van Oostveen (Pridis) zijn de kosten per medewerker relatief bescheiden. “Vergeleken met vroegere tijden, toen honderden guldens per maand opgingen aan hardware en gesprekskosten, stelt een tientje meer of minder nu weinig voor. In verhouding tot loonkosten weegt het nauwelijks.”

Toch wringt het volgens Schabracq (Steam-­connect Group). Hij ziet dagelijks dat UC-platformen tal van ongebruikte functies bevatten. Interne chat, CRM-integratie of belgroepen worden vaak niet ingezet, terwijl er wel voor betaald wordt. Klemkerk (Dstny) bevestigt dat veel bedrijven werken met standaardprofielen zonder goed te analyseren wat daadwerkelijk nodig is.

Het probleem zit volgens Maters (AudioCodes) ook in de veranderende werkpraktijk. “Jongere medewerkers nemen hun eigen tools mee, ­gebruiken AI om notities te maken of informatie te bundelen. Dat leidt tot een wildgroei aan apps en communicatiekanalen. Zonder heldere beleidskaders raakt het overzicht snel zoek.” Duidelijke richtlijnen zijn noodzakelijk, stelt hij daarom. “Niet alleen om compliance te waarborgen, maar ook om efficiëntie en veiligheid te bevorderen.”

7: De sector omarmt AI in snel tempo

Ook het onderwerp AI duikt op. Klarenbeek (Evolve IP) merkt dat het in UC steeds meer draait om procesautomatisering. Gesprekken worden automatisch geanalyseerd, samengevat, en gekoppeld aan systemen zoals HR- of CRM-tools. Telefonie is dan slechts één element in een groter geheel. Als voorbeeld noemt hij sollicitatiegesprekken die automatisch worden beoordeeld. “AI bepaalt welke kandidaten geschikt zijn, terwijl de communicatie-omgeving de data aanlevert. Telefonie schuift naar de achtergrond; integratie en analyse worden leidend.”

Maters (AudioCodes) ziet daar juist kansen voor dienstverleners. AI-functies zijn technisch goed te integreren, mits dit veilig en compliant gebeurt. De uitdaging ligt in het controleren van gegevensstromen, niet in de technologie zelf. Volgens Van Oostveen (Pridis) zitten we nog in de beginfase. “Grote leveranciers waarschuwen voor overhaaste inzet van AI, maar de ontwikkeling versnelt. Zeker in serviceomgevingen is de impact al merkbaar.”

Klemkerk (Dstny) ziet dat met name grote organisaties al experimenteren. Ziekenhuizen en logistieke bedrijven lopen voorop. “Het mkb zal volgen,” verwacht hij. “Vooral als AI in staat blijkt eenvoudige klantvragen adequaat af te handelen.” De menselijke factor blijft belangrijk, daarover is men het eens. Maar als een bot het gesprek effectief kan voeren én netjes overdraagt aan een medewerker, accepteert de klant dat snel. Niemand wil twintig keer hetzelfde uit­leggen.

Schabracq (Steam-connect Group) onderstreept dat. “Als het werkt, maakt het voor de eindgebruiker weinig uit of die met een mens of machine spreekt. Maar geef de eindgebruiker een keus.”

8: De positie van grote platforms binnen zakelijke communicatie is dominant

Microsoft is volgens Van Oostveen (Pridis) stevig verankerd in de markt, maar de prijs ligt hoog. “Bedrijven die kiezen voor het volledige pakket – inclusief vaste netwerkintegratie – merken dat de kosten oplopen,” geeft hij aan. Van Oostveen ziet dat organisaties zich afvragen of ze alle functionaliteit wel nodig hebben, wat ruimte biedt voor alternatieven.

Daarnaast speelt de geopolitieke kant van deze platforms een steeds grotere rol. Het wantrouwen jegens Amerikaanse dataverwerking is toegenomen. Schabracq (Steam-connect Group) noemt het vertrouwen in de VS als dataveilige regio ‘onherstelbaar beschadigd’ zolang er geen beleidswijzigingen aan Amerikaanse zijde komen.

Daarmee komt de vraag op tafel of er voldoende Europese alternatieven bestaan. Die bieden nog niet dezelfde functionaliteit, is de consensus, maar gebruikers zijn mogelijk bereid concessies te doen voor meer grip op hun data. In het mkb leeft die gevoeligheid nog beperkt, stelt Klemkerk (Dstny). “In grotere organisaties, en zeker bij overheden, zijn certificeringen als ISO en DORA bepalend.” Klarenbeek (Evolve IP) bevestigt dat aanbestedingsbeleid steeds vaker eisen stelt aan datalocatie en leverancierskeuze. Verder ziet Klemkerk de positie van de grote platforms als een kans om hiermee samen te werken in plaats van tegen te vechten. “Goed integreren met deze dominante spelers biedt hiermee ook kansen.”

Toch is een volledige overstap naar Europese oplossingen geen eenvoudige opgave. Volgens Klarenbeek zou dat een ingrijpende exercitie zijn. Schabracq verwacht daarom een geleidelijke migratie, naarmate Europese aanbieders volwassen worden. Van Oostveen wijst op de schaalvoordelen van Amerikaanse partijen. Microsoft biedt een geïntegreerd ecosysteem waarin alle onderdelen naadloos samenwerken. Klarenbeek vult aan dat Microsoft al sinds 2016 geregistreerd is als telecombedrijf, met groeiende invloed via direct routing en Teamsintegratie voor mobiel gebruik.

Tegelijk vormt de competitieve Nederlandse markt een drempel. Maters (AudioCodes) ziet dat Microsoft moeite heeft om het mkb te veroveren. “Klanten zoeken toegevoegde waarde, niet alleen een bundel software.” Volgens hem liggen de kansen bij geïntegreerde UC- en contactcenteroplossingen die goed gepositioneerd zijn.

Ook Van Oostveen gelooft dat Microsoft zijn geld niet verdient met Teams of voice, maar met brede cloudabonnementen. “De communicatiecomponent is te gespecialiseerd en marginaal om er veel aandacht aan te besteden. Leveranciers zoeken dus naar manieren om telecomdiensten op te nemen in bredere platformen, zonder in een prijsval te lopen.”

De blijvende waarde van het partnerkanaal

Partners houden volgens Schabracq (Steam-connect Group) een duidelijke rol. “Zeker in het mkb ontbreekt vaak de kennis om pakketten goed te configureren. Daar springt de adviseur in – iemand die weet wat nodig is, die vertaalt, begeleidt en implementeert. Juist in het mkb-segment is de partner degene die begrijpt wat er nodig is, omdat de klant het zelf niet overziet.”

Maters (AudioCodes) bevestigt dat. Klanten willen best betalen voor meerwaarde, zolang het aanbod duidelijk en specifiek is. “Je moet weten wie je klant is, wat hij écht nodig heeft, en dat heel precies aanbieden.” Alleen dan maakt een reseller het verschil in een markt die steeds meer richting standaardisatie beweegt.

Van Oostveen (Pridis) sluit af met een observatie over de kracht van relatie. Een lokale partner die lid is van de plaatselijke businessclub of Rotary, heeft volgens hem vaak meer invloed op klantbeslissingen dan een anonieme leverancier ooit zal hebben. “De klant vertrouwt op zijn adviseur. Die zegt: ik weet niet wat ik moet kiezen, regel jij het maar.” Juist dat vertrouwen maakt het partnerkanaal – ondanks de dominantie van grote platforms – springlevend.

Ook Klarenbeek (Evolve IP) onderstreept de strategische rol van partners. “Soms vraagt de klant om Microsoft, soms om Webex of een andere oplossing. De kern is dat wij de nummers kunnen leveren en het verkeer betrouwbaar afwikkelen. Welke applicatie je daar bovenop plaatst, is dan eigenlijk secundair.” De partner weet wanneer het tijd is voor standaardisatie en wanneer maatwerk nodig is.

Klemkerk (Dstny) ziet partners als bruggenbouwers tussen klantbehoefte en technologie. Hij stelt dat partners een leidende rol spelen in bewustwording en adoptie. “Wij moeten die klanten meenemen. Zeker in het mkb gebeurt het anders niet.” Het gaat daarbij niet alleen om techniek, maar ook om zaken als security, compliance en verantwoord gebruik.

Voor Van Oostveen zit de meerwaarde van partners in hun vermogen om te orkestreren: om applicaties en systemen samen te brengen tot een werkbaar geheel, aangepast aan het klanttype. “Het is niet één platform dat alles oplost, het is hoe je het platform inzet. En dat vereist klantkennis.”

Zo ontstaat een beeld van een kanaal in transitie: van verkoper van losse diensten naar strategisch adviseur. De technologie mag dan gestandaardiseerd raken, de manier waarop die bij de klant landt, is dat allerminst. In die vertaalslag ligt de kracht van de partner – vandaag misschien wel meer dan ooit.

De IT-securitywereld evolueert razendsnel door technologische vooruitgang en een steeds verfijnder dreigingslandschap. Uit rapporten van instituten als Gartner, Forrester en de bevindingen van aanbieders van security-oplossingen destilleren we de 10 meest opvallende ontwikkelingen.

1 Toename van AI-gedreven

cyberaanvallen Cybercriminelen maken steeds vaker gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) om zwakke plekken in systemen te identificeren, aanvallen te automatiseren en detectie te omzeilen. Deepfake-technologie wordt bijvoorbeeld gebruikt voor social engineering-aanvallen zoals CEO-fraude. AI-bots kunnen bovendien enorme hoeveelheden gegevens analyseren en gerichte aanvallen plannen, wat de effectiviteit en schaal van cyberaanvallen vergroot. Hier staat echter tegenover dat AI ook een steeds belangrijkere rol speelt bij de verdediging tegen cyberaanvallen.

2 Verdere opkomst van ransom­ware-as-a-service (RaaS)

Ransomware blijft een lucratieve dreiging en in 2025 zal de professionalisering van ransomware-as-a-service (RaaS) doorgaan. Criminele groepen bieden kant-en-klare ransomwarekits aan andere kwaadwillenden, waardoor zelfs minder technisch onderlegde aanvallers ransomwareaanvallen kunnen uitvoeren. Deze aanvallen richten zich niet alleen op het versleutelen van gegevens, maar ook op het stelen en openbaar maken van gevoelige informatie om bedrijven extra onder druk te zetten. De uitdaging voor leveranciers en resellers is dat deze laagdrempelige vorm van cybercriminaliteit een heel snelle respons vereist.

3 Zero Trust wordt de norm

Zero Trust Architecture (ZTA) zal in 2025 een standaardbeveiligingsmodel zijn. Dit model gaat ervan uit dat geen enkele entiteit, intern of extern, standaard te vertrouwen is zonder verificatie. Dit betekent meerlagige authenticatie, contextafhankelijke toegangs­controle en microsegmentatie om risico’s te minimaliseren. Vooral hybride werkplekken en cloud-gebaseerde infrastructuren profiteren van deze aanpak. Het consequent toepassen van Zero Trust betekent overigens ook dat de interne organisatie van m(s)sp’s aan de eisen van Zero Trust moet voldoen.

4 De menselijke factor blijft een zwakke schakel

Phishing en social engineering blijven in 2025 de meest effectieve methoden voor cybercriminelen om toegang te krijgen tot systemen. Aanvallers gebruiken steeds geavanceerdere technieken, zoals gepersonaliseerde spear phishing-aanvallen, waardoor traditionele beveiligingsmaatregelen minder effectief zijn. Regel­matige training en bewustwordingscampagnes blijven cruciaal om werknemers te wapenen tegen deze bedreigingen. De zwakte van de menselijke factor is daarmee een van de redenen om voor een Zero Trust-beveiligings­strategie te kiezen.

5 Security-uitdagingen in Internet of Things (IoT)

De snelle groei van IoT-apparaten brengt nieuwe risico’s met zich mee. Veel IoT-apparaten, van slimme camera’s tot robotstofzuigers en van industriële sensoren tot medische apparatuur, hebben zwakke beveiligingsmaatregelen. Hackers kunnen deze apparaten kapen voor botnet-aanvallen of om toegang te krijgen tot bredere netwerken. Bedrijven zullen hun IoT-beveiliging moeten versterken door netwerksegmentatie en strengere authenticatieprotocollen. Partners kunnen een belangrijke rol spelen bij het agenderen van dit thema en het actief updaten en monitoren van devices.

6 Groeiende rol van quantum­computers in security

Hoewel quantumcomputers nog niet op grote schaal beschikbaar zijn, gaan de ontwikkelingen in dit domein snel. En zoals bij elke IT-innovatie komt ook deze trend met ­security-uitdagingen. De enorme rekenkracht van quantumcomputers kan encryptiealgoritmen kraken die momenteel als veilig worden beschouwd. Bedrijven die gespecialiseerd zijn in security-oplossingen bereiden zich voor op post-quantum­cryptografie, waarbij nieuwe algoritmen worden ontwikkeld die bestand zijn tegen quantumaanvallen.

7 Meer regelgeving en audits

Overheden en regelgevende instanties verscherpen ook in 2025 hun eisen voor cybersecurity. Wetgeving zoals de EU’s Digital Operational Resilience Act (DORA) en de NIS2-richtlijn, die in Nederland in de loop van dit jaar eindelijk definitief wordt vastgesteld, dwingt bedrijven om strengere beveiligingsmaatregelen te implementeren en regelmatige audits uit te voeren. Vooral sectoren zoals financiën, gezondheidszorg en ­kritieke infrastructuur moeten voldoen aan steeds striktere compliance-eisen, en dat heeft direct consequenties voor service providers die organisaties in deze sectoren tot hun klant mogen rekenen.

8 Focus op cyberresilience

Bedrijven richten zich in 2025 niet alleen op preventie, maar ook op cyberresilience: het ver­mogen om snel te herstellen van een cyber­aanval. Dit omvat incidentresponsplannen, geavanceerde monitoringtools en regelmatige tests van systemen. Door de groeiende complexiteit van dreigingen wordt het snel kunnen reageren op en herstellen van incidenten een cruciaal onderdeel van IT-securitystrategieën. Dit vormt bij uitstek een bundel aan activiteiten die partners voor hun klanten kunnen uitvoeren.

9 Supply chain-aanvallen nemen toe

Cybercriminelen richten zich steeds vaker op zwakke schakels in de toeleveringsketen om toegang te krijgen tot grotere doelwitten. In 2025 wordt een toename van supply chain-aanvallen verwacht, waarbij hackers zich richten op leveranciers, software-updates of clouddiensten. Een enkel gehackt bedrijf kan immers een domino-effect veroorzaken binnen een hele sector. Organisaties moeten strengere due diligence uitvoeren op hun leveranciers en robuustere beveiligingsprotocollen implementeren om dergelijke aanvallen te voorkomen; wetgeving als NIS2 dwingt dit overigens ook steeds vaker af. Het is van belang dat partners (waaronder ook de IT-dienstverleners) zich realiseren zelf ook deel uit te maken van een keten.

10 Geavanceerdere deepfake-­aanvallen en identiteitsfraude

De opkomst van deepfake-technologie maakt identiteitsfraude en social engineering-aanvallen nog gevaarlijker. In 2025 zullen cybercriminelen AI gebruiken om overtuigende nepvideo’s en spraakopnames te genereren, waarmee ze zich voordoen als leidinggevenden of bekende personen. Dit kan worden ingezet voor financieel gemotiveerde aanvallen, zoals frauduleuze geldtransacties, of om desinformatie te verspreiden. Organisaties zullen moeten investeren in geavanceerde detectiemethoden om deepfakes te herkennen en de impact ervan te minimaliseren. Partners kunnen hierbij een rol spelen, zeker omdat eindklanten zich (nog) vaak niet bewust zijn van deze vorm van criminaliteit.

Belangrijke rol voor partners

De genoemde IT-securitytrends laten zien dat cyber­dreigingen complexer en verfijnder worden. Cybercriminelen maken gebruik van AI, ransom­ware-as-a-service en deepfake-technologie om aanvallen effectiever te maken. Tegelijkertijd ontwikkelen bedrijven sterkere beveiligingsmaatregelen, zoals Zero Trust Architecture, om deze bedreigingen het hoofd te bieden. Het zijn de msp’s en mssp’s die de business van hun eindklanten kennen en vanuit dat perspectief de meest optimale verdediging kunnen adviseren en implementeren om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook kunnen ze, na een onverhoopt succesvolle cyberaanval, ervoor zorgen dat de bedrijfsvoering van hun klant zo min mogelijk te lijden heeft.

In de Nederlandse IT-markt staan organisaties voor een reeks dringende keuzes. Niet alleen loopt de ondersteuning voor Windows 10 binnenkort af, maar ook de technologische sprongen op het gebied van AI vragen om hernieuwde strategieën.

Ongeveer 500.000 endpoints in Nederland draaien nog op Windows 10. Dat roept vragen op. Want hoewel de support van Microsoft niet volledig stopt, wordt die vanaf 14 oktober wel drastisch beperkt. De kosten voor verlengde ondersteuning stijgen bovendien snel, rekent Wilco Zwerus, Head of Client Solutions Group Benelux bij Dell Technologies in gesprek met ChannelConnect voor. “Het kost 61 euro in het eerste jaar, 122 in het tweede en 244 euro in het derde. En dan heb je nog steeds geen volledige ondersteuning”. Het grootste risico is de beveiliging, legt Zwerus uit. “Securitypatches stoppen in oktober, dus daar moet je echt iets mee. Daarnaast is de performance op Windows 11 gewoon beter.”

“In Nederland worden jaarlijks ongeveer 2 miljoen systemen vernieuwd,” weet Zwerus. Maar als een groot deel van die 500.000 Windows 10-systemen dit jaar wordt vernieuwd, vanwege de beperktere ondersteuning door Microsoft, dan stijgt het aantal devices dat vervangen wordt. “We zitten dan op een potentieel van 2,5 miljoen replacements. Dat is significant.”

Soepele transitie

Zwerus meldt dat de overgang van Windows 10 naar 11 doorgaans soepel verloopt. “Bij grotere organisaties kan de hoeveelheid applicaties tot uitdagingen leiden,” geeft hij wel aan. “Dan moet er getest worden. Wij doen dat samen met Microsoft. Dat kan zelfs gratis via ons partnerchannel, waarbij we een proof of concept draaien en eventuele compatibiliteitsproblemen aanpakken.”

De overstap van Windows 10 naar 11 is dus in de praktijk veel minder ingrijpend dan eerdere migraties. “De stap van XP naar Windows 7 was gigantisch. 7 naar 10 ook nog wel. Maar tussen 10 en 11 zitten minder verschillen, al zijn ze er zeker wel.” De grootste winst zit volgens Zwerus in beheer, beveiliging en vooral: ondersteuning voor AI. “Je krijgt met Windows 11 maximale mogelijkheden voor AI-toepassingen. Zeker als je een systeem koopt met de NPU (neural processing unit) aan boord, een speciale AI-chip.”

AI ontwikkelt zich razendsnel. Tijdens de eerste fase van Windows 11 was er nauwelijks sprake van AI, inmiddels is het een kernelement. “We leveren tegenwoordig systemen met een zogenaamde Copilot+ configuratie. Daarbij hoort ook een andere versie van Windows 11 die speciaal geschikt is voor deze toepassingen. We zien veel interesse van klanten in die extra AI-mogelijkheden, naast de overstap van Windows 10 zelf. Die twee ontwikkelingen versterken elkaar.”

Nieuwe rol voor pc’s

De pc krijgt een nieuwe rol. Waar AI eerst vooral in de cloud zat, verschuift het nu steeds meer naar de edge. “De logica uit de cloud verhuist naar lokale agents. Klanten moeten zich realiseren dat de pc, in de praktijk vaak een laptop, die ze vandaag kopen, vier jaar meegaat. Dan moet je dus vooruitdenken. Betaal iets extra’s nu, en je hebt vier jaar lang een systeem dat AI optimaal ondersteunt.”

Lange tijd werd alles naar de cloud gebracht. Maar nu een applicatie als AI deels terugkeert naar het device zelf, verschuift de balans. “Niet alles hoeft meer in de cloud te draaien. Veel intelligentie kan lokaal, sneller en veiliger op de endpoint zelf worden uitgevoerd.”

Deze trend heeft gevolgen voor de hele industrie. Van chipfabrikanten tot softwareontwikkelaars. “We zien dat applicaties zoals Adobe nu al gebruik maken van de NPU zonder dat de gebruiker het merkt. Daardoor worden CPU en GPU minder belast, gaat de batterij langer mee en draait alles soepeler. De ervaring is gewoon beter.”

Intel, AMD én Qualcomm

Bij de keuze van hardware speelt silicon – de chipkeuze – een cruciale rol. Dell biedt systemen met Intel, AMD én Qualcomm. “We willen eindgebruikers maximale keuzevrijheid geven. Elke chip heeft zijn eigen kracht. Intel heeft bijvoorbeeld veel ISV’s die specifiek voor hun technologie ontwikkelen. Copilot draait overal, maar de prestaties kunnen verschillen.”

Organisaties die serieus werk willen maken van AI op de werkplek, moeten dus goed kijken naar hun applicatielandschap. “We hebben klanten die willen testen met meerdere configuraties: één met Intel, één met AMD. Op basis van hun eigen software komen ze voor eindgebruikers tot de beste oplossing.”

Voor channelpartners betekent dit dat ze goed moeten weten wat hun klanten doen. Welke applicaties ze gebruiken, waar knelpunten zitten, hoe hun infrastructuur in elkaar zit. “Een goede partner kent zijn klant. Die weet of een applicatie Windows 11-ready is, of dat er getest moet worden. Juist bij veranderingen, zoals de overstap naar Windows 11 of de adoptie van AI krijgen partners kansen om waarde toe te voegen.”

De opkomst van AI leidt ook tot een andere manier van werken, is de observatie van Zwerus. “De menselijke interactie met de PC verandert. Praten tegen je computer wordt steeds normaler. In plaats van typen vraag je om data, laat je automatisch een overzicht maken, of stuur je een e-mail. Dat doen we nu al met onze telefoon. Notities typen we bijna niet meer, die spreken we gewoon in.”

Daarmee verandert de functie van de werkplek. “Het endpoint is niet meer alleen een werkstation. Het is een platform voor data, voor creatie, voor interactie. Partners moeten met hun klanten keuzes maken die verder gaan dan vandaag of morgen. Ze moeten de vraag beantwoorden wat de werkplek over drie of vier jaar moet kunnen.”

Kaseya ging met partners en vertegenwoordigers van IT-afdelingen in gesprek over security. Aandacht voor het geweldige uitzicht over Amsterdam vanuit Kaseya’s kantoor hadden de aanwezigen nauwelijks; de discussie was zeer geanimeerd.

“IT-beheer draait om vijf cruciale pijlers: devices, people, data, performance en het team,” begon Björn Leenen, Senior Solutions Engineer bij Kaseya, het gesprek. Deze elementen bepalen volgens hem hoe veilig en efficiënt een IT-afdeling werkt. “Het beheer van apparaten is cruciaal, of dit nu intern of via een msp gebeurt.”

Een praktijkvoorbeeld benadrukt het belang van goede beveiligingsmaatregelen. “Bij een politiebureau ontdekten we dat het admin-wachtwoord onder de cd-lade van een computer was geplakt. Je moest de cd onder een bepaalde hoek houden om het te lezen.” Dit benadrukt hoe belangrijk het is dat medewerkers zich bewust zijn van de risico’s.

“We weten allemaal dat een goed wachtwoordbeleid essentieel is, maar dit soort creatieve oplossingen maken duidelijk hoe belangrijk het is dat medewerkers zich bewust zijn van de risico’s,” zegt Koos Stoop, CTO van Theiner ICT. Dat bedrijf was als referentie aanwezig bij de bijeenkomst aan de IJ-oever.

De essentie van data

Data vormen de kern van elk bedrijf. “Met regelgeving zoals NIS2, DORA en de verschillende ISO-certificeringen is een gestructureerde aanpak noodzakelijk,” geeft Leenen aan. Data moeten niet alleen goed beveiligd worden, maar ook toegankelijk zijn voor bevoegde medewerkers. “Het is niet genoeg om data alleen op te slaan. Je moet zorgen dat deze goed beveiligd zijn en gemakkelijk toegankelijk voor degenen die het nodig hebben.”

Het team speelt eveneens een cruciale rol in het succes van IT-beheer, maakt Leenen duidelijk. “Of je nu alleen werkt of in een groter team, inzicht en overdraagbaarheid van werk zijn essentieel.” Transparantie en efficiënte samenwerking zorgen ervoor dat problemen sneller worden opgelost, en het juiste team maakt het beheer van systemen en data veel effectiever.

Kaseya biedt een geïntegreerd platform dat inspeelt op deze behoeften, vertelt Leenen. “Met Kaseya 365 Endpoint en 365 User combineren we monitoring, security, EDR en DNS-filtering in één oplossing.” De platforms reduceren de tijd die msp’s of interne IT-afdelingen besteden aan losse implementaties en maakt het eenvoudiger om beveiliging te integreren. Door verschillende beveiligingsopties samen te brengen, wordt het voor IT-managers gemakkelijker om overzicht te houden.

Lagere kosten en hogere marge

Ook het financiële aspect speelt een daarbij belangrijke rol. “Door deze oplossingen als bundel aan te bieden, besparen klanten op losse licenties, die anders tussen de 4 en 12 euro per werkplek kosten,” analyseert Stoop. Voor een msp als Theiner ICT betekent dit hogere marges en een breder beveiligingsaanbod. Dit, terwijl interne IT-teams profiteren van lagere kosten en eenvoudiger beheer. “De combinatie van verschillende diensten in één pakket biedt niet alleen kostenbesparingen, maar verhoogt ook de efficiëntie bij ons als service provider.”

Praktische voordelen maken het gebruik aantrekkelijker. Sommige klanten hebben bestaande diensten vervangen door Kaseya-oplossingen, wat kosten verlaagt zonder concessies te doen aan de beveiliging. Stoop: “Integratievoordelen zoals geautomatiseerd contract- en factuurbeheer besparen zowel ons als msp, als onze klanten tijd en middelen die anders aan handmatige processen zouden worden besteed.”

Netwerkmonitoring is ook een belangrijk onderdeel van IT-beheer. “De RMM-oplossingen die we met Kaseya aanbieden beheren niet alleen endpoints, maar ook netwerkapparaten via IP-adressen en SNMP,” weet Stoop. “Dit stelt ons als msp in staat om bijvoorbeeld automatisch een nieuwe toner te verzenden wanneer de oude bijna leeg is.” Het maakt het beheer van netwerkapparaten veel efficiënter en voorkomt onderbrekingen in het werkproces.

Betere bescherming zonder hogere kosten

Nieuwe functies zoals DNS-webfiltering worden zonder extra kosten toegevoegd, garandeert Leenen. “Dit biedt msp’s de kans om hun klanten beter te beschermen zonder extra uitgaven.” Hij kijkt naar de ontwikkelingen in de markt. Leenen ziet sinds 2020 een verschuiving in de manier waarop cyberaanvallen plaatsvinden.

“Een phishingpoging wordt naar miljoenen mailboxen gestuurd, en kleinere bedrijven, die minder goed beveiligd zijn, betalen sneller wanneer ze slachtoffer worden van afpersing,” zegt hij. Dit komt doordat ransomware- en phishinglijsten tegenwoordig bijna voor niets te verkrijgen zijn, vaak zelfs nog met een helpdesk erbij. De verschuiving naar kleinere bedrijven als doelwit maakt de beveiliging complexer. “Er is altijd een mogelijkheid om met ons in gesprek te gaan om te kijken welke voordelen integratie en efficiency voor jouw organisatie kunnen betekenen”, zegt Leenen

Laat de meerwaarde zien

Stoop reageert erop en merkt op dat IT-afdelingen, en daarbij vaak direct ook de msp’s, steeds vaker worden gevraagd om meer te automatiseren en te integreren. “Het moet uiteindelijk eindigen in systemen zoals Autotask PSA, IT Glue en facturatie,” zegt hij. Het grootste probleem voor IT-afdelingen en msp’s is volgens hem niet het aantrekken van klanten, maar het verkrijgen van zichtbaarheid en het toekennen van waarde aan hun werk. “Zichtbaarheid is het grootste probleem,” benadrukt Leenen instemmend. Hij benadrukt dat IT-diensten vaak pas opgemerkt worden wanneer er iets misgaat.

Met tools zoals Autotask PSA kunnen IT-diensten zichtbaar gemaakt worden. “Je kunt laten zien hoeveel tickets je hebt geopend en gesloten, wat de waarde van je werk aantoont,” zegt Leenen. Het tonen van deze waarde is belangrijk, zelfs als er geen directe kosten aan verbonden zijn. “Een rapportage is iets wat je kunt gebruiken in een quarterly business review om te laten zien dat je de SLA’s hebt gehaald,” voegt hij toe.

Kaseya probeert met zijn producten een oplossing te bieden door tools te integreren en ervoor te zorgen dat ze goed samenwerken. “Uiteindelijk moet alles samenkomen,” besluit Leenen. “Dat maakt het werk voor IT-professionals efficiënter en vermindert de werkdruk. We kijken graag met je mee waar er efficiency en kostenbesparing te behalen valt. Neem gewoon eens contact met ons op.”

Bij een presentatie tijdens een event, waarbij een honderd partners van Dell aanwezig waren op het circuit van Zandvoort, startte Jaap van Oostendorp, Field Product Manager Client Solutions bij Dell, met het tonen een video uit 2018 waarin AI en de toekomst van de pc centraal stonden. “Deze video is dus al een paar jaar oud,” zei hij, “maar je ziet nu om je heen devices en applicaties die we toen al voorspelden.”

Die toekomst is inmiddels realiteit, wil Van Oostendorp zeggen. Volgens hem zitten we inmiddels in de AI-pc-era, aangedreven door de opkomst van de NPU, de Neural Processing Unit. “Die maakt de PC tot een apparaat voor de nieuwe moderne AI-workloads die naar de PC gaan,” legt hij uit. “De PC, het grootste productiviteitsapparaat ter wereld, wordt zelfs meer essentieel voor wat jij en ik elke dag doen in de nabije toekomst.”

Van Oostendorp benadrukt dat de toepassingen van AI steeds dichter bij de gebruiker komen te liggen. “Het gaat allemaal op de pc draaien. Het is gelokaliseerde AI, op het endpoint.” De verwachting is dat tegen het einde van het jaar vrijwel alle pc’s standaard met een NPU geleverd worden.

Drie leveranciers van processoren

Deze verschuiving brengt ook veranderingen in leveranciers en portfolio’s met zich mee. Dell werkt niet langer uitsluitend met Intel, maar ook met Qualcomm en AMD. “We leveren nu ook Qualcomm. En met AMD komen we op de markt,” aldus de Field Product Manager Client Solutions.

Het productaanbod van Dell is versimpeld tot drie duidelijke lijnen. Te weten Dell voor ‘Play, School and Work’, met de nadruk op mobiliteit. Als tweede groep Dell Pro voor IT-beheerde omgevingen en Dell Pro Max voor maximale prestaties (zie foto). In het Plus-segment zit de meeste keuze qua chassis en CPU’s.

Dell zet daarnaast sterk in op duurzaamheid en servicebaarheid. Nieuwe laptops bevatten modulaire onderdelen, zoals eenvoudig vervangbare USB-C-poorten. “Het meeste wat stuk gaat, zijn I/O-poorten. Dus op deze manier kunnen wij, of onze partners zonder het moederbord te vervangen wel de I/O-poorten verwisselen zegt Van Oostendorp.

Overstappen op Windows 11

Tot slot benadrukt de spreker het belang van de migratie naar Windows 11. “De klok loopt,” waarschuwt Van Oostendorp refererend aan het stoppen van support op Windows 10 door Microsoft later dit jaar. “Wil je echt goed gebruik maken van alle AI-features op de werkplek, dan moet je ook doorstappen naar Windows 11. Windows 10 gaat die NPU niet aanspelen.”

Het partnerecosysteem kent veel partijen. In elke editie van ChannelConnect belichten we de activiteiten van een IT-dienstverlener. Deze keer is dat Knoworries, een IT-dienstverlener die in 2025 zijn 30-jarig bestaan viert.

Knoworries werd opgericht door Jeroen Komen en was min of meer het gevolg van een lift met een ondernemer. Tijdens een liftavontuur naar een banenbeurs in Amsterdam ontmoette -Komen langs de A1 de directeur van Fagerhult,  en zo werd hij het pad van de IT ingeduwd. Al snel besefte hij dat zijn affiniteit met IT ook iets voor hemzelf kon opleveren, en ontstond het idee voor zijn eigen bedrijf. “Als we de verhalen mogen geloven, is daar Knoworries uit ontstaan,” zegt Marco Lutters, een van de huidige partners van het bedrijf.

In 1997 begon Lutters bij Knoworries als de vierde medewerker. Wat oorspronkelijk een bijbaan naast zijn studie was, werd al snel een fulltime baan. In 2004 verliet Lutters het bedrijf, maar in 2014 werd hij opnieuw benaderd door Komen, die vanuit Australië via Skype liet weten dat hij wilde stoppen met de onderneming. Dit leidde tot een gesprek met Arjen van Ruiten, die inmiddels bij het bedrijf werkte en het wilde overnemen. Zo ontstond een nieuwe directie van Knoworries.

Nadruk op beheer

Knoworries heeft altijd zijn eigen weg gevolgd, met een sterke focus op klantcontact en een unieke bedrijfscultuur. “Meer dan de helft van ons team bestaat uit supportmedewerkers die direct met klanten werken,” legt Van Ruiten uit. Waar veel IT-bedrijven zich richten op technische processen en grote projecten, legt Knoworries de nadruk op beheer. Dit wordt door klanten gewaardeerd.

Lutters benadrukt dat de bedrijfscultuur net zo belangrijk is als technische kennis. “Je kunt veel weten, maar zonder een goede klik met de klant is dat niet genoeg. Wij zoeken mensen die niet alleen technisch vaardig zijn, maar ook humor en een sociale instelling hebben. Als je geen humor hebt, pas je hier niet,” zegt hij lachend.

Wij zoeken mensen die niet alleen technisch vaardig zijn,

Knoworries groeide van een klein team naar een bedrijf met 26 medewerkers. Het bedrijf maakt bewuste keuzes in zijn dienstverlening. “We leveren nog steeds hardware zoals laptops, maar servers doen we al jaren niet meer,” zegt Lutters. “De overstap naar de cloud was voor ons en onze klanten een grote verandering, maar we hebben er volledig op ingezet.”

Een cloud-gedreven onderneming

De overstap naar de cloud werd een cruciaal moment voor Knoworries. “Zeven jaar geleden begonnen we met de volledige cloudwerkplek,” vertelt Lutters. “Toen was dat nog relatief nieuw en spannend, maar nu is het de standaard. Toch komen we bij nieuwe klanten nog regel-matig fysieke servers in de kast tegen.”

Zeven jaar geleden begonnen we met de volledige cloudwerkplek

De coronacrisis versnelde de adoptie van remote werken. “We hebben tijdens die periode veel bedrijven geholpen met veilige thuiswerkoplossingen,” zegt Van Ruiten. -“Projecten werden volledig op afstand uitgevoerd, en veel klanten vonden dat efficiënt en prettig.”

Duurzaamheid is een belangrijk -thema voor Knoworries. Lutters legt uit: “Microsoft heeft ‘Microsoft’s sustainability commitment’ gelanceerd om datacenters CO2–neutraal te maken. Maar wat gebeurt er aan de voorkant? Wij zijn aan de slag gegaan met refurbished laptops en het documenteren van de CO2-footprint van IT-apparatuur. Daarnaast kopen we de aan hun IT gerelateerde CO2-uitstoot van onze klanten af, wat ons echt uniek in Nederland maakt.”

Knoworries werkt uitsluitend met Microsoft-oplossingen. “We zijn Microsoft First,” zegt Van Ruiten. “We gebruiken zoveel mogelijk de functionaliteiten binnen de Microsoft 365-licentie en werken alleen met Azure. Dit zorgt voor een sterke en uniforme IT-omgeving.”

Het zorgt voor een sterke en uniforme IT-omgeving

Kinderziektes overwinnen

De al genoemde overgang naar de cloud was niet zonder uitdagingen, maar gelukkig maakte Knoworries die reis al door voordat Corona de wereld trof. De heren herinneren zich de tijd waarin bellen via de -cloud en Skype for Business nog in de kinderschoenen stonden. “We moesten zelf de kinderziektes -ondervinden voordat we de oplossingen aan klanten konden bieden,” zegt Van Ruiten.

“Er waren tijden dat we soms onbereikbaar waren. Klanten -belden en het werkte niet. We -waren -misschien een paar stappen te vroeg,” vertelt hij. Deze ‘cloudvrees’ was een groot obstakel. Bedrijven aarzelden om over te stappen naar de cloud, omdat ze niet precies wisten waar hun data werden opgeslagen en de fysieke servers misten. Toch werden deze twijfels op een gegeven moment onhoudbaar. “We kwamen op een punt dat het niet meer te verdedigen was om nog op een server in een datacenter te -blijven draaien,” zegt Van Ruiten.

Volgens Lutters blijft de cloud in sommige gevallen kostentechnisch een uitdaging, vooral voor bedrijven met veel fysieke servers. “In eerste instantie lijkt on-premise draaien misschien goedkoper, maar de beveiliging in de cloud is ongeëvenaard,” legt hij uit. “Bij pentests bij on-premise klanten zien we dat het niet de vraag is óf er ingebroken wordt, maar hoelang het duurt. In de cloud kunnen we veel sneller een veilige omgeving neerzetten.”

Jubileumfeest

Het 30-jarig jubileum van -Knoworries in 2025 wordt groots gevierd. Op 1 september vindt het feest plaats in restaurant Down Under te Nieuwegein. “Het is extra bijzonder omdat het restaurant een klant van ons is,” zegt Lutters.

Zakelijk gezien kijkt Knoworries met vertrouwen naar de toekomst. “We hebben de juiste mensen op de juiste plekken,” zegt Lutters. “Elk jaar denken we dat we even rust krijgen, maar telkens blijkt het weer een bouwjaar te zijn. En dat is juist wat het zo mooi maakt.”

Gisteren, op 31 maart, was het World Backup Day. Een dag die de aandacht vestigt op het belang van het maken van back-ups. Volgens Hans ten Hove, Area Vice President Continental Europe bij Kaseya, moet de aandacht verder gaan dan back-ups alleen. “Denk na over business continuity. Dat kan na een incident het verschil maken tussen het wel of niet voortbestaan van het bedrijf.”

Veel ondernemers leven in de veronderstelling dat een back-up hen voldoende beschermt. In de praktijk is dat helaas vaak een misvatting. “Een back-up beschermt in het beste geval tegen dataverlies, maar niet tegen stilstand van de onderneming,” geeft Ten Hove aan. “En als je stilvalt, loop je klanten mis, lever je niet op tijd, en kun je zelfs claims verwachten.”

Het belang van heldere communicatie

Uit onderzoek blijkt dat zo’n 20 tot 24 procent van de mkb-ondernemers zich zorgen maakt over hun digitale weerbaarheid. “Maar vraag je het aan MSP’s, dan zegt 97 procent zich ernstig zorgen te maken over de digitale weerbaarheid van hun klanten – dat zijn dus vaak die mkb’ers. Dat verschil is gigantisch,” zegt Ten Hove. “Het laat ook zien dat het voor MSP’s lastig is om hun klanten te overtuigen van het nut van digitale weerbaarheid. Veel MSP’s zijn ontstaan vanuit technische expertise, maar zijn niet altijd sterk in proactieve communicatie.”

En juist die communicatie is essentieel. Want back-up is slechts één stap in het grotere verhaal. “Je moet niet alleen je data veiligstellen, je moet ook testen of die back-up werkt. En dan bedoel ik niet alleen of je de bestanden terug kunt halen, maar vooral of je daadwerkelijk een complete en werkende omgeving kunt herstellen. Een nieuw systeem opstarten met operating system, applicaties én data is een ander verhaal dan alleen bestanden terugzetten.”

Gebruikers zijn zelf verantwoordelijk

Bij bedrijven die gebruikmaken van Microsoft 365 leeft vaak een hardnekkige misvatting, namelijk dat hun data daar automatisch veilig zijn. “Veel mensen denken: het staat in de cloud, dus het is veilig. En: Microsoft maakt wel een back-up. Maar je bent daar als gebruiker zelf verantwoordelijk voor. Gelukkig kunnen MSP’s daarin voorzien, onder andere met onze oplossing, Kaseya SaaS Protection. Daarmee brengen we de back-up naar de Kaseya Cloud, zorgen voor encryptie en beveiliging, en kan je op het moment van een incident overschakelen naar onze omgeving en doorwerken.”

Ten Hove benadrukt dat MSP’s verder moeten gaan dan alleen techniek leveren. “Veel MSP’s bieden hun klanten een complete werkplek inclusief Microsoft 365 aan. Maar daar zou, in nauw overleg met de klant, ook standaard een business continuity-plan bij moeten zitten. En dat is straks niet alleen wenselijk, maar ook wettelijk verplicht.”

Grote MSP’s vallen immers onder de Cyberbeveiligingswet, die voorheen NIS2 heette. En kleinere MSP’s maken vaak deel uit van een keten waarin andere partijen wel onder die regels vallen. Via ketenaansprakelijkheid worden de strenge security-eisen alsnog doorgegeven.

De impact van NIS2

Dat bewustzijn ontbreekt bij ook veel mkb’ers nog volledig. “Als je vraagt: wie zijn jouw drie belangrijkste klanten? Dan is de kans groot dat daar een NIS2-plichtig bedrijf tussen zit. En dan leg je uit dat ketenaansprakelijkheid betekent dat jij als mkb’er dus óók aan die voorwaarden moet voldoen.” Dan zie je mensen echt schrikken, is de ervaring van Ten Hove. “Ze zijn er niet op voorbereid, en weten vaak niet waar ze moeten beginnen.”

Volgens Ten Hove is het dan ook de verantwoordelijkheid van MSP’s om hun klanten hierover te informeren en hen te begeleiden. “Eén van de belangrijkste eisen binnen de Cyberbeveiligingswet is het hebben van een business continuity-strategie. Als MSP moet je het lef hebben om te zeggen: als je die investering niet wil doen, dan moet ik me afvragen of ik wel de juiste partij voor je ben.”

Zorgen om digitale weerbaarheid

Ten Hove vindt dat het gesprek niet alleen gevoerd moet worden vanwege een wet. “Het belangrijkste is: je moet het doen omdat het nodig is. De digitale weerbaarheid van de BV Nederland is gewoon te laag. Daar moeten we ons zorgen over maken.”

In de praktijk blijken de meeste cyberincidenten bovendien te ontstaan door eenvoudige fouten. “Mensen denken vaak dat er een briljante hacker aan het werk is geweest. Maar meestal vergat een medewerker te patchen, of staat er een poort open. Of men vindt multifactor-authenticatie toch te onhandig. Het zijn de basics die misgaan.”

Ten Hove onderscheidt drie basale stappen die elk bedrijf – samen met hun MSP – moet zetten: “Inventariseer waar je kwetsbaar bent. Bescherm die plekken zo goed mogelijk. En zorg ervoor dat je een plan hebt om te herstellen na een incident, want de kans dat je getroffen wordt is groot. Dat is de kern van business continuity.” MSP’s hebben daarin een grote verantwoordelijkheid, weet Ten Hove. “Kaseya biedt hen de middelen om dat goed en laagdrempelig aan hun klanten te leveren.”

Wil je meer weten over de oplossingen van Kaseya? Kijk dan hier voor SaaS-protect, of hier voor de Business Continuity-demo.