De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die het kabinet verplicht om voor eind 2026 beleid vast te stellen voor de opslag en verwerking van overheidsgegevens. De meest gevoelige informatie mag daarbij uitsluitend worden beheerd in een aantoonbaar Nederlandse soevereine omgeving.
De motie is ingediend door CDA-Kamerlid Joba van den Berg en kreeg steun van SGP, BBB, FVD, GroenLinks-PvdA en PVV. De brede steun past in een patroon dat bij de behandeling van digitale soevereiniteit zichtbaar werd: de meerderheden in de Kamer zijn groot, waarbij klassieke politieke tegenstellingen nauwelijks een rol spelen.
Dataclassificatie als vertrekpunt
Volgens de Kamer begint effectieve beveiliging bij een eenduidige classificatie van informatie. Het beleid voor wat waar opgeslagen mag worden is nu nog versnipperd over verschillende ministeries en medeoverheden. De motie verzoekt de regering een rijksbreed dataclassificatie- en datalocatiebeleid uit te rollen en te inventariseren welke categorieën gevoelige overheidsinformatie uitsluitend binnen de Nederlandse landsgrenzen en onder Nederlandse zeggenschap moeten blijven.
Minimumeisen voor soevereiniteit
De Kamer stelt eisen aan wat een soevereine omgeving concreet inhoudt. Het gaat niet alleen om de fysieke locatie van servers, maar ook om juridische en technische controle. De motie noemt drie minimumeisen: sleutelbeheer moet onder Nederlandse zeggenschap blijven, toegangsbeheer moet strikt worden geregeld, en er moet volledige ketentransparantie zijn over onderaannemers om te voorkomen dat data alsnog bij buitenlandse partijen terechtkomt.
Deadline eind 2026
Het nieuwe beleid moet voor het einde van 2026 worden vastgesteld en in samenwerking met medeoverheden worden uitgerold. De motie staat niet op zichzelf: de Tweede Kamer nam in dezelfde periode ook moties aan over onder meer een Europees tenzij-beleid bij aanbestedingen voor kritieke digitale infrastructuur en het informeren van de Kamer over ontwikkelingen bij Kyndryl.


