De Autoriteit Consument & Markt, ACM, heeft geen bezwaren tegen de overname van IT-dienstverlener Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. Volgens de toezichthouder blijven er voldoende alternatieven beschikbaar en is de gezamenlijke marktpositie beperkt. De ACM verwacht daarom geen negatieve gevolgen voor de concurrentie.
Uit onderzoek van de ACM blijkt dat afnemers na de overname kunnen blijven kiezen uit meerdere Nederlandse en Europese aanbieders van vergelijkbare IT-diensten. De toezichthouder concludeert dat de positie van zowel Solvinity als Kyndryl op de betrokken markten relatief beperkt is. Op basis daarvan ziet de ACM geen aanleiding om de overname tegen te houden.
Tegelijk wijst de ACM op zorgen over de afhankelijkheid van niet-Europese partijen bij vitale IT-diensten. Solvinity beheert onder meer de infrastructuur waarop DigiD draait. Afnemers uit de publieke sector, verenigd in de Taskforce Continuïteit ICT Dienstverlening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, hebben aangegeven dat zij vrezen voor mogelijke toegang tot digitale gegevens door de Amerikaanse overheid op basis van nationale wetgeving, of het uitschakelen van vitale diensten.
De ACM stelt dat afnemers hun afhankelijkheid kunnen beperken door minder maatwerk af te nemen, opdrachten te splitsen en exit-strategieën contractueel vast te leggen. Ook verwijst de toezichthouder naar de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die gericht is op een grotere onafhankelijkheid van de IT-infrastructuur van de overheid. Daarbij kan worden gedacht aan het in eigen beheer nemen van vitale systemen en gezamenlijke inkoop.
Tijdens het onderzoek werkte de ACM samen met de Taskforce Continuïteit ICT Dienstverlening en het Bureau Toetsing Investeringen, dat beoordeelt of een overname risico’s oplevert voor de nationale veiligheid. De bevindingen van het onderzoek zijn met beide partijen gedeeld.


