‘Waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust’. Wie goed beslagen ten ijs wil komen op 28 juni 2025, leert die termen nu vast uit het hoofd. Op die datum treedt namelijk de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn (European Accessibility Act) in werking. Die bepaalt dat iedereen gelijke toegang moet hebben tot digitale diensten en producten. Digitale toegankelijkheid dus. De wet heeft grote gevolgen voor iedereen die voor zijn klanten een website, app of andere front-end ontwerpt en maakt.
1. Wie krijgen te maken met de Toegankelijkheidsrichtlijn?
2. Is dit nieuw? Stond dit niet al in de wet?
3. Goed, maar wat is ‘toegankelijk’ nou precies?
4. Moet mijn klant dan zijn hele app omgooien?
“Dat lijkt op een schaap met een hoed op.” Wat het cloudicoontje – een wolk, soms met een pijltje erbij – precies betekent, deze oudere had geen idee. En wat de knop doet? Het is maar één van de voorbeelden die Sandra Visser kan opnoemen van gebrek aan digitale toegankelijkheid, uit een gebruikersonderzoek. Ze heeft er talloze. “Een invulformulier met een voorbeeldpostcode, bijvoorbeeld. Dat snappen sommige mensen echt niet. Daar staat toch al iets?”

Sommige gebruikers begrijpen niet wat ze moeten doen als er als iets ingevuld staat.
Visser werkt voor Accessibility, een Utrechtse organisatie die zich al ruim twintig jaar sterk maakt voor digitale toegankelijkheid. Voor iedereen, dus ook voor mensen met een beperking. Slechtzienden en kleurenblinden, maar ook laaggeletterden, slechthorenden, of mensen op leeftijd die de razendsnelle digitale ontwikkelingen niet kunnen bijbenen.
Toegankelijke website niet altijd beschikbaar
Het gaat om een grote en groeiende groep mensen die achterblijven, zegt Visser. Een beperking maakt hen minder vaardig, of hun vaardigheid is beperkt. Het digitale leven frustreert hen. Ontwikkelaars van apps, apparaten of websites houden beperkt rekening met hen. “De gedachte is vaak: dan vragen ze toch om hulp?” Maar zo werkt het niet, zegt Visser. “Er is een grote groep die je niet bereikt. Die haakt gewoon af.”
De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn (EAA) moet daar verandering in brengen. De wet probeert de verschillende standaarden en regels in Europa op één lijn te krijgen. Basis van de EEA is het VN-verdrag voor rechten van personen met een handicap, dat ook Nederland ondertekende. Dat stelt dat iedereen zo zelfstandig mogelijk aan de samenleving moet kunnen deelnemen. De nieuwe richtlijn, voor digitale diensten en producten, borduurt daarop voort. Maar hoe ingrijpend is deze richtlijn? Wat betekent dit voor service providers en hun klanten? En als het gaat om apps en websites, kaartautomaten of tablets, wat houdt ‘toegankelijk’ dan eigenlijk precies in?
In deze serie diepen we de Toegankelijkheidsrichtlijn verder uit. In dit eerste deel: een introductie.
1. Wie krijgen te maken met de Toegankelijkheidsrichtlijn?
Heeft een bedrijf een website? Dan moet ook iemand die slechtziend is die kunnen gebruiken. Het antwoord is dus: de meeste organisaties.
De wet maakt een paar uitzonderingen. Bijvoorbeeld die voor dienstverlenende ‘micro-ondernemingen’, kleine bedrijven met minder dan tien man personeel en minder dan twee miljoen euro omzet per jaar. Micro-ondernemingen die producten verkopen moeten de richtlijn wél volgen. Maar ook voor de uitgezonderde bedrijven is het een goed idee om de richtlijnen te volgen.
Voor overheden en veel semi-overheden is de verplichting al van kracht sinds 2018. Sindsdien moeten nieuw te bouwen of grondig veranderde applicaties toegankelijk gemaakt worden. Op dit moment voldoet een kleine tien procent van de apps en websites van de overheid volledig aan de eisen.

2. Is dit nieuw? Stond dit niet al in de wet?
Niet expliciet. Nederlandse bedrijven hebben al langer verplichtingen als het gaat om toegankelijkheid. Kern daarvan is het grondwettelijke recht op gelijke behandeling. Zo’n 2,5 miljoen Nederlanders hebben een chronische beperking. Om hun achterstelling tegen te gaan, is in 2003 de ‘Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte’ (Wgbgh/cz) in het leven geroepen.
Die wet geeft mensen het recht om aanpassingen te eisen met de wet in de hand, mits redelijk. Een aangepaste stoel voor de werknemer met rugklachten; rolstoeltoegang voor de student in de klas. Door de jaren heen is de wet stapsgewijs uitgebreid van werk en hoger onderwijs, naar openbaar vervoer, wonen, scholen. In 2017 werden daar diensten en producten aan toegevoegd.
De Toegankelijkheidsrichtlijn gaat een stapje verder. De Wgbgh/cz voorziet in aanpassingen voor één specifiek geval en op verzoek. Maar de Toegankelijkheidsrichtlijn moet zorgen voor algemene toegankelijkheid voor iedereen als uitgangspunt. Daarbij ligt de focus op digitaal.
3. Goed, maar wat is ‘toegankelijk’ nou precies?
‘Waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust.’ Zo vat het World Wide Web Consortium (W3C) het samen. Deze organisatie – verantwoordelijk voor webstandaarden, en min of meer het fundament van het internet – denkt al sinds de jaren negentig na over toegankelijkheid van online content. Hun ‘Web Content Accessibility Guidelines’ (WCAG) zijn de maatstaf van de richtlijn. En die vatten ze samen met die vier woorden.
Wil een video ‘waarneembaar’ zijn voor iemand die slechthorend is, dan zal ondertiteling nodig zijn. ‘Bedienbaar’ betekent dat content te vinden en te gebruiken is – bedienbaar met alleen een toetsenbord, bijvoorbeeld. En is een tekst ‘begrijpelijk’ – ook leesbaar voor lager geletterden? Hoe dat er in de praktijk uitziet, bekijken we in een volgende aflevering.
4. Moet mijn klant dan zijn hele app omgooien?
Ook de nieuwe richtlijn heeft beperkingen: de ‘onevenredige last’ en de ‘fundamentele wijziging’. Dat komt erop neer dat de eisen vervallen als een aanpassing relatief duur is, of aanpassingen ervoor zorgen dat het product te fundamenteel verandert. En zoals gezegd, er zijn uitzonderingen.
De organisatie MKB Toegankelijk wijst er graag op dat betere toegankelijkheid zomaar 15% extra klanten zou kunnen opleveren. Of dat klopt, en of het opweegt tegen de kosten? Die vraag proberen we verderop in deze serie te beantwoorden.
Bedrijven hebben nog twee jaar de tijd om hun naleving te regelen. Dat lijkt lang. Maar wie bij het redesign van een website, een nieuw digitaal product, of de inrichting van een nieuw kantoor dubbel werk wil voorkomen, kan zich hier het beste alvast in verdiepen.
“Wij willen laten zien dat een grote groep het internet gewoon op een andere manier gebruikt”, zegt Sandra Visser. Zij hoopt dan ook dat de aandacht voor het onderwerp niet zozeer uitgaat naar de regels, maar naar een andere manier van denken en ontwikkelen. “Elke stap naar toegankelijkheid is er één.” De stichting Accessibility geeft op 29 juni een gratis online interactief webinar.
In de volgende delen gaan we dieper in op hoe digitale toegankelijkheid er in de praktijk uitziet en of er verschil is met gebruiksvriendelijkheid. En verder: hoe kan een bedrijf dit aanpakken, wat zijn de consequenties van non-compliance, en hoe liggen de kansen – en de kosten?
Tot die tijd alvast een site testen op toegankelijkheid? ismijnsitetoegankelijk.nl biedt een snelle scan.


