Bedrijven schalen hun privacyprogramma’s versneld op onder invloed van AI. Uit nieuw onderzoek van Cisco blijkt dat vrijwel alle organisaties extra investeren in dataprivacy en governance, terwijl internationale datastromen steeds vaker onder druk komen te staan.
De jaarlijkse Data and Privacy Benchmark Study van Cisco laat zien dat AI inmiddels de belangrijkste aanjager is achter privacy-investeringen. Negentig procent van de ondervraagde organisaties heeft het privacyprogramma het afgelopen jaar uitgebreid door AI-ontwikkelingen. Bijna evenveel respondenten, 93 procent, zegt van plan te zijn om daar verder in te investeren. De omvang van die investeringen groeit mee: 38 procent van de organisaties gaf het afgelopen jaar minimaal 5 miljoen dollar uit aan privacy, tegen 14 procent twee jaar eerder.
De toegenomen aandacht hangt samen met de databehoefte van AI. Grootschalige AI-toepassingen vragen om grote hoeveelheden betrouwbare data, terwijl juist daar kwetsbaarheden in databeheer zichtbaar worden. Volgens het onderzoek zien organisaties privacy en datagovernance daarom steeds minder als een puur compliancevraagstuk, en vaker als randvoorwaarde voor innovatie en concurrentievermogen.
Dat perspectief komt ook terug in de manier waarop privacyprogramma’s worden beoordeeld. Vrijwel alle respondenten geven aan dat een duidelijk privacykader helpt om sneller met AI te werken. Tegelijkertijd zegt 99 procent minstens één concreet zakelijk voordeel te halen uit investeringen in privacy, zoals meer wendbaarheid, hogere innovatiekracht of sterkere klantbinding. Transparantie speelt daarbij een centrale rol. Voor 46 procent van de organisaties is heldere communicatie over dataverzameling en datagebruik de effectiefste manier om vertrouwen te behouden.
Ondanks die vooruitgang is AI-governance nog duidelijk in ontwikkeling. Driekwart van de respondenten beschikt inmiddels over een intern AI-toezichtsorgaan, maar slechts een klein deel beschouwt dat orgaan als volledig volwassen. Een belangrijke bottleneck blijft de toegang tot geschikte data. Twee derde van de organisaties loopt tegen problemen aan bij het efficiënt beschikbaar maken van kwalitatief hoogwaardige data voor AI-systemen, wat wijst op blijvende uitdagingen rond datahygiëne, inzicht en controle.
Naast interne governance speelt ook de internationale context een steeds grotere rol. De roep om datalokalisatie groeit, maar gaat volgens het onderzoek gepaard met hogere kosten en meer complexiteit. Meer dan driekwart van de respondenten zegt dat lokale data-eisen het lastiger maken om diensten internationaal aan te bieden, bijvoorbeeld door beperkingen in 24-uurs dienstverlening over meerdere regio’s. Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in strikt lokale opslag als veiligheidsmaatregel iets af.
Organisaties die grensoverschrijdend actief zijn, zoeken daarom vaker samenwerking met internationale technologiepartners. Een ruime meerderheid ziet wereldwijde aanbieders als beter in staat om datastromen over landsgrenzen heen te beheren. In dat licht pleit 83 procent van de respondenten voor verdere harmonisatie van internationale regels rond dataverkeer en cyberbeveiliging, om innovatie mogelijk te houden zonder het vertrouwen in dataverwerking te ondermijnen.
Het onderzoek is gebaseerd op een enquête onder 5.200 IT-, technologie- en securityprofessionals in twaalf landen, waaronder Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.


