Uit nieuw onderzoek van de OESO en Cisco blijkt dat het gebruik van generative AI wereldwijd sterk verschilt per regio en leeftijdsgroep. Vooral in opkomende economieën wordt AI relatief intensief gebruikt, terwijl in veel Europese landen sprake is van meer terughoudendheid. Tegelijkertijd wijst het onderzoek op een verband tussen hoog schermgebruik en verminderd digitaal welzijn, met name onder jongeren.
De resultaten zijn verzameld via de Digital Well-being Hub, een gezamenlijk initiatief van Cisco en de OESO. Dit platform brengt data samen over digitalisering, technologiegebruik en welzijn, en onderzoekt hoe nieuwe technologieën het dagelijks leven beïnvloeden.
Volgens het onderzoek maken mensen onder de 35 jaar wereldwijd het meest gebruik van sociale media, digitale apparaten en generative AI. In landen als India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika ligt het AI-gebruik hoger dan in veel westerse economieën. Ook het vertrouwen in AI en de deelname aan AI-trainingen zijn daar relatief groot. In Europese landen is het gebruik gematigder en bestaat meer onzekerheid over de rol van AI.
In Nederland geeft 25 procent van de respondenten aan actief gebruik te maken van generative AI. Het gebruik van sociale media en online apparaten ligt hier lager dan in opkomende economieën en ongeveer op het Europees gemiddelde. Nederlanders rapporteren daarnaast relatief weinig recreatieve schermtijd in vergelijking met andere onderzochte landen.
Het onderzoek laat zien dat in opkomende economieën het recreatieve schermgebruik het hoogst is. Bijna de helft van de respondenten in deze landen geeft aan meer dan vijf uur per dag online te zijn. Een meerderheid van deze groep ervaart een negatieve invloed op het digitale welzijn, bijvoorbeeld in de vorm van stemmingswisselingen of verminderde levensvreugde.
Ook tussen generaties zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Meer dan de helft van de ondervraagden onder de 35 jaar gebruikt AI actief en ziet de technologie als nuttig. Onder volwassenen boven de 45 jaar ligt het gebruik aanzienlijk lager en bestaat vaker onzekerheid over de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van AI. Bij oudere groepen lijkt deze terughoudendheid vooral samen te hangen met beperkte bekendheid met de technologie.
Volgens Cisco en de OESO laat het onderzoek zien dat AI-adoptie niet los kan worden gezien van digitale vaardigheden en welzijn. Beide organisaties wijzen erop dat technologische vooruitgang gepaard moet gaan met aandacht voor educatie, digitale geletterdheid en verantwoord gebruik.
Het onderzoek is uitgevoerd in veertien landen, waaronder Nederland, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, India en Zuid-Afrika. In totaal namen bijna 15.000 mensen deel aan de enquête. De data zijn begin 2025 verzameld door een onafhankelijk onderzoeksbureau volgens OESO-richtlijnen.
De bevindingen onderstrepen volgens de betrokken organisaties het belang van beleid en initiatieven die niet alleen gericht zijn op technologische adoptie, maar ook op het versterken van digitale vaardigheden en het bevorderen van duurzaam digitaal gebruik.


