Het recent gepresenteerde adviesrapport van oud-ASML-topman Peter Wennink over het Nederlandse verdienvermogen krijgt scherpe kritiek van economische analisten en andere deskundigen. Zij waarschuwen voor wat zij een „stortvloed aan spookcijfers” noemen en noemen de gebruikte statistieken creatief tot misleidend.
Volgens tegenstanders bevat het plan selectieve en niet-geverifieerde aannames. In het rapport wordt gesteld dat Nederland moet handelen om de economische groei boven 1,5 procent te tillen omdat anders de koopkracht van huishoudens zou afnemen. Het rapport noemt een verlies van 1700 euro per gemiddeld gezin op basis van het huidige beleid, een resultaat dat volgens critici niet overeenkomt met ramingen van het Centraal Planbureau, dat bij lagere groei juist een lichte stijging van de koopkracht verwacht.
Daarnaast wijzen critici op een scenario in het rapport waarin de staatsschuld oploopt tot 234 procent van het bbp, een percentage dat volgens hen veel hoger ligt dan de ramingen van politieke partijen. Ook de bewering dat Nederland te weinig grond biedt aan bedrijven in vergelijking met buurlanden wordt betwist: Nederland zou volgens de oppositie juist relatief meer grond aan bedrijvigheid besteden dan bijvoorbeeld Duitsland.
De financiële onderbouwing van voorgestelde investeringen wordt eveneens ter discussie gesteld. Een onderdeel van het plan, een private AI-fabriek op de Maasvlakte, wordt in het rapport begroot op 22 miljard euro, terwijl initiatiefnemers recent over een lagere investering spraken waarvan een deel publiek geld moet zijn. De totale jaarlijkse kosten worden in het rapport op 2 tot 8 miljard euro geschat, maar critici zien onderdelen die duiden op hogere uitgaven.
De discussie over de methoden en aannames in het rapport vormt onderdeel van een bredere debat over de transparantie en betrouwbaarheid van economische prognoses en beleidsadviezen in Nederland.


